Wetenschap Kunst Politiek

Maria Trepp

Persoonlijkheidsverandering in de loop van het leven

no comment

Nieuw onderzoek toont aan dat de persoonlijkheid in de loop van het leven verandert.

Wat bepaalt de acties van mensen? Velen van ons verklaren menselijk gedrag intuïtief met persoonlijkheidskenmerken: dus met een karakteristiek patroon van denken, voelen en gedrag, dat redelijk stabiel is en in verschillende situaties constant blijft.

Om persoonlijkheidskenmerken woedt sinds 1960 een fel wetenschappelijk debat: sommige psychologen beweren dat een bepaalde situatie, en niet persoonlijkheidskenmerken de belangrijkste oorzaak van gedrag zijn. Persoonlijkheid is grotendeels, of tenminste voor de helft erfelijk. Maar behavioristisch georiënteerde psychologen zetten vraagtekens bij de invloed van erfelijkheid en onderstrepen de invloed van situaties en leergeschiedenis op het gedrag ten opzichte van stabiele interne of erfelijke factoren.

In de laatste twee decennia werd met behulp van uitgebreid onderzoek vastgesteld dat persoonlijkheidskenmerken bestaan, en dat deze het feitelijke gedrag van een persoon gedeeltelijk kunnen voorspellen  en ook een voorspellende kracht bezitten, wat de verschillende indicatoren van maatschappelijk succes betreft, zoals bijvoorbeeld inkomen.

De effecten van persoonlijkheidskenmerken op het gedrag zijn het makkelijkst te onderkennen wanneer mensen herhaaldelijk in verschillende situaties worden geobserveerd: In elke unieke situatie wordt het gedrag van een persoon door zowel de persoonlijkheid als ook situatie beïnvloed. Maar als iemand in veel verschillende situaties geobserveerd wordt, kan men de psychologische invloed van gedrag vaststellen.

Persoonlijkheidsverandering “Big Five”Big-Five-persoonlijkheid-copyright-ctp.publication-at-gmail.jpg

Veel studies en daarmee samenhangende complexe berekeningen hebben aangetoond welke persoonlijkheidskenmerken voor het begrijpen van het gedrag het meest belangrijk zijn. Het belangrijkste model (het universele standaard model) van de persoonlijkheidspsychologie wordt “Big Five” genoemd. Dit is een persoonlijkheidsmodel dat vijf belangrijke dimensies van de persoonlijkheid toont: Extraversie (tegenpool: Introversie), vriendelijkheid, zorgvuldigheid, emotionele stabiliteit en openheid voor nieuwe ervaringen.

 

 

Persoonlijkheidskenmerken zijn relatief stabiel in de verloop van tijd, maar ze kunnen ook tijdens het leven geleidelijk veranderen, en dat gebeurt dan meestal in een positieve richting. Uit veel onderzoeken blijkt dat de meeste volwassen vriendelijker, zorgvuldiger en emotioneel veerkrachtiger zijn, als ze ouder worden. Deze veranderingen ontwikkelen zich over jaren of decennia. Verschillende studies in de afgelopen jaren hebben dit aangetoond. Het meest interessante en meest complete onderzoek (ruim 1 miljoen deelnemers) komt van Christopher J. Soto en anderen, en werd gepubliceerd in het Journal of Personality en Sociale Psychologie ( Age Differences in Personality Traits From 10 to 65: Big Five Domains and Facets in a Large Cross-Sectional Sample, Journal of Personality and Social Psychology 2011, Vol. 100, No. 2, 330–348). Het gaat hier om een dwarsdoorsnedeonderzoek, waar verschillende mensen op verschillende leeftijden onderzocht worden. Het gaat dus niet om herhaald onderzoek bij dezelfde personen, zoals het in een longitudinale studie.

Het onderzoek van Soto al. is om verschillende redenen zeer interessant:

  • Er worden verschillen in persoonlijkheid bij personen van 10 tot 65 jaar onderzocht
  • De resultaten worden gender-specifiek geanalyseerd
  • De resultaten worden niet alleen op het niveau van de vijf Big Five-dimensies onderzocht, maar ook in groter detail: namelijk afzonderlijk voor twee verschillende facetten per Big Five eigenschap. Bij sommige Big Five dimensies zijn de leeftijdstrends op het detailniveau van de facettendimensie van bijzonder belang, zoals bijvoorbeeld de facettendimensie zelfdiscipline als een deeldimensie van zorgvuldigheid.

