De oorspronkelijke bijlage downloaden

Discussie Gerard Janssen en Bernard Vermet

DEEL 2 

Van: Vermet

Verzonden: vrijdag 28 december 2007 20:55:11

Aan: Janssen 

Geachte Heer Janssen, 

Op 4 december j.l. schreef u: 

“Voor de Divus Iulius cultus verwijs ik u naar een zeer gedegen boek van St.Weinstock, Oxford, 1971, die geheel onafhankelijk van Carotta (want 25 eerder) tot dezelfde conclusies komt als hij aangaande de passages bij Suetonius en Appianus over het kleed op de paal, het oppakken van het kleed met een lans en het op een tropaeum meegevoerd en tentoongesteld wasfiguur. Het moet om een en dezelfde actie zijn gegaan. (pg. 346 ev. The funeral) De zo verguisde kruisiging avant la lettre van Carotta is hiermee door derden bevestigd.” 

en op 20 decemer j.l. voegde u daar het volgende aan toe:  

“Ik heb u verwezen naar Weinstock, een boek dat u eens grondig moet lezen, die alle bronnen bespreekt en de juiste volgorde aanbrengt. Carotta heeft op basis daarvan een geweldige reconstructie gegeven. U wilt daar kennelijk niet in geloven, hoewel de wetenschappelijke juistheid van de reconstructie boven alle twijfel verheven is.” 

om vervolgens te eindigen met: 

Ik daag u dus uit uw reconstructie te geven met gebruikmaking van alle klassieke bronnen. Ik zie met belangstelling naar uw scriptie uit en zal tot dan toe het zwijgen er toe doen.” 

Nu moet men mij nooit uitdagen, want dan ga ik pas echt los. Dus als het vragen om een “scriptie” bedoeld was om op elegante wijze van mij af te raken, dan moet ik u teleurstellen. In dit geval ben ik er zelfs eens extra voor gaan zitten om álle elementen uitvoerig te behandelen.

Daarbij heeft in belangrijke mate meegespeeld dat ik de afgelopen vijf dagen gedwongen heb moeten doorbrengen in gezelschap van familie, zodat een geregelde vlucht naar mijn laptop de enige mogelijkheid was om deze kersthel te overleven. 

Welnu, daar gaan we dan: 

I

Allereerst uw opmerkingen dat Weinstock “geheel onafhankelijk van Carotta (want 25 [jaar] eerder) tot dezelfde conclusies komt als hij aangaande de passages bij Suetonius en Appianus over het kleed op de paal, het oppakken van het kleed met een lans en het op een tropaeum meegevoerd en tentoongesteld wasfiguur [schrijft]” en “Het moet om een en dezelfde actie zijn gegaan”. 

Dit is zó ver bezijden de waarheid, dat ik mij serieus  afvraag of u zélf Weinstock wel hebt gelezen.

Onderstaand een overzicht van alle relevante passages: 

p. 350:

“Torch-bearers and freedmen … preceeded the couch, on which normally the corpse was lying or reclining; this time it was hidden inside and represented outside by an image in wax.{note: zie below p. 360}” 

Dit laatste, dat het lichaam van C. in een kist lag met daar bovenop een wasfiguur, staat noch bij Suetonius, noch bij Appianus, maar is een premisse van Weinstock, waar hij op p. 360 verder op ingaat. 

p. 351:

“and Caesar’s robe was hung on a pole which was somehow attached to the shrine. {note: see below p. 653} This is an extraordinary feature of the funeral, recorded only by Suetonius – the robe with the pole is found in a different form in Appian – and will require serious attention. {note: see below p. 653}” 

Aan het eind van W’s beschrijving van de oratio en hymne volgt: 

p. 353:

“He [Anthony] then uncovered Caesar’s body, lifted his robe, torn and red with blood, with a spear. {note: App. BC 2. 146. 610: euphorootata …}  

en na het optreden van de 2 koren en de Pacuvius en Electra citaten volgt: 

“Someone then raised an image of Caesar made of wax above the bier and turning it round by a mechanical device showed all the wounds. {note: App. BC 2. 147. 612: anestge tis huper …}”. 

Merk op dat Weinstock zich hier blijkens de noten volledig op de tekst van Appianus baseert. Een andere bron is er dus niet. Hij citeert Appianus zelfs letterlijk als hij zegt “he then uncovered Caesar’s body, dus niet C’s wax image.

Dit is in tegenspraak met W’s premisse van p. 350 dat C’s lichaam in een dichte kist lag met daarop een wasfiguur.

Inderdaad veronderstelt W dat hier iets niet klopt: 

p. 354:

“What should one think of this narrative. It was certainly not invented by Appian or Asinius Pollio. One is inclined to object to the repetitions. 

Waarna W een aantal voorbeelden geeft uit de verschillende verslagen van de oratio. Maar dan komt hij, nog stééds sprekend over de “repetitons”, aan de scène waar het ons hier om gaat: 

“It is a more serious point that Anthony first exhibited the robe and then someone else the wax figure, both having the same function. We cannot choose between the two items.” 

Anders dan Carotta en anders dan u suggereert, trekt W. hier dus niet de conclusie dat het om één en dezelfde scène gaat, maar dat hij tussen beide moet kiezen.

De énige conclusie die hij trekt luidt: 

“The robe on the top of the spear corresponds to the robe on the pole in Suetonius’ record; {note: see below p. 360}  

Daarna zegt W andermaal dat zo’n wasfiguur normaal niet bedoeld was om de wonden te laten zien: 

“and the wax image was an important feature of such funerals, though, as we shall presently see, it had a different function. {see below p. 360f}.” 

Voor W vormen het tonen van de mantel en van de wasfiguur een hinderlijke herhaling: “both have the same function”, namelijk het visualiseren van de gruwelijkheid. Anders dan Carotta suggereert hij niet dat het om dezelfde handeling gaat, maar dat hij, zoals gezegd, tussen beide moet kiezen en dat het, zoals volgt, om een samenvoeging van twee verschillende bronnen zou kunnen gAan:

“The difficulty would be resolved if Appian’s record rested not only on the facts of history as told by Asinius Pollio but also on a Praetexta called Iulius Caesar. There is no evidence about such a play, but it is not impossible that it existed, considering that there was a praetexta by Curiatus Maternus about Cato.” 

Niet één gebeurtenis, zoals bij Carotta, maar twee, uit verschillende bronnen, de één historischer dan de ander, dát is wat W vermoedt.

En dan volgt nog een opmerkelijke opmerking in een noot: 

“However critical one may be of this narrative, {note: It is, e.g., unlikely that Anthony uncovered the body ... [lit.opgave]: as a priest – he was an auger – he was not allowed to see it, ... [lit.opgave]} it is clear that it contains a great deal of reliable information”. 

De opmerking dat MA geen lijk mocht zien refereert andermaal aan W’s premisse dat C in een dichte kist lag. Dat laatste komt uiteindelijk weer aan de orde op p. 360, waar W. eerst een paar voorbeelden op schilderingen en reliëfs beschrijft met een lijk op een draagbaar en dan vervolgt: 

p. 360: 

“Caesar’s couch will have been similar, though it was of gold and ivory and in other respects too more sumptuous; but there was a fundamental difference. His body could not be seen as it was hidden underneath in a coffin; on the couch there was his wax image instead. {note: App. BC 2. 147. 612 (above p. 353. 8)}” 

Merk op dat de noot alléén verwijst naar de tekst van Appianus, die duidelijk over C’s soma spreekt en nergens over een kist. Dat C’s lichaam in een kist lag is W’s eigen premisse, een premisse waarvoor hij vervolgens argumenten zoekt: Tacitus refereert aan een oud gebruik “of placing an effigy on the couch” en ook als er geen lijk was ging men daartoe over (funus imaginarium).  En dan verwijst W naar Sulla’s funeral: 

p. 360/1:

“But as we have seen at Sulla’s funeral, his image carved in wood was carried on a special bier: {Plut. Sulla 38. 3 (above p. 349. 5)} this is certainly relevant evidence.”  

