Verhoor met Dorien de Graaff op 12 mei 2005:
De getuige verklaart:
1.U legt mij mijn taak als getuige uit. Ik weet dat ik de waarheid moet vertellen.
Op vragen van de rechter-commissaris antwoord ik als volgt:
2. Ik ken mevrouw Tepp sinds 1999, zijnde het jaar waar ik haar als medestudente Duits heb ontmoet.
3. Mevrouw Trepp ken ik slechts heel oppervlakkig; alleen tijdens tijdens colleges spreken we met elkaar. U moet daarbij beseffen dat we ook nog eens weinig vakken samen hebben gevolgd.
4. Het klopt dat ik lid ben geweest van een opleidingscommissie bij de RUL. Volgens mij was dit in het collegejaar 2000-2001.
Op vragen van de verdachte mevrouw Trepp antwoord ik als volgt:
5. U vraagt mij naar de relatie tussen u en de heer Onderdelinden tijdens het seminarium modern Duits drama. Ik herinner mij, dat er dan veel discussie was en had het idee dat die discussie, van beide zijden, persoonlijk van aard was. Het ging daarbij soms best heftig te keer. Mij was opgevallen, dat die relatie niet altijd even positief was. De preziese achtergrond hiervan kan ik niet meer exact aangeven.
6. Het klopt dat ik in de lente van het jaar 2000 aan mevrouw Trepp heb verteld, dat ik het stuk Passage al langer kende als ook dat me was opgevallen dat de hoofdfiguur, de joodse wetenschapper Frankfurther, “niet aardig” was. Ik heb zelf nog een stuk geschreven over Passage in mijn studie. Mijn eigen stuk was niet heel erg kritisch van toon, maar ik heb daarin wel gezegd dat ik de hoofdfiguur uit genoemd stuk niet als aardig heb ervaren. Ik wist toen nog niet, dat mevr. Trepp heel kritisch was over dat stuk. Ik heb ook aangegeven in mijn eigen stuk dat ik de toon van het toneelstuk niet prettig vond. Op de vraag of het stuk antisemitsch van aard is, zeg ik dat mij dat nooit is opgevallen. Ik kan daar geen harde uitspraken over doen. Voor zover ik het stuk heb gelezen ben ik de mening toegedaan dat het niet antisemitisch van aard is.
7. Ik kan me echt niet herinneren, dat mevrouw Visser tijdens een interne bespreking van de opleidingscommissie over mevrouw Trepp heeft gesproken met de bewoording krankhaft, ziek of iets dergelijks. Ik weet dat niet. Echt niet. U houdt me voor dat u dat heeft gehoord van mevrouw Hackenholtz. Ik kan me dat echt niet herinneren.
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Kommentaar: 1. Er zijn dus ook andere studenten geweest die voelden dat met Passage iets mis is. 2. Mevrouw de Graaf kan zich niet herinneren, maar zij ontkent het niet dat mevr. Visser dit misschien wél heeft gezegd. Oud-studente Birte Hackenholtz is nog steeds bereid te getuigen ( ze was zelfs als getuige aanwezig tijdens de eerste zitting op 19 januari, maar werd toen niet gehoord) dat mevr. de Graaff in december 2000 tegen haar zei dat mevr. Visser het over mij als “ziek “ had; Birte Hackenholtz herinnert zich dit dus wél, en ik hoop dat de rechter haar nog zal horen.
![]()

