De oorspronkelijke bijlage downloaden

Eindelijk is het dan zo ver. Woensdag 9 april 2008: we zullen Jan van Frieslands magnum opus ‘Het Evangelie van Caesar’ gaan bekijken. Wij zijn ondergetekende en Maria Trepp, met wie ik in contact ben gekomen door een volkskrantblog die zij eerder aan de film wijdde.

De bijna 2 uur durende documentaire over Francesco Carotta en diens Jezus=Caesar-theorie zal die avond worden vertoond in de aula van het Piter Jelles Gymnasium in Leeuwarden, met discussie na. De reden voor deze vertoning is dat leraar oude talen aan het PJG, mr drs Gerard Janssen, en zijn klas een prominente rol spelen in de film. Janssen is helemaal “in Carotta”, zoals hij eerder “in Wilkins” schijnt te zijn geweest en zijn leerlingen toentertijd dus waarschijnlijk vertelde dat Circe in Zierikzee of Biggekerke woonde. 

Anton van Hooff zal er ook zijn en we hebben afgesproken om eerst wat te eten. Maria en Anton kennen elkaar via het politieke blog- en columncircuit. Anton en ik kennen elkaar vanaf begin 2003, toen wij beiden, onafhankelijk van elkaar – en in eerste instantie ook onwetend van elkaar – vuur spoten toen Prof. dr Paul Cliteur zich in Buitenhof uiterst lovend over Carotta’s “these” had uitgelaten en deze op gelijke hoogte stelde met de wetenschappelijke ontdekkingen van Darwin en Galilei. Anton schreef over het bijgeloof der atheïsten en ik dat René Diekstra voor minder was ontslagen. Het kostte Carotta aanzienlijk meer tijd en moeite om uit te vinden dat Anton en ik niet, dan dat Jezus en Caesar wel één persoon waren. 

Voor de maaltijd hebben we ook Rutger uitgenodigd, een van de leerlingen die zich, blijkens een verslag in de Leeuwarder Courant, wél kritisch had uitgelaten. Dankzij hem weten we ook van het bestaan van deze avond, want hoewel zowel Anton als ik uitvoerig hebben gecorrespondeerd met Janssen en de school en hebben aangeboden een publiek debat te voeren, zijn wij niet uitgenodigd of op de hoogte gesteld.

Rutger vertelt hoe hem en de klas was voorgespiegeld dat zij meewerkten aan een evenwichtige documentaire en hoe teleurgesteld hij was geweest toen hij merkte dat vrijwel al zijn kritische opmerkingen waren weggesneden en hij nu slechts figureerde in een lofzang op Carotta. 

Wanneer we om tien over zeven de nog vrijwel lege aula binnenkomen lijkt de conciërge bezig met het instellen van de beamer. Het blijkt Gerard Janssen te zijn en als even later ook Jan van Friesland en Tommie Hendriks binnenkomen zijn zowel  de voltallige “Nationale Carottasekte” als de voltallige “Nationale Carottabestrijding” aanwezig.

(Voor wie het niet weet: Tommie Hendriks is de man die Jan van Friesland met het werk van Carotta in contact bracht. “Hij deed zijn trui open en liet mij zo dat boek zien”, herinnerde Jan zich tijdens een interview op ‘Het Gesprek’, wat interviewer Gijs Groenteman nog een spontaan kirrend “Gátver” ontlokte). 

Tegen half acht is de zaal goed vol en de sfeer gemoedelijk. Anton praat alvast honderd uit voor het handcameraatje waarmee Jan de hele avond filmt. Ook de voorzitter van de avond, geschiedenisleraar E. Hooijmaaijer heeft er zin in.

Mogelijk ondersteunt de browser de weergave van deze afbeelding niet.

Alleen Gerard Jansssen is minder op zijn gemak en is duidelijk zenuwachtig wanneer hij de film moet inleiden. Hij heeft besloten dat de aanval de beste verdediging is, want halverwege zijn betoog verrast hij ons met de favoriete Carottatantra: “dat een wetenschapper zich onsterfelijk belachelijk heeft gemaakt door kritiek te leveren voor hij het boek gelezen had”. Anton: “Hoe heette die wetenschapper?”. Janssen: “Voorzitter mag ik verder gaan”. Ik: ”Volgens mij heette die Anton van Hooff of zoiets”. Anton: “Hier zittie”.  