Dit is vreemd, want als we p. 349 erbij halen, dan lezen we daar: 

p. 349:

“They (de “exhibits” uit de stoet) also included the spices given by the matrons; there was so much of these that statues of Sulla and of a lictor were carved of the wood of a  francinsence- and a cinnamon-tree and carried around on a special barrow, a strange feature of the procession to which we shall have to return. {Plut. Sulla 38. 3: ...; below, pp. 360f}” 

Het lijkt er dus op dat we hier niet te maken hebben met de figuur op de baar, maar met een andere afbeelding in de stoet, temeer daar zij in één adem wordt genoemd met de afbeelding van een lictor.

Bovendien schrijft W. in zijn beschrijving van Sulla’s stoet vlak vóór deze scène: 

“His body was brought on a richly decorated couch from Puteoli to Rome. …” 

en vlak ná  deze scène: 

“The corpse was exhibited in the Forum ...” 

Kortom, W. maakt er hier, lijkt mij, een potje van. Maar zijn bron is Plutarchus, dus u, meneer Janssen,  lijkt mij dé persoon bij uitstek om dit te controleren. 

Terug naar p. 361, waar W vervolgt: 

p. 361.

“Later a wax image was a constant feature of imperial funerals. ... The wax image is explicitly recorded for Augustus and Pertinax, also that Augustus’ body was hidden below in a coffin.” 

NB: Later a wax image was a constant feature of imperial funerals” en Augustus’ body was hidden below in a coffin”

W. vervolgt: 

“ ... No source explains why the image was used; at the funus imaginarium it had the function of representing the missing corpse. One might say accordingly that it also represented the dead man whenever, as at Caesar’s funeral, the corps could not be shown.” 

NB: Andermaal doet W. het voorkomen alsof het vanzelf spreekt dat Caesar’s lichaam niet getoond kon worden (de premisse van p. 350), om te vervolgen: 

“If so the function was to represent Caesar and not his wounds, nor was it provided with a mechanical device so that it could be turned around. {note: App. BC 2. 147. 612 (above p. 358.8)}” 

Ook hier is duidelijk dat W. niet “geheel onafhankelijk van Carotta tot dezelfde conclusies komt”. Daar waar FC van alle gegevens één scène probeert te maken, daar lijkt W te suggereren dat niet alle gegevens met elkaar te verenigen zijn. Over wélke gegevens dan niet historisch zouden zijn doet hij geen absolute uitspraak, maar dat zijn liefde niet ligt bij een open-lucht-lijk en een “mechanical devise” met bloederige wasfiguur, is wel duidelijk.  

Nérgens wordt door W. ook maar de suggestie gewekt dat de wasfiguur aan het tropaeum, laat staan aan een kruis, zou hebben gehangen. 

Kortom, uw bewering van 4 december j.l. dat met het boek van W “de zo verguisde kruisiging avant la lettre van Carotta ... door derden bevestigd” is, is pertinent onjuist.  

Op zich zou ik het hierbij kunnen laten, maar nu dat we toch bezig zijn, is het ook nog wel aardig om te kijken of W gelijk heeft met zijn stelling dat het lichaam van C

in een gesloten kist moet hebben gelegen. Misschien dat daar zwaar wegende argumenten voor te geven zijn, maar W zelf geeft die in ieder geval niet.

Sterker, zijn verslag biedt volop mogelijkheden om  daar grondig aan te twijfelen: 

p. 350:

“Torch-bearers and freedmen … preceeded the couch, on which normally the corpse was lying or reclining; this time it was hidden inside and represented outside by an image in wax.{note: zie below p. 360}” 

Dus “normally“lag het lichaam op de bank, maar “this time” niet. Voor de keizers, zoals Augustus, mag het dan wellicht ondenkbaar zijn geweest dat hun lichaam zelf werd getoond, maar voor ieder ander, in ieder geval tot aan de tijd van Caesar was dat kennelijk niet het geval.  

W’s premisse berust op de hypothese dat C’s funeral wel geleken zal hebben op die van Augustus, bijna zestig(!!) jaar later! Dit blijkt uit W’s reconstructie van de begeleidende riten: 

p. 356:

“The last decrees of 45 and 44 were intended to create a cult for Caesar; and the rites of the funeral will have been designed accordingly. So there must have been a plan. What it was can to some extent be reconstructed with the help of some Caesarian evidence, of precedents, Greek and Roman, and of what was done later for Augustus and his successors, assuming that it was based on the ritual created for Caesar. It is possible, even probable, that Caesar’s funeral would be seen to be the model for that of Augustus right to the end, had it been held on the Campus Martius as was planned.” 

“Assuming that it was based on the ritual created for Caesar”! Het is dus niet meer dan een aanname. Het is volgens W “mogelijk”, zelfs “waarschijnlijk”, maar waarom dat zo is maakt W niet duidelijk. Het lijkt voor W een conditio sine qua non te zijn voor het “opstarten” van de Caesarcultus: 

“And yet, as we shall see presently, a cult was begun immediately after the funeral. We must therefore review the procedure again to see whether it was carried out in such a way that it could lead to the creation of a cult.” 

“Carried out in such a way that it could lead to the creation of a cult”??? Alsof, bij de overhaaste en deels spontane gebeurtenissen een fout in de organisatie de deïficatie in de weg zou hebben gestaan??!!

Raaarrrr.

Ook de opmerkingen, op p. 361, geven geen aanleiding te veronderstellen dat het vervoeren van C in een dichte kist een vaststaand feit zou zijn: 

p. 361:

“Later a wax image was a constant feature of imperial funerals. ... The wax image is explicitly recorded for Augustus and Pertinax, also that Augustus’ body was hidden below in a coffin.”

en:

“The conclusion is obvious: the lectus of all emperors, or at least of those who were to be consacrated, beginning with Augustus, were placed in such a shrine.”  

W’s énige concrete argument is dat MA als augur geen lijk mocht zien. En dat nu lijkt mij niet écht zwaarwegend, zeker niet als men zich bedenkt dat C, als nog iets veel hogers dan augur, eigenlijk geen eens een leger mocht zien (zo las ik recentelijk). Dat zou  betekenen dat hij heel Gallië veroverd moet hebben met een zak over zijn hoofd. 

II

Bezien we met deze wetenschap nogmaals de beschrijvingen van Suetonius en Appianus: 

Suetonius:

[A:]

When the funeral was announced, a pyre was erected in the Campus Martius  near the tomb of Julia, and on the rostra a gilded shrine was placed, made after the model  of the temple of Venus Genetrix; within was a couch of ivory with coverlets of purple and  gold, and at its head a pillar hung with the robe in which he was slain.

[B:]

... [declamatie, oratio e.d., gevolgd door:]

[C:]

The bier on the rostra was carried down into the Forum by magistrates and ex-magistrates; and while some were urging that it be burned in the temple of Jupiter of the Capitol, and others in  the Curia of Pompeius, on a sudden two beings [cf. the apparition at the  Rubicon] with swords by their sides and brandishing a pair of darts set fire to it with  blazing torches ...” 

Appianus:

[A1:]

When Piso brought Caesar's body into the Forum a countless multitude ran together with arms to guard it, and with acclamations and magnificent display placed it on the rostra.

[B1:]

Wailing and lamentation were renewed for a long time; the armed men clashed their shields. Antony, ... having been chosen to deliver the funeral oration... spoke thus: "...”

Then he began to read .... With each decree, Antony turned his face and his hand towards Caesar's corpse, ...

...

Having thus spoken, he gathered up his garments like a man inspired, girded himself so that he might have free use of his hands, took his position in front of the bier, as in a play, bending down to it, and rising again, and sang first as to a celestial deity ...

...

[A2:]

Carried away by extreme passion, he uncovered the body of Caesar, lifted his robe on the top of a spear, and shook it aloft, pierced with the dagger thrusts, and red with the Dictator's blood. ...

[B2:]

.. After more lamentations the people could stand it no longer. ...

[A3:]

While they were in this temper, and were already nigh to violence, someone raised above the bier an image of Caesar himself, wrought of wax. As for the actual body, since it lay on its back upon the couch, it could not be seen. The image was turned around and around by a mechanical device, showing the twenty-three wounds on all parts of the body and the face---which gave him a shocking appearance....

