Citaten_uit_Open_en_onbevangen,_De_noodzaak_van_politieke_vrijzinnigheid,
Balans, 2009
Zie ook: http://www.passagenproject.com/conservatisme.html
“Vrijzinnigheid is de antithese van dogmatiek”
“Dogmatiek biedt houvast op moeilijke momenten en creëert herkenbaarheid van standpunten. Daartegenover stelt de vrijzinnige politiek herkenbaarheid van denk- en werkwijze, in een aanpak die wordt gedreven door de bereidheid om elke nieuwe politieke uitdaging te bezien op eigen merites en eigen cornplexiteiten. Zo is vrijzinnigheid meer dan een plaatsbepaling: het is een houding, een attitude, een mentaliteit.” ( p 9)
“Vrijzinnige politiek neemt stelling tegen starre ideologieën, gemakzuchtig populisme en zinloze polarisatie. Als de vrijzinnige politiek dan toch geplaatst moet worden op het politieke spectrum, dan kan dat alleen maar in het centrum gebeuren.”
“De vrijzinnige politiek is niet principeloos. Uit de gekozen uitgangspunten volgt een onvoorwaardelijke verbondenheid aan principes van verdraagzaamheid en vrijheid, en aan principes van eenieders gelijkwaardigheid in het economische, sociale en juridische domein.“
“Vrijzinnige politiek bestaat alleen in een rechtsstaat waarin vrijheid wordt gecombineerd met betrokkenheid, en combineert liberale wortels met sociale idealen, in uitgesproken argwaan jegens elke opgelegde overheidsmoraliteit. “(p10)
“...grosso modo de politiek van de redelijkheid zou mogen worden genoemd, van de bereidheid om te geven en te nemen in het zetten van kleine stappen in een niet al te onverstandige richting.”( p 12)
|
JOOP VAN DEN BERG : |
“In andere talen wordt daarvoor doorgaans de term 'liberaal' gebruikt” ( p 16)
“Aan het einde van de negentiende eeuw werd 'vrijzinnig' van een godsdienstig tot een politiek begrip, gehanteerd door jonge sociaal gezinde intellectuelen die wel verwant waren met liberalen, maar er niet meer mee wilden worden vereenzelvigd; die verwantschap voelden met het socialisme, maar weinig moesten hebben van het marxisme, dat in de socialistische beweging de dominante kracht was geworden. Aanvankelijk noemden zij zich 'radicalen'; buitenstaanders noemden hen ook wel 'kathedersocialisten' wegens het hoge gehalte van hoogleraren in deze linkse stroming. Maar uiteindelijk vonden zij hun plek in de, aan het begin van de twintigste eeuw opgerichte, Vrijzinnig-Democratische Bond. “(p18)
Tien eigenschappen van vrijzinnigheid ( p 20 ff):
1. individualisme
2. liberale attitude als het om economie en economische politiek gaat
3. steun aan maatschappelijke emancipatie
4. gehechtheid aan de constitutie
5. kosmopolitisme en anti-provincialisme
6. wantrouwen jegens godsdienst en kerk, vooral de meer orthodoxe varianten ervan
En vervolgens noemt vdBerg vier niet intrinsieke maar historisch gegroeide eigenschappen:
7. Al vanaf de (burgerlijke) Republiek wordt vrijzinnigheid - al heette het toen 'rekkelijk' - geïdentificeerd met de stedelijke regenten
8. verlangen naar weldenkendheid en bijpassende welgemanierdheid, uitgesproken anti populistisch
9. gematigdheid en voorkeur voor de nuance
10. behoefte aan de pragmatische aanpak
Thom de Graaf:
“Politiek populisme ontkent de betekenis van compromisvorming en parlementair debat. Het kan nog scherper worden gezegd: populisme is een vorm van gedegenereerde democratie. In Democracy and Populism (2005) stelt John Lukacs dat het liberalisme weliswaar heeft getriomfeerd over andere ideologieën, maar daarmee ook zichzelf heeft volbracht. Zijn belangrijkste geesteskind, de parlementaire rechtsstatelijke democratie, boet aan aantrekkingskracht in en ontmoet steeds meer desillusie, desinteresse en zelfs verveling en apathie. Lukacs ziet de klassieke parlementaire democratie afglijden naar zoiets als "popular democracy', een staat zonder totalitair regime, maar ook zonder krachtige oppositie, met corruptie van woorden en een bijna-monopolie van de televisie als opinie- en emotiemaker. Hij ontwaart een parallel in de ontwikkeling van de media: de nadruk verschuift onder druk van de commercie geleidelijk van nieuwsgaring en opinievorming naar populair entertainment: 'for populism is of ten crudely materialistic' (Lucacs,p. 219). Als we overigens kijken naar de geldschieters achter Nederlandse populistische bewegingen van het laatste decennium, dan is die vergelijking nog niet zo gek. “
“Populisme is een langzaam werkend gif in staat en samenleving. Staatsinstellingen worden bekritiseerd of geridiculiseerd, in de samenleving worden latente tegenstellingen aangeblazen en verhevigd in plaats van beheerst en gekanaliseerd. Dit gif moet krachtig worden bestreden in plaats van lijdzaam geaccepteerd of opportunistisch geïmiteerd.” ( p 98 f)
“Populisten wekken op zijn minst de twijfel of zij die rechtsstaat daadwerkelijk omarmen. Of migranten, moslims, jongeren van Marokkaanse afkomst, vluchtelingen nog wel onvoorwaardelijk mogen rekenen op daadwerkelijk gelijke behandeling. Of ze als individu rechten hebben en bescherming genieten of vooral worden gezien als onderdeel van een zorg, een probleem of zelfs gevaar. “ ( p 100)
“Het is daarom een vrijzinnige opdracht, misschien wel de allerbelangrijkste, om weerwoord te bieden tegen uitholling, tegen vervlakking, tegen exploitatie van sentimenten en tegen onzorgvuldig gedrag, waar dan ook, op straat én in de staat. Wij kunnen ons geen erosie van de democratische rechtsstaat veroorloven. Vrijzinnigheid is het diapositief van populisme en verdient een krachtig reveil! “ ( p 101)