Dan volgt de film. Deze is, om in de sfeer van het onderwerp te blijven, een ware lijdensweg. De beginscène ziet eruit alsof ze is opgenomen met hetzelfde cameraatje dat Jan deze avond bij zich heeft. Het commentaar is ingesproken door Jan “Misjelansjelo” van Friesland zelf. Kennelijk is het met steun van de VARA en het CoBOfonds (Co-productiefonds Binnenlandse Omroep), vergaarde budget vooral besteed aan de als rode draad fungerende reisavonturen van Francesco en zijn maatje, de Spaanse dorpspastoor Pedro García González. Van de door Jan in kranteninterviews en op radio en TV beloofde “vooraanstaande internationale wetenschappers” die Carotta daadwerkelijk steunen ontbreekt elk spoor. We krijgen weer alleen de obscure Griekse linguïst en Carottadiscipel van het eerste uur Fotis Kavoukopoulos voorgeschoteld.

O ja, en dan is er natuurlijk mr drs Gerard Janssen, Plutarchusvertaler en docent oude talen en klassieke culturele vorming aan het Piter Jelles Gymnasium, met zijn door Bachs Mattheuspassion opgevrolijkte les over Carotta. 

Grootste afwezige in de film is natuurlijk rechtsfilosoof Prof. dr Paul Cliteur en dat terwijl diens vergelijking met Darwin en Galilei toch zo prominent staat afgedrukt in Jans persbericht bij de film. Ook de andere twee herauten van het Carottiaanse heil, Cliteurs collega rechtsfilosoof Prof. dr Andreas Kinneging en historicus Thomas von der Dunk, schitteren door afwezigheid. In plaats daarvan moeten we het doen met een aantal diepte-interviews met wetenschappelijke coryfeeën als de verkoper uit de souvenirwinkel bij het Vaticaan en een lief oud dametje, dat Carotta’s levensgezellin blijkt te zijn. 

De film, waarover elders meer, is veel te lang, ontbeert vaart en structuur en gaat uit als een nachtkaars. Gelukkig is de discussie in de pauze gepland, op het moment dat iedereen nog enigszins wakker is. Drie leerlingen mogen plaats nemen achter een tafel en kort hun mening geven.

Mogelijk ondersteunt de browser de weergave van deze afbeelding niet.

De eerste, ...., wordt opgevoerd als aanhanger, de laatste, Rutger, als tegenstander. De middelste, Joep, zou een middenstandpunt innemen, maar ontpopt zich als Janssens grootste fan en verdediger.  

Na de leerlingen is de zaal aan de beurt, Anton van Hooff voorop. Éénmaal grist Janssen hem van achteren de microfoon uit de hand voor een, naar ik inmiddels begrepen heb, foutieve grammaticale interventie en verder is het vooral Joep die voor zijn leraar de kastanjes uit het vuur probeert te halen.

Als ik voorstel om de discussie voort te zetten op het schoolforum, is Janssen opeens bij de les en roept, net als eerder in onze mails, dat hij niet wil discussiëren met iemand die Caesar een “Punische kruisiging” toebedeelt.

En, net als in onze mails, repliceer ik dat ik enkel schreef dat het omhoog steken en ronddraaien van een wassen pop weliswaar het makkelijkste gaat door er rectaal een stok in te steken, maar dat ik aanneem dat men uit piëteit wel zoiets als een stok met een beugel voor onder de oksels zal hebben gebruikt. Maar omdat ik er nu echt zin in krijg, voeg ik toe dat, gezien Caesars genocide op de Helvetiërs, een Punische kruisiging mij overigens wel terecht zou hebben geleken.

Oeps, dat had ik niet mogen zeggen, want Hooijmaaijer ontneemt mij de microfoon. Zulke taal wordt niet gewaardeerd op het Piter Jelles Gymnasium in Leeuwarden. Na afloop spreekt ook de directrice, mevrouw Van der Putten, mij hierop nog aan en mag Joep van haar, als braafste jongetje van de klas, iets zeggen over respect e.d. Zijn beste vriendje maakt ondertussen een vervolgafspraak met Tommie Hendriks, zodat ik vrees dat het nog niet gedaan is met de de Carottagekte op het PJG. 

Voor een verdere discussie wil Van der Putten haar school niet lenen, maar dan wordt het toch nog even interessant als ze vraagt: “Waar maken jullie je toch zo druk over, het is toch gewoon de zoveelste Von Däniken? Voor het argument dat Van Friesland haar school belachelijk heeft gemaakt met zijn uitlatingen in de pers dat de theorie nu al bij haar wordt onderwezen, is zij niet gevoelig. Ook Von Däniken zou van harte welkom zijn om zijn onzin op haar school te presenteren. 

En zo eindigt de avond met een bevestiging van wat vooraf al te vrezen viel: dat op het Piter Jelles Gymnasium te Leeuwarden charlatans meer ruimte krijgen dan serieuze wetenschap. 

Bernard Vermet 

Voor een inhoudelijk commentaar op de film en voor mijn discussie met leraar oude talen Gerard Janssen: zie ................