Over Duitse filosofie
Dit is een verzameling van weblogs over Duitse filosofie
door Maria Trepp
Contact
|
Susan Neiman over realisme en idealisme, over Kant en over Edmund Burkewoensdag 18 november 2009 17:49 door Maria Trepp Tags: morele helderheid, egoïsme, hobbes, realisme, idealisme, edmund burke, kant, susan neiman
Susan Neiman Het Wilderiaanse Nieuw-realisme met zijn wortels bij Wilders-peetvader Bolkestein is in feite een hobbesiaans realisme. De wereld wordt beschouwd als het toneel van een niet-aflatende strijd om macht.[1] Volgens Hobbes is de mens van nature niet geneigd tot het goede (altruïsme en samenwerking), maar eerder tot het kwade (egoïsme en machtsstrijd). “Realistisch” is een hobbesiaanse houding inzoverre als ervan uit wordt gegaan dat de wereld, en de vijandige menselijke verhoudingen daarin, op dit fundamentele niveau niet te veranderen is. In de ogen van Susan Neiman is het hobbeaans realisme gevaarlijk omdat het de mens als een hopeloos geval ziet, dat je maar het beste zo strak mogelijk aan banden kunt leggen. De 'oorlog van allen tegen allen', die volgens Hobbes de natuurlijk staat van de mens verbeeldt, doet Neiman af als bovenmatig zwartgallig. “De notie dat de mens van nature goed is, mag onzinnig zijn, het tegenovergestelde is net zo goed niet waar. Mensen zijn in staat tot onbaatzuchtige handelingen ten dienste van hun medemensen; sommige zetten daarbij zelfs hun leven op het spel. Dat zijn de morele helden die wij volgens Neiman nodig hebben, de voorbeelden die ons eigen idealisme vorm kunnen geven. Die helden zijn geen supermensen; ze zijn feilbaar, soms zwak en altijd heel erg menselijk.” NRC 2-1- 2009.
In haar boek “Morele helderheid” stelt Neiman betreffende het neoconservatieve “realisme”, dat conservatieven aan een overdaad van mogelijke metafysica's lijden en een slingerpad bewandelen tussen een realisme dat de slechtste kanten van menselijke en andere naturen als ankerpunten neemt, en een idealisme dat blind is voor alles behalve de weerspiegelingen van zijn eigen dromen (p 129). Neiman beschrijft ook het realisme van Edmund Burke dat volgens haar typisch is voor het conservatief realisme: “Zoals de meeste conservatieven maakt Burke gebruik van de retorische kunstgreep om zijn visie niet zozeer als een visie maar als een mix van gezond verstand en nuchtere observatie te presenteren. Ideeën en ideologieën zijn iets voor progressieven; conservatieven zijn simpelweg realisten die zich tevreden stellen met erop te wijzen hoe de wereld nu eenmaal in elkaar steekt. Het genoegen waarmee Burke de 'bazelaars en avonturiers' belachelijk maakt, verbergt op effectieve wijze dat zijn positie eveneens stoelt op een specifieke en invloedrijke metafysica met haar eigen karakteristieke opvatting over de menselijke natuur.” ( p 137) Neiman is Kant-specialiste en zij voert Kant aan tegen Burkiaanse nieuw-realisten: “Een jaar nadat Burkes boek over revolutie was verschenen, publiceerde Kant zijn antwoord in een pamflet genaamd 'Over de gemeenplaats: dat kan in theorie wel juist zijn, maar deugt niet voor de praktijk'. (....) Kant schreef dat conservatieven zoals Burke karig zijn met hun argumentatie maar scheutig met hun 'voorname hooghartige toon'. Ze menen ermee te kunnen volstaan radicale standpunten te bespotten zonder die van henzelf te bevragen. Erger nog is dat ze niet opmerken in welke mate onze ervaring is geconstrueerd - en vaak opzettelijk - ter bestendiging van een maatschappelijk systeem dat precies die mensen begunstigt die het als onvermijdelijk bestempelen. ` (p 137) Net als Boukje Prins ("Voorbij de onschuld") en met Kant zegt Neiman, dat de sociale werkelijkheid niets is is dat onafhankelijk van de mens bestaat, maar gemaakt wordt: “Van nog groter belang is dat degenen die zichzelf realist noemen op verschillende manieren over het hoofd zien dat je de werkelijkheid op meer dan één manier kunt bezien. je visie op de werkelijkheid bepaalt je visie op wat je in die werkelijkheid tot stand kunt brengen.”( p 138) Neiman pleit met Kant voor een idealisme dat de spanning tussen ideal en werkelijkheid vasthoudt. Zij keert zich zowel tegen plat realisme alsook tegen puur idealisme. Zij pleit voor een leven tussen ideaal en werkelijkheid, waarbij de werkelijkheid niet simpel kan worden waargenomen, omdat mensen de werkelijkheid altijd “door een bril” zien, en waar ook de idealen niet makkelijk bereikbaar zijn (zoals de neoconservatieve nationalistisch-populistische idealen) maar geduld en een grote tolerantie voor frustraties eisen. -------------------------------------------------------------------------------- --------------------------------------------------------------------------------