 

De resultaten persoonlijkheidsverandering

van het dwarsdoorsnedeonderzoek van Soto voor volwassenen (resultaten voor kinderen, adolescenten en jonge volwassenen zien de oorspronkelijke studie):

  • Zorgvuldigheid neemt bij de oudere deelnemers aan de studie toe. Vrouwen zijn meer zorgvuldig dan mannen (zie grafiek Soto p. 337 linksonder)
  • De deeldimensie zelfdiscipline is voornamelijk verantwoordelijk voor de toename in zorgvuldigheid terwijl ordelijkheid (het tweede facet van de dimensie zorgvuldigheid) niet veel verschilt tussen deelnemers van verschillende leeftijden (zie grafiek Soto p. 337 rechtsonder). De toename van de zelfdiscipline is waarschijnlijk gerelateerd aan de socialisatie en verantwoordelijkheid in werk en gezin.
  • Vriendelijkheid verschilt niet veel tussen volwassenen van verschillende leeftijd, maar is wat sterker bij oudere personen. Vrouwen zijn algemeen vriendelijker dan mannen (zie diagram Soto p. 338 boven).
  • Neuroticisme (=tegendeel van emotionele stabiliteit), met de facetten van angst en depressie, verschilt sterk tussen volwassenen van verschillende leeftijd (dit resultaat komt terug in alle vergelijkbare studies), waarbij jongere volwassenen veel kwetsbaarder zijn dan oudere. In alle studies scoren jonge vrouwen veel hoger dan jonge mannen op neuroticisme, en dan met name op de sub-dimensie angst, maar nemen de neuroticisme-verschillen tussen mannen en vrouwen in de loop van leven af (zie diagram Soto p. 338).
  • Extraversie blijft tijdens het leven ongeveer gelijk, en vrouwen zijn iets extraverter dan mannen (zie grafiek Soto p. 340 hierboven).
  • Oudere deelnemers tonen iets meer openheid voor nieuwe ervaringen, waarbij mannen gemiddeld meer open zijn dan vrouwen. Er zijn grote verschillen op het niveau van de facetten: Vrouwen van alle leeftijden zijn opener voor esthetiek dan mannen; terwijl mannelijke deelnemers vanaf de leeftijd van 25 jaar meer open zijn voor nieuwe ideeën dan vrouwen (Soto, p. 341 boven).

Al deze resultaten voor persoonlijkheidsverandering zijn niet van toepassing op het individuele niveau en kunnen ook te wijten zijn aan de generatieverschillen. De resultaten zijn ook mogelijk cultuurspecifiek omdat de vragen in het Engels zijn ingevuld (…maar de vragen waren wel voor iedereen online beschikbaar).

Een heel ander aspect van persoonlijkheidsverandering in de tijd komt uit evolutionair onderzoek naar voren: uit tweelingsonderzoek blijkt, dat neuroticisme met de tijd over de populatie afneemt en extraversie toeneemt, op grond van reproductief gedrag: neurotische mensen krijgen minder kinderen en extraverte mensen juist meer kinderen.

Maria Trepp, docent Ontwikkelingspsychologie

Bestaat de midlife crisis?

no comment

Midlife crisis:

Een nieuw onderzoek stelt vast dat veertigers en vijftigers het vaakst een levenscrisis ervaren, vrouwen in hogere mate dan mannen.

Overigens stelt dit onderzoek ook vast, dat we in een dergelijke crisis meer openstaan voor nieuwe inzichten. We worden nieuwsgieriger naar onszelf, anderen en de wereld om ons heen, en dit terwijl mensen over het algemeen minder nieuwsgierig zijn naar zichzelf en anderen.

Het klassieke midlife crisis-model gaat uit van een u-shape van de levenstevredenheid tijdens het leven: hoog in het begin en het einde van het leven, lager in het midden. Mensen ervaren vaak in de leeftijd tussen 40 en 50 jaar een periode van rusteloosheid, ontevredenheid en angst. Fysieke veranderingen zoals gewichtstoename, slechtere ogen en de noodzaak van een bril, grijs en minder haar kunnen ook bijdragen aan een slechtere stemming.

Zie hier uitgebreid: Is well-being U-shaped over the life cycle?

u-shape midlife crisis

In het psychosociale ontwikkelingsmodel van Erikson wordt deze levensfase gekenmerkt door een conflict tussen stagnatie en generativiteit (de wens iets voort te brengen dat het individu overstijgt, productiviteit en creativiteit). Onvrede met de eigen stagnatie zou dan samenvallen met het concept van de midlife crisis.

Grappig genoeg heeft men hetzelfde u-shape effect bij mensapen vastgesteld: Mensapen hebben ook een dergelijke crisis, als dertiger. Dit zou erop kunnen wijzen dat biologische factoren een rol spelen, en niet alleen sociaal-culturele factoren zoals een hoge werk- en verantwoordelijkheidsbelasting tijdens de middelbare jaren.

Veel films en comedy’s maken hebben de midlife crisis tot onderwerp, bijvoorbeeld American Beauty, waar een 42-jarige vader die een midlife crisis doormaakt verliefd raakt op de beste vriend van zijn tienerdochter.

