Bespreking van: Anton Zijderveld; Populisme als politiek
drijfzand, Cossee, 2009
Ik heb
dit bestandje samengesteld ten behoeve van mijn onderzoek over de
rechtspopulistische Edmund Burke Stichting; zie http://www.passagenproject.com/conservatisme.html
Maria
Trepp
Inleiding
Dit essay van Zijderveld bevat naast een aantal scherpe observaties ook veel redundantie ( “zoals ik eerder al zei” e.d.) .
De scherpe observaties betreffen bijvoorbeeld het Platoonse karakter van het
populisme: “Het populistische nationalisme heeft zijn oorsprong in het eerder
besproken bijna metafysische, absolute gelijk. Dit gelijk mag niet abstract en
complex zijn”; de afgrenzing nationalisme versus patriottisme; populisme versus
volkspartijen of populaire wetenschap; populisme versus anarchisme; en het
anti-institutionele karakter van het populisme. Ook verdedigt Zijderveld Jan
Marijnissen tegen het verwijt van populisme.
Volgens mij moet het fenomeen “populisme” op meerdere dimensies worden beschreven. Ieder partij of persoon kan dan min of meer hoog scoren op verschillende populisme-dimensies ( die op zich niet gelijkwaardig naast elkaar staan maar minder of meer belangrijk zijn voor het beschrijven van het gehele fenomeen).
Eén belangrijke populisme-dimensie is inhoeverre de wil van “het volk” als absoluut en homogeen wordt opgevat.
Andere dimensies worden heel goed beschreven door Zijderveld.
Een andere dimensie in het populisme is de “messias-dimensie”. Voor Messias spelen, dat was de specialiteit van Fortuyn, die wordt ontzien bij Zijderveld ( die dan ook niets schrijft over het messias-gehalte in het populisme).
Zie mijn eigen teksten over Fortuyn en zijn populisme:
Pim
Fortuyn en het hoefijzermodel;
Ellian, Lefort, Fortuyn;
Ellians lofzang op Fortuyn;
Pseudoreligieuze leiders:
Pim Fortuyn
Twee dingen staan me tegen in Zijdervelds essay:
1. Zijderveld is redelijk positief en onkritisch over Fortuyn (uitgesproken
negatief alleen over Wilders en Verdonk). Hij vindt bijvoorbeeld dat Fortuyn
veel humor had:
“Fortuyn kon nog weleens geestig en puntig uit de hoek komen, ook
kon hij aanstekelijk lachen zonder uit te lachen. Toen de journaliste Wouke van
Scherrenburg hem hinderlijk volgend toeriep dat hij een slechte verliezer was
omdat hij boos was weggelopen uit een po¬diumdiscussie, beet hij haar toe:
'Mens, ga koken!' Daar konden we, inclusief de journaliste, neem ik aan, nog
hartelijk om lachen.”
Als Zijderveld Fortuyns reactionaire schriften kende dan had hij geweten dat
dit geen grap was. Fortuyn vond dat moeder de vrouw thuis diende te zijn; dat
zei en schreef hij duidelijk.
Ook schrijft Zijderveld niet dat de Berlusconi-fan
Fortuyn een hoogst problematische “beweging” was begonnen- Fortuyn was daarmee de eerste in Nederland.
2. Zijderveld vereenzelfigt het populisme met “Gesinnungsethik”, die hij
afkeurt. Ikzelf ben “Gesinnungs”-denker en –voeler, maar JUIST DAAROM verzet ik
mij tegen het populisme. Gesinnung is een mengeling van gevoel en verstand; ik
wantrouw ten zeerste de zichzelf “objectief” wanende mensen.
Gesinnungsethik hoeft helemaal niet tot
populisme te leiden.