...

[C:]

The people returned to Caesar's bier, and bore it as something consecrated to the Capitol in order to bury it in the temple and place it among the gods. Being prevented from so doing by the priests, they placed it again in the Forum, where of old had stood the palace of the kings of Rome. There they collected together sticks of wood and benches, of which there were many in the Forum, and anything else that they could find of this sort, for a funeral pile, throwing on it the adornments of the procession, some of which were very costly. Some of them cast their own crowns upon it and many military gifts. Then they set fire to it ...” 

De visuele aspecten van de ceremonie (A) zijn door Suetonius in 3 zinnen samengevat. Dat de “pillar with the robe” en de door MA omhoog gestoken “spear with the robe” met elkaar te maken hebben ligt, zoals ook W veronderstelt, voor de hand. Alleen lijkt het gebruik van de term tropaeum door Suetonius iets meer te duiden op een vooraf geplande opstelling, daar waar Appianus’ speer wat meer de indruk wekt van een spontane actie. De beschrijving van Suetonius is echter zó kort en waarschijnlijk zó onnauwkeurig - men vergelijke ook zijn beschrijving van MA’s oratio met die van ooggetuige Cicero - dat daar niets met zekerheid over kan worden gezegd. (Van echt wezenlijk belang is het trouwens niet). 

Blijft over de tekst van Appianus. Daarin is niet minder dan vier(!!) maal sprake van Caesar’s lichaam:

When Piso brought Caesar's body into the Forum ...  placed it on the rostra.

“With each decree, Antony turned his face and his hand towards Caesar's corpse, ...”

“Carried away by extreme passion, he uncovered the body of Caesar,...”

As for the actual body, since it lay on its back upon the couch, it could not be seen.”

Dat Caesar’s lichaam in een afgesloten kist lag lijkt dan ook een idee fixe van Weinstock.  Als C werkelijk in een kist had gelegen, waarom staat er dan dat “the actual body, since it lay on its back ... could not be seen”? C’s lichaam “could not be seen” omdat het lag en dus voor toeschouwers nauwelijks te zien was. Daarom staat er ook “he lifted the robe on a spear” en “someone raised above the bier an image”. To lift en to raise: van beneden naar boven. Alles volkomen logisch en duidelijk en m.i. niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. 

Áls er al argumenten zijn om te veronderstellen dat het lichaam van C in een gesloten kist lag, dan zijn die in ieder geval niet te vinden in de beschrijvingen van Suetonius en Appianus. 

Goed dan, ter afsluiting.

U begon met de stelling “Ik daag u dus uit uw reconstructie te geven met gebruikmaking van alle klassieke bronnen”.

Welnu, die reconstructie heb ik bij deze dus gegeven. De enige bronnen zijn Suetonius en Appianus, waarbij Suetonius zo beknopt is dat wij daar niet meer uit af kunnen leiden dan dat hij Appianus in ieder geval niet tegenspreekt, althans, voor het visuele gedeelte. Rest Appianus wiens tekst volstrekt helder en begrijpelijk is.

Samengevat: wij volgen Appianus, letterlijk, van a tot z, waarbij wij op grond van de tekst van Suetonius aannemen dat MA de speer, nadat hij deze in de lucht had gestoken, naast/tegen de de schrijn zette, dan wel de toga van de speer op een paal/tropaeum hing die daar al stond.

De meest eenvoudige manier om vervolgens de wasfiguur omhoog te steken en rond te draaien lijkt mij het rectaal inbrengen van een stok, maar laat ik het uit esthetische overwegingen maar houden op een stok met beugel die onder de oksels werd gehaakt. 

Rest nog slechts één probleem: het is pas 25/12, 14.00 uur en ik moet hier nog ruim 1 ½ dag overleven.

Daarom nog maar een toegift: 

III

Laten we tot slot nog eens de reconstructie van Carotta zélfs zin voor zin nalopen, die “geweldige reconstructie”, waarvan “de wetenschappelijke juistheid boven alle twijfel verheven” is. 

Mij lijkt het voorafgaande ruim voldoende om FC’s reconstructie als onzinnig van tafel te vegen. Maar omdat ik inmiddels voldoende ervaring met Carottianen heb om te weten dat logica bij hen zelden of nooit een rol van betekenis speelt, zullen we nu nog maar eens FC’s éigen beschrijving van de reconstructie nalopen. Ik doe dit aan de hand van de Engelse versie, a) omdat ik deze al eens van Carotta’s site heb geplukt, hetgeen een hoop tiepwerk scheelt en b) omdat deze veel uitgebreider is, m.n. in noot 157 met de reconstructietekening. 

p. 74:

The new images of Caesar

As was usual at the funeral of a distinguished Roman, so here too the wax figure of Caesar was to be carried in front of the bier and then placed on the Rostra, so that during the funeral oration the people could see him as he had been in life.” 

En wat lazen we bij Weinstock, die volgens u toch “geheel onafhankelijk want 25 jaar eerder” tot dezelfde conclusies was gekomen?: 

p. 350:

“Torch-bearers and freedmen … preceeded the couch, on which normally the corpse was lying or reclining; this time it was hidden inside and represented outside by an image in wax.”  

FC heeft Weinstocks wasfiguur van de baar verplaatst naar vóór de baar - Nederlandse versie: “|vóóraan in de stoet, nog vóór de lijkbaar”.

U ziet, we hebben er pas één regel op zitten en nu reeds blijkt dat FC en Weinstock van elkaar verschillen.

FC geeft trouwens geen bron; Weinstock is het dus in ieder geval niet. Verderop lezen en zien we dat FC gewoon C’s lijk op de baar legt. (Komen we later nog op terug).

FC vervolgt: 

“But Caesar’s wax statue could not be adorned in full robes as was the usual custom: it would have been dressed with the triumphal robe which was none other than the red robe of the ancient kings, {n. 153: The wax-figure of Augustus at his funeral was clad in the triumphal garb—as later that of Pertinax was as well (cf. Dio Cass. HR 56.34.1; 74.4.3). Conversely Traianus was represented at his posthumous Parthian triumph in 117 AD by his imago (cf. SHA Hadr. 6.3; J.-C. Richard, REL 44, 1966, p. 358). ...” 

Ook de beschrijving van “Caesar’s wax statue” maakt nog eens duidelijk dat het hier bij FC om een officieel requisiet in de stoet gaat. (Mijn/Appianus’ wasfiguur moet ook naar de rostra zijn gebracht, maar had vóór het omhoog steken geen functie, kan dus, voor mijn part, onder een juten zak hebben gelegen). Sterker, het gaat hier bij FC om officiële afbeelding van de overledene, getuige ook de tekst van noot 153, waarin  FC refereert aan de door W genoemde begrafenissen van Augustus en Pertinax en dus aan de wasfiguur op de baar. (Het voorbeeld van Trajanus beschrijft overigens iets totaal anders). 

p. 75:

“... In the midst of this stalemate, Antonius had the momentous idea of fashioning Caesar’s wax-figure in such a way that the people would see him as he had lain after the murder—with the blood-stained toga displaying all the rents of the daggers on his martyred body, and with his arms spread out just as he had fallen.” 

Gevallen “met zijn armen gestrekt”??? Kunt u mij daar een bron voor geven?

Bij Suetonius lees ik namelijk: 

When he saw that he was beset on every side by drawn daggers, he muffled his head in his robe, and at the same time drew down its lap to his feet with his left hand, in order to fall more decently, with the lower part of his body also covered.” 

“He muffled his head in his robe”, kennelijk met zijn rechter hand/arm, en “he drew down its lap to his feet”, met zijn linker hand. En daarná zou hij zijn armen eens lekker uitgestrekt hebben “to fall more decently”???

Nu is S in andere zaken weinig nauwkeurig, dus hebt u wellicht een andere bron, want zonder dat ga ik toch voor Suetonius. Immers, hoe denkt u zélf dat iemand valt op wie van alle kanten wordt ingestoken, armen wijd of armen over/voor hoofd en lichaam?