“Mid-life crisis is what happens when you climb to the top of the ladder and discover it’s against the wrong wall.” – Joseph Campbell

Maar er zijn veel onderzoeken die het begrip midlife crisis afwijzen en een andersoortige ontwikkeling van het subjectieve levensgeluk vaststellen. Het probleem met dit soort onderzoek is dat verschillende generaties (cohorten) met elkaar worden vergeleken. Als men longitudinaal onderzoek doet, waarbij een bepaalde groep in de levensloop gevolgd wordt, vindt men (in ieder geval in bepaalde culturen) toenemende tevredenheid tijdens het leven. (zie Scientific American, Most People Get Happier as They Approach Midlife.

Maria Trepp, docent Ontwikkelingspsychologie

Pluralistische onwetendheid- sociale psychologie

no comment

Pluralistische onwetendheid (pluralistic ignorance) is een begrip uit de sociale psychologie.

Pluralistische onwetendheid beschrijft een situatie waar de meerderheid van een groep een mening, gedrag of standpunt afkeurt, maar de personen individueel (en tegen de werkelijkheid in) overtuigt zijn dan de anderen dit algemeen afgekeurde standpunt wel degelijk goedkeuren. Als mensen in een groep zich in een onzekere en moeilijk in te schatten situatie bevinden en niemand weet hoe men moet handelen, kijken mensen graag naar het gedrag van anderen. Dit gedrag van anderen wordt dan niet als onzekerheid geïnterpreteerd (terwijl deze interpretatie op de hand ligt als men zelf ook onzeker is) maar als gevolg van een bewuste beslissing. Men interpreteert dus het gedrag van anderen, die zich identiek gedragen als men zelf, anders dan het eigen gedrag en men past zich bovendien ook nog aan de verkeerd opgevatte algemene mening aan. Verschillen tussen privéovertuigingen en iemands gedrag in het publiek zijn goed gedocumenteerd in de sociaalpsychologische literatuur als een vorm van sociale invloed. Sociale invloed speelt dan ook een centrale rol in dit fenomeen van pluralistische onwetendheid.

Voorbeelden:

  • De docent vraagt of er nog vragen zijn. Niemand zegt iets. Veel aanwezigen vatten dit op als een teken dat de anderen alles begrepen hebben, en dit terwijl de andere aanwezigen ook onzeker zijn of vragen hebben en zelf ook naar de reacties van de groep kijken.
  • Het meest bekende voorbeeld van pluralistische onwetendheid is het omstandereffect (bijstandereffect). In een noodsituatie met meerdere toeschouwers grijpt niemand in omdat iedereen het aarzelende niet-ingrijpen van de anderen als een bewuste beslissing begrijpt en daaruit afleidt dat actie niet noodzakelijk is.
  • Halbesleben et al. (2007) betogen dat de pluralistische onwetendheid de reden kan zijn dat werknemers hun werkelijke mening over een onderwerp niet met collega’s delen omdat zij denken dat de groepsidentiteit verdedigd moet worden en dat de groep anders denkt dan zij zelf. Het gevolg is dan hogere stress en een lagere graad van betrokkenheid onder werknemers. Voor de organisatie als geheel kan pluralistische onwetendheid leiden tot een zwakke organisatiecultuur, die eigenlijk niet wordt ondersteund door haar leden, en tot slechte besluitvorming kan leiden omdat de werknemers hun eigen overtuigingen niet uiten en zich aan een vermeende gedeelde mening aanpassen. Halbesleben JRB, Wheeler AR, Buckley MR (2007) Understanding pluralistic ignorance: application and theory. Journal of Managerial Psychology 22(1):65–83
  • In “Smarter Than You Think: How Technology Is Changing Our Minds for the Better” beschrijft Clive Thompson het systematische gebruik van pluralistische onwetendheid door autoritaire regimes. Als iedereen denkt dat de anderen het regime tolereren zal niemand de opstand aandurven (zie ook de kleren van de keizer). Clive Thompson meent dat de opkomst van digitale en sociale media de pluralistische onwetendheid kan opheffen. Actievoerders en aanhangers kunnen met elkaar communiceren over de (verborgen) doelen en meningen.

Maria Trepp, docent sociale psychologie

Posttraumatische groei

no comment

Posttraumatische groei

Posttraumatische groei is een term die verwijst naar positieve psychologische veranderingen die als gevolg van een ongeval, trauma en andere moeilijkheden van het leven kunnen optreden. Na trauma en ongeluk worden niet altijd de symptomen van stress en PTSS (Posttraumatische_stressstoornis) vastgesteld, maar het kan op den duur ook succesvolle persoonlijke groei plaats vinden.