Maar, natuurlijk, met gevoel en
“Gesinnung” alleen zijn we er niet.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Citaten uit Zijderveld
Inleidend motto:
'Die Querulanten der Stimmungsdemokratie von heute sind die gegebenen Proselylen des Diktators von morgen. Theodor Geiger
“In een brief aan zijn werkgever en beschermheer Karel de Grote schreef de theoloog, dichter en leraar AIcuin van York, Northumbria (735-804) in 795 de volgende waarschuwing: 'Men moet niet luisteren naar lieden die voortdurend zeggen vox populi, vox dei, de stem van het volk is de stem van god, want de onrust van het gewone volk - de tumultuositas vulgi - grenst altijd aan de waanzin.' Dat klinkt behoorlijk elitair en zo is dat ook door Alcuin bedoeld. Hij werkte zijn leven lang aan de vorming van een culturele elite, wat in het vroegmiddeleeuwse Europa geen overbodige luxe was. Hij stond aan de wieg van de Karolingische Renaissance die tot doel had het middeleeuwse, rurale Europa beschaving bij te brengen. “(p 7)
“Dit is een
wezenlijk kenmerk van het populisme: de politiek optredende, bijkans
metafysische antipolitiek.” (p 10)
” In
Rotterdam leverde hij [Fortuyn] twee
voortreffelijke wethouders af: Marco Pastors en Wim van Sluis.” [ ???? M.T.]
“Maar wat is
populisme eigenlijk? Een formele definitie heeft niet zoveel zin. We kunnen wel
de belangrijkste kenmerken of bouwstenen benoemen en nader onderzoeken. Vooraf
moet echter worden vastgesteld dat een volkspartij nog niet een
populistische partij hoeft te zijn.”(p 16)
“Een basaal
en al erg oud kenmerk van populisme is de stelling waarvoor Alcuin waarschuwde:
de stem van het yolk is de stem van god, vox populi, vox dei. Ik noemde
het eerder en moet dat hier nog wat verder uitwerken. Het populistische gelijk
is, zo zagen we, een absoluut, bijna metafysisch gelijk. Maar in de werkelijke
wereld, zeker in die van de politiek, bestaat geen absoluut, eenvormig gelijk.
Er zijn verschillende, behoorlijk diverse 'gelijken' die in een parlementaire
democratie via het debat in de Tweede Kamer tot een consensus en een compromis
gebracht moeten worden” ( p 17)
“”Tegenstanders,
mensen met een andere politieke opvatting, worden beschimpt. Zo schold Wilders
tijdens een debat in de Tweede Kamer een toenmalige minister uit voor
knettergek. In een interview had hij het over 'de labbekakkerigheid' van de
politieke elite en hun partijen, zoals de PvdA, de VVD en het CDA”(p 17 )
“Ook de stelling die na verkiezingen door politici braaf wordt herhaald, namelijk dat de kiezer altijd gelijk heeft, bezit een populistische bijklank. Immers, kiezers kunnen om wat voor reden dan ook behoorlijk emotioneel en politiek verkeerd stemmen. Hadden de kiezers in het Duitsland van 1933 gelijk toen ze weliswaar niet in de meerderheid maar toch nog in behoorlijke aantallen op Adolf Hitler en zijn populistische NSDAP hun stem uitbrachten?”(p 18)
“Dat is overigens wel een kenmerk van populisten: ze zijn in hun oordelen ongenuanceerd en verwarren doorgaans helderheid met grofheid. “ (p 23)
“Als populisten iets haten, dan is dat wel een elite. Pim Fortuyn had het over 0 S M - Ons Soort Mensen. Dat was wel geestig. De meeste populisten zijn giftiger wanneer ze op 'elitaire lieden' afgeven.”(p 25)