Één maal raden waarom FC beweert dat C met gespreide armen zou zijn gevallen. (Komen we later op terug). 

“But from the house tops where the people had barricaded themselves, they could see Caesar’s injured face and his arms hanging out of both sides of the litter as three of his servants carried the body home through Rome’s narrow alleys to his wife Calpurnia. {n. 154: Cf. Nicolaus Damascenus, Bios Kaisaros, FGrH, ed. F. Jacoby, 26.97: oran d¢ enhn enqen kai enqen apestalmenwn twn parakalummatwn, aiwroumenaV taV ceiraV kai taV epi tou proswpou plhgaV(*).—‘as the curtains were drawn back, the dangling arms and the wounds on his face could be seen from both sides.’ ...}  

Voor die hangende armen bij het wegdragen noemt FC dus wél een andere bron: Nicolaus Damascenus. Waarom geeft FC niet zo’n bron voor de gestrekte armen bij de val?

*) Excuses voor de transcriptie; dit is wat Word er bij mij van maakt; aanpassen lijkt me voor u niet nodig. 

“As this wax figure would not have been visible if it had lain flat on the bier,” 

Daar lag toch het lijk? Als FC nou nog zei “on a bier”, dan kon je nog aannemen dat er twee baren waren. Maar nee, we zagen hiervoor al dat het om afbeelding van C gaat. Zoals gebruikelijk maakt FC er weer een onbegrijpelijk zootje van. 

“, Antonius ordered it hung on the cross-like tropaeum where, as tradition required, the insignia of victory were affixed.” 

FC heeft hier dus niet alleen Suetonius’ tropaeum met doodsmantel voor ogen, maar kennelijk ook andere, meer gangbare tropaea, waarvan ik zou aannemen dat ze mee werden gedragen in de stoet (bij de “exhibits”).

(Zijn we hier trouwens inderdaad nog aan het lopen? In FC’s verslag zijn we nml. nog niet bij de rostra aangekomen. Liepen ze eerst al met dat kruis? Het is weer chaos alom). 

“This created an ironic, provocative, unbearable tropaeum, where the image of the victor himself was hung in the midst of the trophies of war.” 

?? Daarvan is op de “reconstructie” overigens niets te zien. 

“The wax figure was still clad in his passion garment, and the tropaeum was constructed in such a way that it could be rotated so that everybody could clearly see it.” 

Meer van hetzelfde. 

“When Piso brought Caesar’s body into the Forum, it was placed on the bier on the Rostra[155] ...” 

Aha, we zijn gearriveerd en hier komt ook opeens C’s lichaam om de hoek kijken: dat lag, conform Appianus’ tekst, volgens FC gewoon op de baar, al citeert hij App. fout (het lichaam lág al op de baar; de báár werd op de rostra geplaatst. Nu zou FC’s zin nog kunnen kloppen als Piso het lijk pas bij de rostra op de baar dumpte, op de vrijgekomen plaats van de opgehangen wasfiguur, maar die wasfiguur werd, zo lazen wij, meegezeuld vóór de baar. Kortom, chaos alom. Maar misschien maakt de film e.e.a. duidelijk. Wat jammer toch dat ik die nog niet heb kunnen zien). 

“... Both wax-images, the figure hanging on the tropaeum and the mask worn by the actor, were the main requisites of Antonius’ staging of Caesar’s funeral liturgy. And he employed them dramatically.[157] 

En nu dan de fameuze noot 157: 

n. 157:

“ ... We reconstruct the situation here mainly from Suetonius and Appianus, who agree with each other; .... But he overlooks that the effigy of wax had to be hanging on the tropaeum, because according to Suetonius ... the toga was hanging there right from the beginning.”  

Suetonius vat het visuele gedeelte (A) in drie zinnen samen voorafgaand aan zijn samenvatting van het verbale gedeelte (B), daar waar bij Appianus de visuele en verbale gedeelten elkaar afwisselen (A1-B1-A2-B2-A3). Uit het feit dat Suetonius het tropaeum (A) vóór de oratio (B) noemt kan dus niet worden afgeleid dat deze daar ook al stond vóór de oratio. 

“It must have covered the effigy, as is evident from Appianus (BC 2.146: to swma tou KaisaroV egumnou kai thn esqhta epi kontou feromenhn aneseie, lelakismenhn upo twn plhgwn kai pefurmenhn aimati autokratoroV.): When Antonius removes the toga, the effigy is exposed.”  

Sic! Er staat duidelijk sooma en bij de andere passages van Appianus handhaaft FC - i.t.t. Weinstock - wél de aanname van de aanwezigheid van C’s sooma. 

“Also the fact that Antonius uses a spear to remove the toga (l. c.), speaks for it unambiguously.” 

Sic! Er staat enkel dat het lichaam werd onthúld, dus de toga verwijderd, en (kai) pas daarná dat die op een spéér omhóóg werd gestoken.

Bestaat er bij u op school, meneer Janssen, niet meer zoiets als “begrijpend lezen”? 

“With to swma tou KaisaroV—‘the body of Caesar’—Appianus could only mean here the andreikelon autou KaisaroV ek khrou pepoihmenon—‘the effigy (literally: the mannequin) of Caesar himself formed from wax’ (BC 2.147)—because Antonius as priest—apart from being flamen Diui Iulii and lupercus he was also augur—was not allowed to see a corpse (cf. Weinstock 1971, p. 354(5), with further proofs);” 

Nu wordt het grotesk! Hoewel FC net vóór noot 157 zélf heeft verteld dat C’s lichaam op de baar lag, of werd gelegd, en hoewel we hij bij de “reconstructie” andermaal schrijft en ook tóónt dat daar inderdaad het lichaam van C lag, is nu opeens MA’s augurschap een argument om aan te nemen dat MA de toga niet van het lichaam af kon trekken!! Heeft MA dan de hele oratio krampachtig niet richting het lichaam van C gekeken? Appianus daarover: 

“With each decree, Antony turned his face and his hand towards Caesar's corpse, ...” 

Weinstock zei tenminste nog dat om die (augur-)reden het lichaam in een kist moet hebben gelegen, maar bij FC ontbreekt, zoals gebruikelijk, zelfs dát beetje logica. 

En u houdt nog steeds vol dat W en FC onafhankelijk van elkaar tot dezelfde conclusies zijn gekomen?  

En u gelooft ook nog steeds dat de wetenschappelijke juistheid van FC’s “reconstructie” “boven alle twijfel verheven” is? 

“besides—Caesar’s body was lying in the death bed as Appianus himself reports: to men gar swma, wV uption epi lecouV, ouc ewrato. to de andreikelon ek mhcanhV epestrefeto panth.—‘as the body, lying flat on the bier, could not be seen. But the model, with the help of a mechanical device, could be turned in all directions.’  

Niet dat het er veel toe doet, maar wel hilarisch en typerend: Iedereen, inclusief FC, schrijft “on the couch”, “on the bier” etc., maar hier staat opeens “Caesar’s body was lying in the death bed”, alsof het erin “wegzakte”, omdat liggen an sich niet voldoende was om Appianus’ opmerking te verklaren en omdat de noodzaak om C op te hangen zo nog eens extra benadrukt lijkt te worden. 

“This ‘mechanical device’ could only have been set up in advance, and therefore only at the tropaeum.” 

Ja, als je het “reconstrueert” als een massief houten kruis, ligt dat wel voor de hand, ja. Maar het is niet wat Appianus schrijft. 

“So the previous sentence of Appianus refers to the erecting of the tropaeum itself, together with the mannequin, or to the heaving of the wax mannequin onto the tropaeum: Wde de autoiV ecousin hdh kai ceirwn egguV ousin anesce tiV uper to lecoV andreikelon autou KaisaroV ek khrou pepoihmenon:—‘While they were in this temper and already near to violence, somebody raised above the funeral couch a mannequin of Caesar himself made of wax.’” 