Scepsis en hoop- Peter Sloterdijk over de islam/ Het heilig vuur
maandag 17 augustus 2009 13:53 door Maria Trepp Tags: derde weg, hermeneutiek, religie, islam, bernard lewis, het heilig vuur, peter sloterdijk, nasr abu zayd
Peter Sloterdijk is voor mij de belangrijkste denker. Zijn “Kritiek van de cynische rede” heeft mij diep beïnvloed en is de grondslag van mijn handelen en denken. Het Passage(n)project is in feite een poging om Sloterdijks neo-Nietzscheaanse filosofie en Vrolijke Wetenschap in de praktijk te brengen. Sloterdijk sluit in zijn schriften ook sterk aan bij Walter Benjamin, die het Passagenproject de naam heeft gegeven. Sloterdijk publiceert regelmatig over religie. Zijn boek “Het heilig vuur, Over de strijd tussen jodendom, christendom en islam” biedt een schat aan provocerende beschouwingen. Wat ik bijzonder interessant vind bij Sloterdijk dat is dat hij een meedogenloze kritiek op de islam a la Bernard Lewis combineert met een zeer gedifferentieerde visie op de ontwikkeling van de islam, die helemaal niet op de lijn ligt van Lewis en de neocons. In “Het heilig vuur” gaat het in de kern om de “domesticatie van jodendom, christendom en islam in de geest van de goede samenleving” ( p 118). In de eerste plaats ziet Sloterdijk, net als de neocons, de islam als een militante godsdienst, die historisch gezien militanter was dan het christendom: “De plicht om te groeien was aan deze godsdienststichting [de islam] niet minder inherent dan aan de zendingsopdracht van Paulus, met dit verschil dat de politiek-militaire dynamiek hier a priori een onlosmakelijke eenheid vormde met de religieuze. Mohammed knoopte aan bij de verscherping van het post-Babylonische jodendom, die voortleefde in de fanatieke toespitsing van Paulus, en ontwikkelde vanuit deze richtlijnen een integraal militantisme.”( p. 71) “De constitutieve rol van de militaire factor wordt bevestigd door het feit dat binnen de canonieke geschriften over de profeet een aparte groep, de zogenaamde maghazi-literatuur, over niets anders gaat dan de veldtochten van Mohammed.”( p. 71) “De islamitische geloofsijver wordt van meet af aan gekenmerkt door de vroomheid van de zwaardridder, ondersteund door een rijk opgetuigde mystiek van het martelaarschap.”( p 76) “Wat zich afspeelt in de islamitische gebedshuizen, deze gymnasia van de godsvrucht, dient dus niet alleen om het geloof tot uitdrukking te brengen. De betrokkenheid op het transcendente, die dagelijks met lichaam en ziel wordt gevierd, heeft evenzeer het effect dat men in vorm blijft voor projecten van heilige strijdbaarheid. In ethisch en pragmatisch opzicht is de islam er met deze voor alle moslims geldende plicht tot het rituele gebed in geslaagd om het leven van alledag volkomen te laten doordringen door het heilig vuur. De allerhoogste plicht is geheugenactiverende fitness: deze staat gelijk met de geest van de wet zelf. “ ( p 72) Toch maakt zich al meteen een bepaalde ironie geldend als Sloterdijk schrijft: “De explosieve uitbreiding van de islam in de anderhalve eeuw na de dood van de profeet behoort ontegenzeglijk tot de politiek-militaire wereldwonderen, en wordt alleen overtroffen door de in omvang en intensiteit nog belangrijker uitbreiding van het Britse wereldrijk tussen de zeventiende en de negentiende eeuw. Dat deze razendsnelle, zij het regionaal begrensde wereldverovering werd gevoed door de authentieke intenties van de islam en zijn Heilige Schrift, kan geen ogenblik betwijfeld worden.” ( p 72) Volstrekt anders dan Bernard Lewis en de neocons, die de islam vanuit een