“Dit is trouwens toch ook een kenmerk van de meeste populisten: ze zijn zo humorloos. Of beter gezegd, hun humor is doorgaans bijtend, sarcastisch, vaak ook kwetsend. Hun lachen is meestal uitlachen. Fortuyn kon nog weleens geestig en puntig uit de hoek komen, ook kon hij aanstekelijk lachen zonder uit te lachen. Toen de journaliste Wouke van Scherrenburg hem hinderlijk volgend toeriep dat hij een slechte verliezer was omdat hij boos was weggelopen uit een podiumdiscussie, beet hij haar toe: 'Mens, ga koken!' Daar konden we, inclusief de journaliste, neem ik aan, nog hartelijk om lachen. Minder aangenaam werd het toen hij haar 'een etter' noemde. Gaandeweg werd hij verbetener en ontwikkelde zijn humor zich in de richting van sarcasme. Zijn populistische volgelingen zijn daarin verder gegaan. De vox populi laat natuurlijk ook geen ruimte voor zelfrelativering, wat nou eenmaal een van de belangrijkste ingredienten van humor is. Zij is eerder rauw en verbeten, dan vrolijk en ontspannen. “ (p 25 f)
“Patriottisme is iets anders dan nationalisme. Het vaderland is niet een 'warme', gemeenschappelijke natie van stamverwantschappen, maar een staatsrechtelijke grootheid, waar je door middel van het staatsburgerschap deel van uitmaakt. Wanneer binnenkomers de taal van die staat spreken, in de economie en de maatschappij participeren en zich houden aan de wetten van het land, dan horen ze erbij, zijn ze medeburgers. Dat is geen assimilatie maar integratie. “ (p 28)
“[bij westerse allochtonen] zijn dubbele paspoorten geen bezwaar. Maar dat is anders bij allochtonen die afkomstig zijn uitTurkije of Marokko. Dit grenst aan racisme.”(p 30)
“[populisten] eisen de volledige aanpassing (assimilatie) aan de Nederlandse natie of anders exit!”
“Het populistische nationalisme heeft zijn oorsprong in het eerder besproken bijna metafysische, absolute gelijk. Dit gelijk mag niet abstract en complex zijn. Het moet een concrete bodem hebben en dat is de autochtone natie, het 'eigen volk'. Autochtonen zijn gewoon en normaal, allochtonen zijn ongewoon en abnormaal. Die moeten zich aanpassen om gewoon en normaal te worden. Niet integreren maar as simileren. Doen ze dat niet dan moeten ze vertrekken. Ons land, onze natie, ons volk moet weer van vreemde smetten vrij worden. Dat ons land dat in de geschiedenis nooit is geweest, dat we altijd open hebben gestaan voor wat vreemd en anders is - wat onvermijdelijk is voor een in een delta gelegen, open handelsnatie - ontgaat de populistische nationalisten ten enenmale.
Het populisme vegeteert op rancuneuze gevoelens van onvrede” (p 33)
“relatieve
deprivatie” (Schelsky) als reden voor populisme ( p 37)
“Populisme
is geen afgebakende politieke stroming, zoals Iiberalisme, socialisme en
conservatisme, maar lijkt meer op een uitdijende olievlek. Het drijft op zinderende
emoties van onbehagen, onzekerheid en vaak ook rancune.” (p 40)
“[...] met
gebruik van ongenuanceerde generalisaties ver buiten de achterstandswijken,
in doorgaans gegoede kringen, ook een zinderende onvrede met de
multiculturele, multi-etnische maatschappij is ontstaan. “ (p 40)
“in een
representatieve democratie [...] :
verhouding tussen politici en burgers. Die moeten op enige distantie van
elkaar opereren en dat binnen de eigen terreinen van expertise.”(p 43)
“Overigens
moet men populair en populistisch uit elkaar houden. Een populaire politicus
of academicus hoeft nog niet populistisch te zijn. Populair betekent dat je
goed overkomt bij het brede publiek, maar heeft anders dan populistisch geen
politieke bijklank.”( p 47)
“...Dan is
het belangrijk niet een traditionele partij met een partijprogramma te
propageren. Dan moet je een beweging beginnen. Wilders en Verdonk
hebben dat goed begrepen. Zij lei den geen traditionele partij met een
partijkader, met een strakke, bureaucratische organisatie en met leden die een
vaste achterban vormen.[... Populisten zijn tegenstanders van traditionele, zo
men wil, 'klassieke' partijen. Ze denken en werken meer in het verband van een
flexibele beweging, die be staat bij de gratie van een leider. [...] :
populisten hebben een afkeer van instituties, zijn anti-institutioneel” (p 49; Fortuyn???)