Dat Appianus schrijft “while [dus op het moment zelf] they were in this temper ... betekent dat het, in FC’s “reconstructie”, nooit om ”the erecting of the tropaeum” kan zijn gegaan, hooguit om “the heaving of the wax mannequin”. Hoe somebody [enkelvoud] daar in deze “reconstructie” toe in staat kan zijn geweest, mag u mij vertellen (ook trouwens als u denkt dat het wél om het oprichten van het héle tropaeum gaat). 

“On the relation of mêchanê and cross in the liturgy cf. Ignatius, Ephes. IX, I: anaferomenoi eiV ta uyh dia thV mhcanhV Ihsou Cristou, oV estin stauroV—‘raised above by the mechane, the “theatrical machine” of Jesus Christ, which is the cross’.” 

Dit kan ik, zo zonder internet of bibliotheek, niet controleren. Het zou het enige, maar dan ook echt het énige, schamele argument voor FC’s gelijkstelling mêchanê = stauros zijn.

Ik zou dus zeggen, als u nog steeds geloof hecht aan Carotta, doe uw best en zoek hier voor mij de context erbij. (Ik hoop tenminste dat ik ook een opdrachtje mag geven?).

Terzijde: wel aardig dat hier, net als in de 33 vermeldingen in het NT voor kruis ‘stauros’ wordt gebruikt. En FC maar volhouden dat het in Marcus 15 om het oprichten van een brandstapel gaat, een brandstapel die, zoals gezegd, deze hele krampachtige Caesarkruisiging overbodig maakt (Sanders&Snellebel). 

De zin over Ignatius is tussengevoegd in de Engelse editie, zonder het vervolg aan te passen. Het nu onbegrijpelijke “Unless” uit de volgende zin slaat dus terug op de oprichting van het  tropaeum daarvoor: 

“Unless there were several tropaea because, after all, Caesar had celebrated at least four triumphs, or two tropaea, like on the denarius of Caldus, ill. 22, one with the arms of Vercingetorix and one with the wax model of Caesar.” 

The wax model of Caesar“?!?!?!

De denarius van ill. 22 toont twee identieke huis-tuin-en-keuken tropaea. Dat één van beide “the wax model of Caesar” zou tonen is dus een grove misleiding, zeg maar leugen.

Maar veel fundamenteler en veelzeggender is dat dit ook in tegenspraak is met alles wat Carotta hier verder aan het betogen is, namelijk dat MA het “momentous idea” had om met de wasfiguur een uniek “ironic, provocative, unbearable tropaeum” te creëren. En nu zou hier dan opeens blijken dat C al vaker hangend aan een tropaeum/kruis was afgebeeld??

Ook hier zien we weer dat FC geen maat weet te houden en in zijn drang om álles in zijn voordeel te duiden, zijn eigen stellingen ondergraaft.

Hebt u, meneer Janssen, het stramien inmiddels een beetje door? 

“This is conceivable insofar as there are two different crosses to be seen in our churches or Ways of the Cross as well: on the one the figure of Christ is attached, on the other the instruments of the crucifixion, what is called croix des outrages, ‘cross of insults’, or creu dels improperis, ‘cross of improperies’, in other languages.”  

Dit ligt in het verlengde van de denariusfabel, ditmaal aangevuld met die andere Carottafavoriet: die tijdsprong (de vliegtuigpaus). Laten we er hier dus verder maar verder het zwijgen toe doen en bij het hoofdonderwerp blijven. 

“In English, like in German, it is not by chance called by the Latin name Arma Christi, which stresses its proximity to the Roman tropaeum on which the ‘arms’ of the succumbing commander were appended as well. Compare ill. 114 with ill. 21 p. 90 and ill. 33 p. 97, i. a.” 

Idem. Idem. 

Het vervolg is een toevoeging aan de Nederlandse editie: de, in uw woorden,  “geweldige reconstructie” waarvan “de wetenschappelijke juistheid ... boven alle twijfel verheven is.”

Ik mag hopen dat u inmiddels iets meer realiteitszin hebt. Desalniettemin zal ik het u toch nog éénmaal proberen uit te leggen: 

“Based on the descriptions that are preserved by Suetonius (Jul. 84.1), Appianus (BC 2.146-147), and the parallel tradition, the Utrecht artist Pol du Closeau has tried in a first approximation a drawn reconstruction of the central scene of Caesar’s funeral.” 

Soms zou men wensen dat niet iedereen zich artiest zou mogen noemen, maar toegegeven, dat is wel erg flauw en onder de gordel. Sorry, het is ook verdomd moeilijk om hier serieus over te blijven. Neem alleen al die opgeblazen interessantdoenerij: 

The perspective is from the Forum Romanum, from the side of the Basilica Aemilia on the Rostra, the rostrum, where Antonius is just delivering the funeral oration to Caesar. On the left we perceive the gable of the temple of Saturnus and in the background the rocky Capitol with the temples of Jupiter and Iuno. We are in the year 44 BC, so the temple of Vespasianus, which was built later, does not yet exist so we have a clear view of the capitol. The Tabularium which was attached to the Capitol on the end of the Forum remains just outside the section of the picture on the right from this angle. 

En dan:

“Caesar’s body is laid out in a gilded model of the temple of Venus Genetrix. 

Daar staat het dus nogmaals, zwart op wit, zonder dat er nog van een misverstand sprake kan zijn: C’s lichaam lag op de baar in de schrijn. 

“One perceives the frieze with the egg-motif, the symbol of birth (Genetrix), which in Christianity was to become that of reincarnation (Easter eggs).” 

Ja hoor, een eierlijst als specifiek symbool van Venustempels. Als u na dit verslag nog zin hebt, wil ik u nog wel eens een lesje architectuurgeschiedenis geven (kunnen we het meteen ook over de relatie tussen basilica’s en baslieken hebben), maar nu zal ik er maar even aan voorbij gaan.  

“Beneath, the carrying poles can be seen. At head height of this little temple of Venus stands the tropaeum-like device (Suetonius: tropaeum; Appianus: mêchanê) on which the mannequin made of wax is hanging with the wounds on the body caused by the dagger thrusts. Marcus Antonius is just about to pull away Caesar’s gown, the bloodstained toga which first covered the wax figure and the tropaeum, by dint of a lance, and in this way reveals the corpus. In the background the people are crying out, filled with indignation, as can be seen through the bier.” 

Hebben we allemaal al besproken, dus hier zonder commentaar.

Maar dan wordt het weer leuk: 

Caesar’s wax figure on the tropaeum has outstretched arms not only because on a tropaeum the arms could only be fastened like that (cf. also ill. 61)“ 

Sic! Niet dat het belangrijk is, maar met name zo rond 1500 is het vrij gebruikelijk om de armen van de flankerende moordenaars achterwaards over de dwarsbalk te trekken. Zie b.v. bij de Antonello da Messina in het het Museum van Antwerpen (een schilderij dat alleen al de reis vanuit Leeuwarden naar Antwerpen meer dan waard is). Iets dichterbij herinner ik mij zo de Cornelis Engelbrechtsz. in de Lakenhal te Leiden. Maar als u zoekt op crucifixion en tijdvak 1450-1550 op www.wga.hu kunt u er vast nog veel meer vinden. 

Goed, op zichzelf is dit dus volstrekt onbelangrijk, maar wat het toch nog wel aardig maakt, is dat het andermaal toont hoe FC alles zo formuleert dat het voor de goedgelovige, niet zelf denkende, lezer lijkt of alles wat FC  naar voren brengt vanzelfsprekend en onontkoombaar is.

Zo ook de verwijzing naar afb. 61, die niet biedt wat FC suggereert. Wat we zien is een gewoon tropaeum met kuras en beenstukken. Essentieel is het horizontale latje om de schouders op te hangen. Zou een tropaeum worden opgehangen, dan schroefden we er een haak aan en zouden we het, in goed Nederlands, een knaapje noemen. Moet het tropaeum, zoals gebruikelijker, staan, dan slaan we er een paal onder en noemen we het, in goed Nederlands, een dressboy.

Mogelijk ondersteunt de browser de weergave van deze afbeelding niet.Model Luna, 78 euro. 