apocalyptische visie benaderen, kijkt Sloterdijk in de toekomst: “Omstreeks 2050 zullen ontwikkelde Europeanen bij het zien van de chronische stuiptrekkingen van islamitische 'maatschappijen' misschien af en toe moeten terugdenken aan de strijd uit de periode van de reformatie -meer nog echter aan de antimoderne koppigheidsfase van het katholicisme, die duurde van 1789 tot aan het Tweede Vaticaans Concilie en die, zoals we ons nog altijd met verbazing voor de geest halen, tot voordeel van alle betrokkenen eindigde met de verzoening tussen theocentrisme en democratie. “ ( p 79) Centraal in de beschouwing van Sloterdijk is dat hij af wil van het Zwart-Wit denken; van het of-of–denken, dat in de logica “Tertium non datur” wordt genoemd. “Tertium datur”: er is een derde weg, dat is Peter Sloterdijks credo, of liever gezegd, misschien is die derde weg er nog niet, maar we gaan hem bouwen. “Meerwaardigheidsdenken” noemt Sloterdijk deze derde weg. Zwart-wit-denken (= binair denken) kent maar twee toestanden; zwart en wit; goed en kwaad; terwijl meerwaardigheidsdenken een scala van grijs kent en zoekt. Over het meerwaardigheidsdenken in de islam schrijft Sloterdijk: “Ook op het terrein van de monotheïstische geloofsijver zijn er redenen voor de overgang naar het meerwaardige denken. Juist de islam, die verder toch vooral bekendstaat om zijn hartstocht voor de strikte eenwaardigheid, heeft een exemplarische doorbraak bereikt naar het scheppen van een derde waarde. Dit gebeurde toen voor de aanhangers van de boekreligies de dwang werd opgeheven om te kiezen tussen de Koran of de dood. Met de invoering van de dhimmi-status, die in feite een onderwerping zonder bekering betekent, ontstond er een derde mogelijkheid tussen het ja en het nee tegen de moslimgodsdienst. Dit wordt soms verkeerd opgevat als een vorm van verdraagzaamheid-dat begrip is tamelijk onislamitisch, en ook tamelijk onkatholiek-, terwijl het eerder als een primitieve uiting van meerwaardig denken moet worden beoordeeld. Voor de onderworpenen betekende dit hetzelfde als overleven, voor de onderwerpers betekende het de ontdekking van een mogelijkheid om de plicht tot massamoord te ontlopen.” ( p 106) Als disciplines die het officiële meerwaardige denken hebben voorbereid, noemt Sloterdijk vooral “het principe van de trapsgewijze hiërarchische ordening en de negatieve theologie [...] , daarnaast ook de hermeneutiek als kunst van het meerzinnige lezen en last but not least de ontwikkeling van de monotheïstische humor. “ ( p 110/111) Vooral de nadruk op de hermeneutiek is voor mij belangrijk, omdat de hier vaak genoemde oud-Cleveringa-hoogleraar Nasr Abu Zayd degene is die de hermeneutiek op de islam toepast. (zie mijn blog Verlichting in het Islamitisch denken) Sloterdijk: “De vormen van hermeneutiek, zoals die in de omgang met de heilige geschriften ontwikkeld worden, kunnen eveneens gelden als leerschool voor meerwaardig denken. Dit komt vooral door de omstandigheid dat de beroepsmatige schriftuitleggers zich met een gevaarlijk alternatief geconfronteerd zien. Het handwerk van het interpreteren vraagt uit zichzelf alom derde wegen, want zodra het goed en wel begonnen is, komt het voor de onaanvaardbare keuze te staan om de goddelijke boodschap ofwel te goed, ofwel te slecht te begrijpen. Beide opties zouden noodlottige consequenties met zich meebrengen. Zou de uitlegger het heilige boek zo goed begrijpen als alleen de schrijver dat zou kunnen, dan zou hij de indruk wekken God op de schouder te willen kloppen en verklaren het geheel met hem eens te zijn-een pretentie die de hoeders van heilige tradities niet bepaald appreciëren. Zou hij het daarentegen in strijd met de consensus begrijpen, of sterker nog het boek volstrekt duister of onzinnig vinden, dan zou er wel eens demonische verstoktheid in het spel kunnen zijn. In beide gevallen voldoet de uitlegger niet aan de norm en stelt hij zich bloot aan de reactie van de orthodoxie, die zoals bekend nooit kleinzerig was wanneer het erop aankwam ketters te laten zien wat de grenzen zijn. De religieuze hermeneutiek is dan ook a priori op het tussengebied tussen twee vormen