` Universiteit Leiden Passage Passagenproces proces Visser rechtszaak censuur

Mijn motivatie in de zaak ‘Passage’

 

Maria Trepp

 

mail via www.passagenproject.com

 

 

Volgens hoogleraar strafrecht Ybo Buruma vervolgt het OM te veel “flutzaken”.

 

Ja inderdaad, de Leidse flutzaak /fluitzaak waarbij mij mijn fluitspelen op straat als stalking wordt verweten had veel beter door een openbaar debat kunnen worden opgelost.

 

Het strafrecht is al lang geen laatste mogelijkheid meer.

 

“De tijd dat de gang naar parket en rechtszaal als laatste mogelijkheid werd beschouwd, ligt achter ons. Strafrecht wordt nu overal bij gesleept. Van ‘ultimum remedium’ – straffen als niets anders meer helpt – tot dagelijkse ordening van de maatschappelijke verhoudingen” (NRC commentaar 2-2-2010)

 

Mijn Leidse protestacties kunnen niet begrepen worden als een persoonlijke en vijandige aanval op prof. Visser.

Er zijn een aantal noodzakelijke factoren geweest die mijn handelen heeft veroorzaakt.

Elk van de volgende factoren was noodzakelijk; het ontbreken van ook maar één van deze factoren had mijn handelen onmogelijk of - in mijn ogen - onrechtvaardig gemaakt.

 

1.     Er was sprake van censuur: een bepaald thema, het toneelstuk ‘Passage’ mocht en kon niet worden besproken, en nog wel omdat wij studenten “geen levenservaring” zouden hebben. Dit door prof. Visser gebruikte argument maakt elke discussie aan de universiteit in feite onmogelijk.

 

2.     Er was sprake van een censuur van scripties zonder dat hier ooit een wetenschappelijk argument voor werd gegeven. 

 

3.     De universiteit wilde per se mijn bul hebben, vermoedelijk vanwege de inkomsten en de statistieken (er studeren zeer weinig mensen af bij Duits; en helemaal niet cum laude). Ik wilde vanwege de censuur niet in Leiden afstuderen, maar Decaan Letteren Van Haaften haalde mij met valse beloftes over om mijn bul te behalen, en de universiteit ontving 14.000 euro’s  voor mijn bul. Zoals mijn scriptiebegeleider de heer Onderdelinden zei, wilde de universiteit  met mijn afstuderen  “output” [!] generen. Had men mij toen laten gaan, en mij geen valse beloftes gedaan (= steun na mijn afstuderen; “eerst afstuderen, en dan zien we verder” ”Natuurlijk moet u doorgaan met Christoph Hein!”), dan was er nooit sprake geweest van een conflict. Ik was ergens anders met mijn scriptie afgestudeerd.

 

 

4.     Mijn uitgebreide wetenschappelijke analyse van het stuk ‘Passage’ werd later door gezaghebbende Duitse wetenschappers (Pfister; Karrer; Berding e.a.) als  goed gefundeerd verklaard.

 

5.     Er was sprake van een klassiek-autoritair  ‘mond-snoer-beleid’: de kritische denker (ik) werd voor ziek verklaard. Door mevrouw Vissers hetzecampagne en haar valse aangifte tegen mij was er bovendien sprake van strafbare feiten; en begon de zaak dan echt te stinken na de doofpot nadat de politie mij herhaaldijk en wederrechtelijk geen aangifte liet doen.

 

 

6.     Het hele geval ‘Passage’ was niet alleen interessant vanwege het incompetent handelen van mevrouw Visser, maar ook vanwege de steun van het bestuur die zij ontving. Het handelen van mevrouw Visser past ook in het beeld dat haar problematische benoeming oproept, en past in het beeld van de ontwikkeling van de universiteit in de richting van trainings- en dril-instituut voor bachelorstudenten[1]. Kritische hoogopgeleide mensen worden steeds minder gevraagd en hoogleraren worden soms systematisch benoemd om onkritische ja-zeggers op te voeden. De zaak ‘Passage’ is een paradigmatische zaak voor de problemen van de universiteit-nieuwe-stijl alsmede voor de universiteit als maffia-organisatie ( zie het boek van Gerard van Tillo hierover) .

 

7.     Door gesprekken, brieven en contacten verkeerde ik en verkeer ik nu nog in de veronderstelling  dat ik in samenwerking met Leidse wetenschappers handelde; en ik zou zeker nooit een solo-actie zijn begonnen of hebben kunnen volhouden. Ik had de hele affaire ook nooit ter sprake gebracht of hier iets over geschreven als mijn scriptiebegeleider, Dr. Sjaak Onderdelinden, mij daar niet expliciet om had gevraagd.

 

8.     Mijn protestacties hadden altijd zowel wetenschappelijke alsook politieke alsook artistieke aspecten. Als ik mij niet in alle deze drie domeinen sterk had kunnen ontwikkelen, en als ik door het project niet bovendien veel belangrijke en goede nieuwe vriendschappen had gevonden, dan had ik het zeker allemaal niet gedaan. Mijn eigen ontwikkeling en de samenwerking met mijn vrienden stond voor mij voorop, en niet de protest tegen iets of iemand, en al helemaal niet de haat voor mevrouw Visser. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat het protest onbelangrijk of onrechtvaardig was.

 

 

 

Zie ook mijn beknopte samenvatting van mijn analyse van Passage [=de inhoud van mijn gecensureerde scriptie] http://www.passagenproject.com/christoph_hein_passage_analyse.pdf

 



[1] Zie Grahame Lock, In: Chris Lorenz et al., “If you’re so smart..” Boom 2008