Merk ook op dat de horizontale lat/balk van een knaapje, dressboy of tropaeum nóóit veel breder is dan de schouders zelf. Hebt u wel eens geprobeerd uw colbert over een drie meter brede balk te hangen?  

“but because somebody who falls down dead stretches out his arms and because Caesar’s body had been seen like that when three servants carried him home with the arms hanging out of the litter on both sides (cf. quotation from Nicolaus Damascenus, p. 83, note 193).  

Kijk, daar komt de aap uit de mouw. Er ís helemaal geen bron voor C’s val met gestrekte armen, maar het verklaart zo leuk de uitgestrekte armen aan het kruis. We hebben hier weer eens te maken met de Carottaziekte om aan álles een betekenis te willen toekennen. (Heb ik het al met u gehad over de “moeder aller onzinduidingen”: het etymologsche verband tussen ROMA en HieROsoluMA? Zo niet, dan leg ik het u graag nog eens een ander keertje uit). 

“For Antonius wanted to show how Caesar had lain there, murdered.”

In dat geval adviseer ik u voor de volgende reconstructie eens een foetushouding met armen over het hoofd te proberen; de ophanging moet nog even aan gewerkt, maar ik begreep dat FC en Clouseau er hier met de nagels ook nog niet helemaal uit waren. 

Wezenlijker is dat nergens staat dat MA dat wilde, zodat ook het navolgende: 

“But because the body would not have been visible if lying on the Rostra, he had the wax figure produced and erected it—like a tropaeum. Thus Caesar’s wax simulacrum which should have depicted him lying, appeared as if it were hanging on a cross.” 

dus klinklare onzin is. Er staat slechts dat iemand (ongetwijfeld op instructie van MA) een wasfiguur omhoog stak en dat: 

The image was turned around and around by a mechanical device, showing the twenty-three wounds on all parts of the body and the face”. 

Wat denkt u zelf? Is een massief houten kruis de ideale constructie om “all 23 wounds on all parts of the body and face” te tonen? Zaten er geen wonden op zijn rug? Stonden alle aanvallers vóór Caesar? Dat zal dringen zijn geweest! 

“The tropaeum is made of plain planks instead of round posts here because a wax figure could be affixed better to those.’ 

Kijk, hoe grappig. FC kent kennelijk alleen Christuskruisen met degelijke rechthoekige balken – of had u nog steeds niet begrepen dat de “reconstructie” niet is gebaseerd op de Caesarteksten, maar op de afbeeldingen van de kruisigingen van Christus? 

“The artist has purposely not drawn any fastenings for the wax figure in this reconstruction. ...” 

Tip: De beste manier is om een paar flinke spijkers of schroeven via de achterzijde van de balk door achterhoofd, rug en/of reet te jagen; zo hangen de meeste kruisbeelden ook trouwens. 

Sorry hoor, maar krijgt u geen maagkramp van zoveel humbug, een gevoel van plaatsvervangende schaamte? Niet alleen is elke zin van Carotta een belediging voor het gezond verstand, we worden hier nu ook nog eens opgezadeld met een tekening die een belediging is voor de goede smaak: 

“As said, this drawing is a first attempt and unfinished: the rents and blood stains on the toga caused by the dagger thrusts are still missing.  

Ja hoor, alsof voor wat sreepjes en vlekken twee maanden extra nodig zijn.

Gebakken lucht. 

”The drawing was not yet ready when it was shown at the lecture and subsequent discussion in the Lutherse Kerk (Lutheran Church) in Utrecht on Nov. 28th 2002, and also during the telecast ‘Buitenhof’ in the contribution of Prof. Paul Cliteur Ph. D. on the following Dec. 1st. Both times it caused a sensation.”  

Mogen het ook lachstuipen zijn? 

“Therefore we want to reproduce it here as incomplete and as effective as it was first shown, with some slight improvements.

It might appear strange because it is not done in an archeologically correct and anatomically perfect late Hellenistic style. It is from the hand of a contemporary artist with his personal style affectionate to popular art.  

Ik ben kunsthistoricus, dus wel wat slap gelul gewend, maar voor zóveel tenenkrommende ellendigheid .....

De volgende zin is de mooiste: 

“But for that very reason it has an eminently documentary nature, since it brings home to us for the first time how the exposition of Caesar’s ‘body’ during his funeral might have looked, true to the original, according to the sources, but at the same time in an anachronistic, almost naive way so that we can already get a feel for the alienation that the depiction of these scenes was to experience in Christian art in the course of time.” 

Ja hoor, “so that we can get already a feel for the alienation…”

Had u nu écht niet door dat de “reconstructie” niet is gebaseerd op beschrijvingen van Caesar, maar op afbeeldingen van de kruisiging van Jezus??

Hoe naief en onnozel kan een mens zijn! 

Goed, ik merk dat ik wat al te sarcastisch begin te worden. Maar sorry hoor, het is ook verdomde moeilijk om serieus te blijven bij zoveel opgeklopte waanzin. Ik hoop dat ik u inmiddels voldoende argumenten heb gegeven om niet op de toon van mijn laatste 2, 3 bladzijden te worden afgeserveerd als iemand die louter scheldt, zonder argumenten. 

Voor nu houd ik het verder overigens voor gezien. Wat nog volgt in noot 157 is meest van kunsthistorische aard, mijn eigen vakgebied, dus u kunt wellicht al raden wat ik daar over te zeggen zal hebben.

In een eerder schrijven sprak u van de “honderden parallellen, samenhangende verklaringen, uitspraken, beelden, munten“ die samen een “massief geheel met statistische relevantie” zouden vormen.

Tot nu toe staat bij mij de teller op nul, maar ik blijf bereid ieder argument dat u aan weet te voeren nader met u te bekijken. 

Voor nu een goed nieuwjaar gewenst,

in afwachting van uw gewaardeerd antwoord,

met vriendelijke groeten,  

Bernard Vermet 
 

Ignatius

Van: Vermet

Verzonden: zaterdag 29 december 2007 13:07:45

Aan: Janssen 

Geachte Heer Janssen, 

Over een half uur (5.30 AM vertrek ik naar Frankrijk, maar gisteravond heb ik toch nog even naar FC's Ignatiusverwijzing gekeken, u weet wel: 

“On the relation of mêchanê and cross in the liturgy cf. Ignatius, Ephes. IX, I: anaferomenoi eiV ta uyh dia thV mhcanhV Ihsou Cristou, oV estin stauroV—‘raised above by the mechane, the “theatrical machine” of Jesus Christ, which is the cross’.” 

en inderdaad, zoals al te verwachten was, gaat het om een metafoor, ja om een hele reeks metaforen: 

"Stenen als gij zijt van de tempel van de Vader, gereed gemaakt voor het bouwwerk van God de Vader, omhooggehesen door het instrument van Jesus Christus, zijnde het kruis, met gebruik van de Heilige Geest als touw, terwijl uw geloof u omhoog trok en uw liefde de weg was die naar God leidde." 

Blijft de vraag waarom FC zo'n tekst dan toch noemt.

Inmiddels weet u zelf ook het antwoord, mag ik hopen: omdat FC graag misleidt, zeg maar liegt, en omdat FC alles, maar dan ook écht álles als argument aanvoert (HieROsoluMA). 

Dit gevalletje deed me trouwens erg denken aan de gelijkstelling Nicomedes - Nicodemus.

Als u de Engelse editie erbij pakt ziet u dat dit verbluffende koppel is uitgebreid tot Nicomedes van Bithynië¨= Nicodemus van Bethanië.

Kwam Nicodemus uit Bethanië?

Welnee, maar zo'n leugentje om bestwil maakt de gelijkenis wel een stuk verbluffender!! 

Zo, en nu moet ik gauw weg. 

HG

BV 
 
 

thuis‏

Van: Vermet

Verzonden: maandag 7 januari 2008 5:14:48

Aan: Janssen 
 

Geachte Heer Janssen, 

Ik wilde even laten weten dat ik weer thuis ben en bereid tot verdere discussie. 