“....de vergelijking van hen met de NSB-leiders niet opgaat. De vreemdelingenafkeer [van populisten] kent bedenkelijke kantjes, maar fascisten kunnen ze niet genoemd worden, laat staan nazi's. Hooguit is er een verre 'familiegelijkenis'... om het samen te vatten: fascisten zijn per definitie populisten, maar populisten zijn niet altijd per definitie ook fascisten. ‘ ( p 50)
“Populistische leiders zijn dus anti-institutioneel, zo niet anarchistisch ingesteld. Nogmaals, ze hebben een hekel aan bestaande instituties met hun traditionele waarden en normen, regels en etiquette. Ze denken, spreken en handelen 'volks', pretenderen 'gewoon' te zijn, te spreken en te do en. In die zin zijn ze ook anti-elitair, propageren zij zichzelf als de belangenbehartigers van de 'gewone mensen', het 'gewone volk', van dat wat vroeger neerbuigend het vulgus of plebs werd genoemd.”( p 51)
“Toch moeten we voorzichtig zijn met de vergelijking van populisme en anarchisme. Anders dan het populisme kende het anarchisme in de negentiende en de
twintigste eeuw belangrijke, wijsgerig en politiek geschoolde denkers, zoals Proudhon, Kropotkin, Bakoenin en bij ons Domela Nieuwenhuis en Arthur Lehning. Ondanks alle verschillen die in de loop van de tijd ontstonden tussen verschillende anarchistische stromingen, was een element dominant en leidinggevend: het verzet tegen een hecht ge'institutionaliseerde staat en de strijd om autonomie van diverse gemeenschappen in de maatschappij die de vrijheid van individuen kunnen en moeten garanderen. Kropotkin accentueerde daarbij de mutualiteit van de mensen, hun wederzijdse afhankelijkheid die niet door een staat mag worden gestuurd en gedicteerd. Het anarchisme in al zijn verscheidenheid dreef niet, zoals het populisme, op gevoelens van rancune, onzekerheid en angst onder de burgers, maar zocht naar een sociaal rechtvaardige maatschappij gebaseerd op vrijheid in plaats van op dwang en controle. Kortom, anarchisten zijn geen populisten, maarpopulisten hebben wel anarchistische trekken en trekjes. Dat is met name het geval wanneer zij zich verzetten tegen al dan niet vermeende elites in hun ge'institutionaliseerde bastions. “ (p 52)
“Pim Fortuyn was daar met zijn maatpakken, dure auto met butlerchauffeur, het huis dat hij een 'palazzo' noemde (hoewel het de helft van een twee-onder-een-kapwoning was), een sprekend voorbeeld van. Hij ging graag om met de top van de samenleving en had weinig op met de 'gewone Nederlanders' die hem wel massaal steunden en bij zijn begrafenis de lijkwagen huilend overdekten met een zee van bloemen.” (p 54 f)
???” [ Fortuyn: ] want hij was een goed schrijvende 'man of letters', geen virtuoze wetenschapper, wel een echte intellectueel” ??? [ Goed schrijvend?? Intellectueel?? M.T]
“Is Marijnissen een populist? Nee, anders dan Wilders opereert hij niet vanuit racistisch gekleurde rancunes, is hij wel degelijk integer op zoek naar een mogelijkheid de zogeheten 'allochtonen' in onze samenleving te integreren. Ook lijdt hij niet aan een onberedeneerde islamofobie en roept hij in zijn beschavingsoffensief niet op de joods-christelijke cultuur van het Westen te behoeden voor vreernde, islamitische smetten. De oude etiketten links en rechts zijn bij hem en zijn SP niet meer toepasbaar. Dat maakt hem nog geen populist. “( p 55)
“Het zondeboksyndroom moet het hebben van grove generalisaties. Dat er tal van verschillen en onder linge conflicten zijn binnen de islam - er zijn soennieten, sjiieten, alevieten, et cetera - en dat ook de etnische verschillen - tussen Turken, Marokkanen, Antillianen, Surinamers, et cetera - een grote diversiteit creeren, wordt door deze generalisaties genegeerd. Het gaat de populisten als Wilders en de zijnen om 'de' aIlochtonen en 'de' moslims, en die vormen een gevaar.” (p 58)