van godslastering aangewezen en moet zich daar in evenwicht zien te houden. In geen andere situatie is er een beter motief om voor een derde mogelijkheid te kiezen. Als je niet zodanig met de bedoelingen van de schrijver mag versmelten dat je de indruk wekt hem beter te begrijpen dan hij zichzelf bij het dicteren van de tekst begreep, maar ook zijn boodschap niet zo mag miskennen alsof hij een vreemde was die ons niets te zeggen heeft, dan is het uitwijken naar een middenpositie voorspelbaar. Het tussenrijk van de uitlegging is de vertrouwde omgeving voor het zoeken naar een juist begrip van de heilige tekens; principiële onvolmaaktheid biedt voor zulk begrip alle kans. Ik hoef niet omstandig uit te leggen dat deze arbeid in de schemering van een altijd slechts gedeeltelijk onthulde betekenis bij uitstek geschikt is om het extremisme te breken “(p 112/113) -------------------------------------------------------------------------------- -------------------------------------------------------------------------------- Nietzsche en het antisemitisme
woensdag 28 januari 2009 21:44 door Maria Trepp Tags: antisemitisme, nietzsche, rüdiger safranski "Nietzsche was zijn gehele leven
aan een vloed van antisemitische propaganda blootgesteld: van de zijde van
zijn zuster en zijn zwager, Bernhard Förster, een prominent vertegenwoordiger
van de Duitse antisemitische beweging, die na een schandaal in een tram,
waarbij hij joodse passagiers had mishandeld, naar Paraguay emigreerde om
daar de teutoonse kolonie 'Nueva Germania' te stichten; van de zijde van
Wagner; van zijn uitgever Schmeitzner en van lieden die hem de Antisemitische
Korrespondenz toezonden. Hierin ligt ongetwijfeld mede de verklaring voor
zijn voortdurende bestrijding van dit gif. " Nietzsche: "'Het hele
probleem van de joden bestaat alleen binnen de nationale staten, in zover hun
daadkracht en grotere intelligentie, hun in een lange lijdensschool van
generatie op generatie opgestapeld geestes- en wilskapitaal, hier wel overal
in een afgunst en haat opwekkende mate het overwicht moet verkrijgen, zodat
de literaire onhebbelijkheid in alle naties van vandaag de overhand neemt -
en wel méér naarmate deze zich weer nationaal gedragen -, om de joden als
zondebok, voor alle moelijke openbare en innerlijke misstanden naar de
slachtbank te leiden.' -------------------------------------------------------------------------------- --------------------------------------------------------------------------------
Nihilisme en transcendentie Een geliefd scheldwoord van de neocons voor hun vijanden is “nihilist”. Ellian en Cliteur veronderstellen in het voetspoor van Leo Strauss, dat “de“ postmodernen of multiculturalisten geen waarden en normen hebben. Zou men mij een nihilist noemen, dan ben ik het daarmee niet helemaal oneens. “Nihilisme” betekende namelijk oorspronkelijk haat tegen verstikkende en hypocriete burgerlijke conventies (dit heb ik van Michael Ignatieff, The lesser evil, p. 115; een belangrijk boek over politiek en nihilisme). Peter Sloterdijk: Kritiek van de cynische rede “Kritik der zynischen Vernunft"; met dat boek bracht Peter Sloterdijk de filosofenwereld even in beroering- aan het lachen.” […] “Uitgangspunt voor Sloterdijk is de impasse waarin de maatschappijkritiek – de Kritische Theorie van de Frankfurter Schule- momenteel beland is. Nooit is de impuls tot kritiek zo sterk overmand geweest door onmacht, onverschilligheid, verlammende onlustgevoelens. ‘In ons denken is geen vonkje meer van verheven gedachtegangen, van de extase van het inzicht. We zijn verlicht- ‘aufgeklärt’- we zijn apathisch.’ “ (Sloterdijk geciteerd na Rob Devos) Zie mijn bestandje met belangrijke citaten uit Peter Sloterdijk, Kritiek van de cynische rede, klik hier. Alfred Rosenberg en Nietzsche Alib schreef over de nazi Alfred Rosenberg . Ik zal hier in aansluiting aan de Leidse wetenschapper Jaap Hagen ("Nietzsches weerklank in Nazi-Duitsland") een paar belangrijke uitspraken van Rosenberg over Nietzsche aanhalen. Rosenberg is een van de nazi’s die Nietzsche ( ten onrechte) als nazi te beschouwden:
Vertalen Duits Vertaalbureau Duits
|