Verder mijn excuses voor één valse beschuldiging aan het adres van Carotta. Eerst na verzending realiseerde ik mij dat de wasfiguur niet sloeg op de denarius van Caldus, maar op de begrafenis van Caesar.

Nu maakt Carotta veel van dit soort denkfouten en de zin gaf ook alle aanleiding tot mijn vergissing:  

“Unless there were several tropaea because, after all, Caesar had celebrated at least four triumphs, or two tropaea, like on the denarius of Caldus, ill. 22, one with the arms of Vercingetorix and one with the wax model of Caesar.” 

Beter geweest was: 

“Unless there were several tropaea, one with the arms of Vercingetorix and one with the wax model of Caesar, because, after all, Caesar had celebrated at least four triumphs, or two tropaea, like on the denarius of Caldus, ill. 22.” 

met vriendelijke groet,

Bernard Vermet 
 

uw scriptie‏

Van: Janssen

Verzonden: woensdag 9 januari 2008 21:48:15

Aan: Vermet 
 

Geachte Heer Vermet 

cijfer scriptie: 5 

motivatie: verhaal zonder kop of kont; veel leerlingen van mij voor het vak KCV maken betere scripties. 

inhoud: gevraagd was een reconstructie te schrijven van de begrafenis van Caesar rekening houdend met alle antieke bronnen. Uw visie moet ik helaas door de van u bekende woordenbrij zien te achterhalen. Ik had niet gevraagd om mij of Weinstock of Carotta te bekritiseren, maar om zelf eens iets positief te schrijven. Even dacht ik dat u de hele Divus Iulius cultus ging ontkennen, zoals u alle evidenties ontkent. 

Positieve punten: u verwerpt tenminste Appianus niet. Dat zijn al heel wat rekwisieten bij elkaar. 

Negatieve punten: u verwerpt Suetonius. Moet u echt niet doen, vooral niet als daar een heel belangrijke term in staat: ad caput tropaeum cum veste, in qua fuerat occisus, volledig verkeerd vertaald met "pillar". Hier wreekt zich het verschijnsel dat mensen uitspraken menen te kunnen doen op grond van vertalingen van klassieke auteurs. Als vertaler weet ik hoe gevaarlijk dat is. U had moeten uitzoeken, wat een tropaeum is, als kunsthistoricus betreffende plaatjes erbij moeten zoeken, misschien zelfs een naïeve tekening maken of simpeler Carotta's uitgebreide relaas en onderzoek moeten accepteren. 

De reden waarom ik u een 5 en niet lager geef is gelegen in het feit dat u ondanks al uw kritiek de kruisiging van het wassen beeld van Caesar uiteindelijk toch heeft geaccepteerd. Ik heb een val voor u gezet en u bent er met open ogen ingelopen: de val van de waarheid. U laat het wassen beeld van Caesar een Punische kruisiging ondergaan, alsof Caesar de grootste misdadiger was!! Rectaal opgespietst nota bene. Op een paal spietsen heet in het Grieks stauroo, het woord dat in de Christelijke traditie altijd met kruisigen wordt vertaald. 

Ernstiger vind ik de toon van uw verhaal: het gebrek aan respect dat uit de badinerende, smalende en sarcastische opmerkingen aan het adres van Carotta, Weinstock, mij en alle zogenaamde Carottianen spreekt. Op welke universiteit leren ze zo om te gaan met collega's? Zulke professoren of hoofddocenten dienen geen onderwijs te mogen geven! 

Leerlingen hebben de beschikking over herkansingen, maar u heeft hiermee uw kansen opgebruikt om nog verder met mij in gesprek te kunnen zijn. Dat is ook jammer, want er zijn uiteraard punten waarop kritiek kan worden uitgeoefend en waarmee de theorie haar voordeel kan doen. Helaas, net als uw vriend Van Hooff verdwijnt u in de spam-lade. 

Tot slot een citaat uit H.Katenberg, Het kleine Commentaar van Copernicus (Amsterdam): 
 

"Terwijl de scholastici zich ingraven in hun stellingen en elk buiten de algemene norm vallend denkbeeld bestrijden, ontdekken tijdgenoten een wereld die veel groter is dan werd aangenomen". 
 

Vale 

Mr.drs.G.W.J.Janssen 
 

RE: uw scriptie‏

Van: Vermet

Verzonden: donderdag 10 januari 2008 20:38:24

Aan: Janssen 

Geachte Heer Janssen, 

> cijfer scriptie: 5

> motivatie: verhaal zonder kop of kont;  

Argumentum ad verecundiam. Hoe diep kan een mens zinken.

Wat betreft de kop en de kont: Ik heb het voor u uitgespeld, systematisch, regel voor regel, in de hoop dat u het dan beter zou kunnen begrijpen.

Niet dus. 

>veel leerlingen van mij voor het vak KCV maken betere scripties. 

Daar zou ik er nou graag eens wat van onder ogen zien. Kunt u er mij wat opsturen? Ik heb wat e-mail adressen, maar vond het vooralsnog ongepast om leerlingen persoonlijk te benaderen, zonder uw medeweten. 

> inhoud: gevraagd was een reconstructie te schrijven van de begrafenis van Caesar rekening houdend met alle antieke bronnen. Uw visie moet ik helaas door de van u bekende woordenbrij zien te achterhalen.  

Mijn visie stond anders helder en duidelijk geformuleerd op het einde van deel twee: 

Goed dan, ter afsluiting.

U begon met de stelling “Ik daag u dus uit uw reconstructie te geven met gebruikmaking van alle klassieke bronnen”.

Welnu, die reconstructie heb ik bij deze dus gegeven. De enige bronnen zijn Suetonius en Appianus, waarbij Suetonius zo beknopt is dat wij daar niet meer uit af kunnen leiden dan dat hij Appianus in ieder geval niet tegenspreekt, althans, voor het visuele gedeelte. Rest Appianus wiens tekst volstrekt helder en begrijpelijk is.

Samengevat: wij volgen Appianus, letterlijk, van a tot z, waarbij wij op grond van de tekst van Suetonius aannemen dat MA de speer, nadat hij deze in de lucht had gestoken, naast/tegen de de schrijn zette, dan wel de toga van de speer op een paal/tropaeum hing die daar al stond.

De meest eenvoudige manier om vervolgens de wasfiguur omhoog te steken en rond te draaien lijkt mij het rectaal inbrengen van een stok, maar laat ik het uit esthetische overwegingen maar houden op een stok met beugel die onder de oksels werd gehaakt. 

Een gedeelte dat u kennelijk wel hebt gelezen, gezien uw commentaar op de laatste regel.  

>Ik had niet gevraagd om mij of Weinstock of Carotta te bekritiseren, ... 

O nee? U schreef anders: 

De zo verguisde kruisiging avant la lettre van Carotta is hiermee [Weinstock] door derden bevestigd.”

en

 “Carotta heeft op basis daarvan [Weinstock] een geweldige reconstructie gegeven. U wilt daar kennelijk niet in geloven, hoewel de wetenschappelijke juistheid van de reconstructie boven alle twijfel verheven is.” 

Het weerleggen daarvan leek mij dan ook een eerste vereiste. Had ik dat niet gedaan, dan had ik kunnen volstaan met mijn  hierboven geciteerde slotconclusie.

Overigens heb ik Weinstock alleen bekritiseerd t.a.v. zijn interpretatie van de begrafenis van Sulla en de mede op grond daarvan gepostuleerde plaatsing van Caesars lijk in een kist. Betekent het feit dat u Weinstock hier in één adem met uzelf en met Carotta noemt, dat u nog steeds niet begrepen hebt dat de visies van Weinstock en Carotta elkaar volledig tegenspreken? 

> maar om zelf eens iets positief te schrijven. 

Zie de hierboven geciteerde slotconclusie. 

>Even dacht ik dat u de hele Divus Iulius cultus ging ontkennen, 

Welnee, waarom zou ik? Net zo min als ik zou ontkennen dat het Christendom in haar feesten en riten aspecten van b.v. de keizercultus heeft overgenomen. 

 >zoals u alle evidenties ontkent. 