“Je zult vandaag de dag een goed geintegreerde, islamitische burger van Turkse of Marokkaanse komaf zijn! Je moet constant bewijzen dat je niet in de populistische generalisaties past.”p 59
“Op het eerste gezicht lijkt populisme bij uitstek democratisch. Het is toch mooi voor een democratie indien het volk meer te zeggen krij gt, als er meer en beter naar het volk wordt geluisterd, de afstand tussen het volk en de politiek kleiner wordt, wanneer de stem des volks door populistische politici hoorbaar wordt? Dit is overigens een interessante paradox. Immers, het beginsel dat de leider de stem van het volk vertegenwoordigt en niet alleen buiten maar eigenlijk ook boven de partijen staat, is allesbehalve democratisch. Het is behoorlijk autoritair. “( p 62)
“Als populistische burgers ergens van gruwen zijn het wel de politieke compromissen, de debatten in het
parlement en al helemaal het moeizame 'polderen' om tegenstellingen te verzoenen. Burgemeester Cohens doel om 'de boel bij elkaar te houden' vinden ze slap.” (p 66 f)
“Bij de Nederlandse moslims wekte Wilders' filmpje Fitna nauwelijks beroering. Hij moet ermee vooral in het buitenland de populistische boer op. Overigens is het succes van dit filmpje ook daar niet erg groot. Bij de vertoning in het Engelse parlement, waar hij overigens niet bij kon zijn omdat hem de toegang tot het land werd ontzegd, verscheen slechts een handjevol belangstellenden. Buiten werd wat geprotesteerd, maar ook het protest van Britse moslims was zeer gematigd. Het monotone muslim bashingwordt langzamerhand vervelend. “( p 67)
“Democratie betekent letterlijk de heerschappij van de demos, het yolk. In het oude Athene, bakermat van de democratie, was dat een directe democratie, maar dan moet bedacht worden dat de bevolking gering in aantal was en alleen de vrije mannen stemrecht hadden. Vrauwen en slaven waren uitgesloten van de democratische rechten”( p 68)
“Ook essentieel in deze parlementaire democratie is, zoals al eerder opgemerkt, het feit dat ze een indirecte, vertegenwoordigende democratie is. Individuele burgers - en dus niet 'het yolk' - hebben actief en passiefkiesrecht en krijgen door middel van de verkiezingen de mogelijkheid via de partijen vertegenwoordigers aan te wijzen. Deze vertegenwoordigers gaan in democratische instituties, vooral de gemeenteraad en het parlement, namens de burgers politiek opereren. Of scherper, zij stellen als wetgevende macht het beleid vast en controleren kritisch de uitvoerende macht (B & W, rijksoverheid). “ ( p 68)
“Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat een van de meest verwoestende invloeden van het populisme het verraad van deze elites is, het in de media en anderszins meedeinen met populistische gevoelens en ideeen.”(p 72)
“Dit alles [ de opkomst van een managerkast, M.T.] hield een aanzienlijke verandering in van de civil society, dat wil zeggen van de samenleving waarin wij burgers in autonome organisaties en instituties ons leven individueel en collectief gestalte en richting geven. Burgers werden steeds meer gereduceerd tot consumenten of clienten die 'producten' kregen aangeboden en dienden te nuttigen. Populistische onvrede en rancune zijn hiertegen geen adequaat medicijn. Veeleer hebben we burgerlijke competentie nodig, een kritische houding van burgers die constitutioneel verankerde rechten en plichten hebben. “( p 82)