Welke evidenties? De enige evidenties die ik tot op heden ben tegen gekomen pleiten tégen, niet vóór Carotta.

Ik heb nog steeds geen enkel tegenargument van u gehoord, ook nu niet. 

> Positieve punten: u verwerpt tenminste Appianus niet. Dat zijn al heel wat rekwisieten bij elkaar. 

Nogmaals, waarom zou ik? 

> Negatieve punten: u verwerpt Suetonius.  

Sic! Dat doe ik niet. Ik heb u enkel trachten uit te leggen dat Suetonius’ vermelding van het tropaeum met mantel vóór de oratio niet betekent dat deze daar ook al zo uitgedost stond vóór de oratio, iets waarvan ik aanneem dat zelfs uw leerlingen het zullen begrijpen als ze het uitgelegd wordt. 

>Moet u echt niet doen, vooral niet als daar een heel belangrijke term in staat: ad caput tropaeum cum veste, in qua fuerat occisus, volledig verkeerd vertaald met "pillar". Hier wreekt zich het verschijnsel dat mensen uitspraken menen te kunnen doen op grond van vertalingen van klassieke auteurs.  

Dat verwijt moet u dan niet aan mij maken, maar aan de door u zo hoog geachtte Weinstock, die spreekt over “the robe on the pole”  en aan de vertaler van de door mij van internet geplukte Suetoniusvertaling die het over pillar heeft. Mij was bekend dat Suetonius het over een tropaeum heeft; niet voor niets schreef ik “… naast/tegen de de schrijn zette, dan wel de toga van de speer op een paal/tropaeum hing die daar al stond…”. U schijnt niet te beseffen dat ik Latijn en Grieks ken? 

>U had moeten uitzoeken, wat een tropaeum is,  

Niet nodig hoor. Ík weet wat een tropaeum is, ú kennelijk niet. Een tropaeum is, b.v., géén kruis met een dwarsbalk van 3 meter. 

> De reden waarom ik u een 5 en niet lager geef is gelegen in het feit dat u ondanks al uw kritiek de kruisiging van het wassen beeld van Caesar uiteindelijk toch heeft geaccepteerd.  

Sic! Ik heb het omhoog steken, zoals beschreven door Appianus, niet de kruisiging geaccepteerd.

Stuitender in uw argumentatie is dat u mij “een 5 en niet lager” geeft, omdat ik uw visie hier dan toch ten minste ten dele zou “accepteren”. Nu weet u zo goed als ik dat uw visie omstreden en niet algemeen “geaccepteerd” is. Dat u desalniettemin de euvele moed hebt om uw puntenwaardering af te laten hangen van de mate waarin ik uw, omstreden, visie deel, is een docent onwaardig. Gelukkig dat u zelf al in een interview hebt gezegd dat er “geen examen wordt afgenomen” in Carotta, want anders zou dit soort gedrag een reden zijn om de inspectie op u af te sturen.  

Zelf geef ik overigens ook les en als ik u een cijfer zou moeten geven, dan zou dat hooguit een 3 zijn, niet omdat ik het niet met u eens ben, maar omdat u tot nu toe geen enkel argument hebt aangedragen (met uitzondering van de hystertische uitroep “Dat de Romeinse (!) soldaten onder het kruis om de bebloede en gescheurde gore kleren van Jezus hebben zitten dobbelen en die armzalige lap ook nog onderling verdelen, alsof ze geen soldij ontvingen, is toch te ongelooflijk voor woorden”) en omdat u zich bij voortduring verschuilt achter anderen, ja zelfs openlijk toegeeft “het aan de meester” te zullen vragen. (Op het laten schrijven van uw scriptie door derden staat, normaal gesproken, zelfs schorsing, maar ik wil het u niet al te moeilijk maken). 

>Ik heb een val voor u gezet en u bent er met open ogen ingelopen: de val van de waarheid. U laat het wassen beeld van Caesar een Punische kruisiging ondergaan, alsof Caesar de grootste misdadiger was!! Rectaal opgespietst nota bene.  

Sic! Ik laat hem optillen onder de oksels. Kennelijk hebt u ook al geen gevoel voor sarcastisch bedoelde opmerkingen. Overigens had ik eerste instantie inderdaad geschreven dat mij, gezien Caesars genocide op met name de Helvetiërs, het rectaal opspietsen niet alleen praktisch, maar ook gepast leek. Ten einde u niet in uw religieuze gevoelens te kwetsen, heb ik dat uiteindelijk maar weggelaten en de suggestie alleen als meligheidje laten staan. 

Wel vreemd, overigens, dat u bezwaar maakt tegen een Punische kruisiging, “alsof Caesar de grootste misdadiger was!!”, maar niet tegen een Romeinse kruisiging, alsof die bestemd was lieverdjes. Als ik u nog even mag herinneren aan uw eigen woorden: “De reden waarom ik u een 5 en niet lager geef is gelegen in het feit dat u ondanks al uw kritiek de kruisiging van het wassen beeld van Caesar uiteindelijk toch heeft geaccepteerd. 

>Op een paal spietsen heet in het Grieks stauroo, het woord dat in de Christelijke traditie altijd met kruisigen wordt vertaald. 

En niet alleen daar, zo lezen we zelfs ergens bij Carotta. Als u overigens van Marcus’ kruisiging een opspietsing wilt maken, dan heb ik daar niet zo veel bezwaar tegen (al lijkt het mij dan wat onwaarschijnlijk dat hij dan nog uren geleefd zou hebben). Kern blijft echter dat Carotta het bij Marcus wil omturnen tot het oprichten van een brandstapel. Hebt u dáár al een logische verklaring voor weten te vinden? 

> Ernstiger vind ik de toon van uw verhaal: het gebrek aan respect dat uit de badinerende, smalende en sarcastische opmerkingen aan het adres van Carotta, Weinstock, mij en alle zogenaamde Carottianen spreekt.  

Mijn respect voor Carotta, als wetenschapper en als denker, is inderdaad nul komma nul, gelijk aan het respect van Carotta voor zijn opponenten. Dat u Weinstock andermaal in één adem met uzelf en Carotta noemt, betekent kennelijk inderdaad dat u nog steeds niet hebt begrepen dat Weinstock iets heel anders zegt dan Carotta? 

>Op welke universiteit leren ze zo om te gaan met collega's? Zulke professoren of hoofddocenten dienen geen onderwijs te mogen geven! 

In de wetenschap mag men, ja heeft men zelfs de plicht, een charlatan een charlatan te noemen. Tot nu toe hebt u geen enkel argument gegeven dat t.a.v. Carotta een andere kwalificatie zou kunnen rechtvaardigen.  

> Leerlingen hebben de beschikking over herkansingen, maar u heeft hiermee uw kansen opgebruikt om nog verder met mij in gesprek te kunnen zijn. Dat is ook jammer, want er zijn uiteraard punten waarop kritiek kan worden uitgeoefend en waarmee de theorie haar voordeel kan doen. Helaas, net als uw vriend Van Hooff verdwijnt u in de spam-lade. 

Mag ik dat kleinzielig noemen?  

> Tot slot een citaat uit H.Katenberg, Het kleine Commentaar van Copernicus (Amsterdam):

>

> "Terwijl de scholastici zich ingraven in hun stellingen en elk buiten de algemene norm vallend denkbeeld bestrijden, ontdekken tijdgenoten een wereld die veel groter is dan werd aangenomen". 

Ach ja, Copernicus, Galilei, Semmelweis, Wegener, ik ken ze allemaal. Mag ik u dan ook, ter afsluiting een citaat geven? Het is uit Matthijs van Boxsels “Encyclopedie van de Domheid; Morosofie” (Amsterdam 2001) - een boek dat u sowieso zou moeten lezen - p. 42:

 

De morosofen [= waanwijzen] … putten alle hoop uit de romantische anekdote over het onbegrepen genie, bespot door kerk en wetenschap. Galilei is niet alleen de beschermheilige van gefrustreerde geleerden, maar ook van de querulant. 
 

>Vale

>Mr.drs.G.W.J.Janssen 

Sterkte

Drs B.M. Vermet