“Voor deze voor een vitale burgersamenleving zo essentiele burgerlijke competentie is populisme geen vruchtbare bodem. Populisme drijft op irrationele, emotionele angsten en rancunes die uiteindelijk, zo leert de ervaring, reactief, zo niet reactionair en contraproductief zijn.” (p 82)
“Verder wordt steeds duidelijker dat de verschillende islamitische groeperingen en organisaties in ons land, ondanks fricties die in een multiculturele samenleving onvermijdelijk zijn, zich gematigd opstellen en de dialoog boven de confrontatie prefereren. Salafistische, jihadistische elementen vormen een minderheid en worden in nationaal en internationaal verband beter onder controle gehouden dan voorheen. Positief is ook dat jongeren uit etnische minderheden via onderwijs en werk steeds beter zijn gemtegreerd in onze dynamische en mondialiserende samenleving.” ( p 90)
“Aan het einde van zijn leven schreef de Duits- Deense socioloog Theodor Geiger (1891-1952) een politiek manifest met als titel en ondertitel Demokratie ohne Dogma. Die Gesellschafi zwischen Pathos und Nuchternheit: (1950; herdruk 1964). Als sociaaldemocraat en fervente tegenstander van de nazi's moest hij Duitsland ontvluchten en toen ook Denemarken onder de voet werd gelopen door de nazilaars, trok Geiger verder naar Zweden. Na de oorlog keerde hij terug naar Denemarken waar hij aan de universiteit van Aarhus de eerste Deense universitaire hoogleraar in de sociologie werd.”( p 99)
Zijderveld pleit voor een “meritocratie die een pluriforme elite vormt van weldenkende mensen. Weldenkend betekent goed geinformeerd, goed opgeleid en in de zin van Geiger intellectueel en emotioneel ascetisch, wat iets anders is dan gevoelsarm, kil, berekenend. Men laat zich als homo intellectualis niet emotioneel op sleeptouw nemen door de tumultuositas vulgi, maar gebruikt zijn kritische verstand. “ (p 100)
In de geest van Max Weber en
Theodor Geiger pleit Zijderveld tegen een “Gesinnungsethik” [ p 100 ff] , omdat
hij deze gelijkstelt met poplisme. Dat is naar mijn mening [M.T.] een
vergissing.
Betreffend de titel “Populisme als politiek drijfzand” vind ik dat Dick Pels het heel goed zegt:
“Het volk blijft op zijn best een vage, onbereikbare gestalte, die altijd woordvoerders en aanvoerders nodig heeft om als politieke realiteit te kunnen bestaan. De democratie is in die zin gebouwd op drijfzand. Democraten moeten het doen zonder demos. Het populus van de populisten bestaat niet. De politieke waarheid is per definitie voortvluchtig, en de kiezer heeft nooit gelijk.”
Enkele citaten uit kranten:
Anton Zijderveld in de Volkskrant van 9/10 mei:
“'Vreselijk woord,
allochtoon. Ik spreek van Nederlanders met een koppelteken. Dat heb ik in
Amerika geleerd. Wie binnenkomt is Amerikaan. Dan ben je Chinese-American of
Irish-American. Wat je bovenal bent is Amerikaan. Je hoort erbij.
'Ik heb de kwestie in de partij naar voren gebracht. Totaal geen reactie.
Helemaal niks. Toen heb ik op een goed moment gedacht: beleg een beraad op het
partijkantoor, zonder pers erbij, benen op tafel, met als centrale vraag: is er
overtrokken angst voor de islam in de partij? En zo ja, wat gaan we eraan doen?”
“Wilders heeft weer niet de brille van Pim Fortuyn. En ook niet de humor
van Pim Fortuyn, dat vind ik eigenlijk nog erger.” [????M.T.]
“Sylvain Ephimenco vond het maar vreemd, omdat Zijderveld eerder Marokkanen
omschreef als "tuig dat misbruik maakt van de ruimte die onze rechtsstaat
biedt". Zijdervelds repertoire, zo schreef Ephimenco, komt namelijk
"aardig in de buurt van de PVV-riedeltjes" ( NRC 2-5-2009)