Primo Levi schrijft bijvoorbeeld over het proces van rijping en ervaring, die hij zelfs in een concentratiekamp heeft ondergaan (“salvation through action” waarvoor hij een nieuwe term vindt: salvaction), en Viktor Frankl heeft zijn verblijf in een concentratiekamp verwerkt in het boek Man’s Search for Meaning (Duits: Trotzdem Ja zum Leben sagen). Frankl concludeert uit zijn ervaring dat psychologische reacties niet alleen het gevolg van de omstandigheden van het leven zijn, maar dat ook bij ernstig lijden nog een vrijheid van keuze is.

Viktor_Frankl posttraumatisches Wachstum

Vele anderen hebben hun subjectieve ervaring opgeschreven nadat zij grote en ook kleine tegenspoed hebben overwonnen. Rampen en trauma vormen grote uitdagingen voor het aanpassingsvermogen van een individu. Deze uitdaging betreft bijvoorbeeld het zelfinzicht en het begrip van de wereld, en de mogelijkheid om voor zichzelf een zinvolle plek in de wereld te vinden.  Traumatische gebeurtenissen maken het onmogelijk dat men de manier van leven gewoon weer oppikt die men voor de traumatische gebeurtenissen had. Er treden diepe, vaak levensveranderende psychologische veranderingen op in het denken en in de relatie tot de wereld, die in feite ook tot een persoonlijke en zinvolle veranderingsproces kunnen bijdragen. Vaak reageren mensen die een dergelijk proces hebben meegemaakt, beter op hernieuwde belasting, en herstellen sneller hiervan. Dit kan zijn het resultaat zijn van de ontmoeting met een beangstigende gebeurtenis en het daaropvolgende leerproces.

 

“Post-traumatische groei” hoort als denkmodel en visie in de wereld van de positieve psychologie. De term werd bedacht door de psychologen Richard G. Tedeschi en Lawrence G. Calhoun (link naar het artikel met model van post-traumatische groei), anderen, zoals bijvoorbeeld Andreas Maercker spreken van posttraumatische rijping. Tedeschi schrijft dat 90 procent van trauma-slachtoffers ten minste één aspect van posttraumatische groei rapporteren, zoals een hernieuwde waardering van het leven.

Anderen spreken zelfs van “posttraumatisch succes”- maar dat lijkt me als term niet goed gekozen.

Veerkracht

Een nauw verwante term uit de traditionele psychologie is Veerkracht (resilience) als het vermogen om te gaan met crisissituaties door beroep te doen op persoonlijke en sociale resources en deze te gebruiken voor de eigen ontwikkeling. Het verschil tussen posttraumatische groei en veerkracht is de omvang van het herstel. “Groei” of “Rijping” gaat verder dan veerkracht. Veerkracht betekent dat men zijn levenskwaliteit terugvindt, terwijl een ontwikkelende persoonlijkheid zelfs een voordeel kan ondervinden van uitdagingen. (Artikel: Charles S. Carver, Resilience and Thriving, Issues, Models and Linkages)

Zie ook Salvatore R. Maddi Hardiness: Turning Stressful Circumstances into Resilient Growth 2013 en ander onderzoek van Maddi (2015)

 

Posttraumatische rijping, religie en literatuur

Het algemene inzicht dat lijden en ontbering wellicht ook tot positieve verandering kunnen leiden is duizenden jaren oud. De lessen van vrijwel alle godsdiensten van het hindoeïsme en boeddhisme over islam en christendom bevatten elementen van de potentieel transformatieve kracht van lijden. De poging de betekenis van menselijk leed te begrijpen is een centraal thema van vele filosofische onderzoeken en wordt in de werken van toneelschrijvers, schrijvers en dichters vorm gegeven.  

Ook Victor Frankls logotherapie richt zich op de dimensie van persoon en existentie en concentreert zich op betekenisgeving als primaire en helende motivatie van de mensen. Door logotherapie en existentiële analyse zullen lichamelijke of geestelijke zieken existentiële vrijheid en keuze leren ervaren. De vraag naar een mogelijke bestaanszin van de cliënt staat centraal. De logotherapie maakt een onderscheid tussen lichamelijke en psychische symptomen en de geestelijke persoon. Het doel is dat de lijdende mens een essentieel deel van zijn zelfbeschikkingsvermogen en waardigheid terugvindt.

Zie ook Siebrecht Vanhooren, Zingeving, spiritualiteit en posttraumatische groei, Eerste stappen in een breed veld.

Posttraumatische groei

Posttraumatische groei werd aangetoond bij verschillende natuurlijke of door de mens veroorzaakte traumatische gebeurtenissen, met inbegrip van levensbedreigende ziekte, oorlog, misbruik, migratie en dood van dierbaren.  Het werd ook in veel landen en in het kader van verschillende culturen aangetoond dat posttraumatische groei een universeel fenomeen is, maar ook enkele culturele verschillen kent. Posttraumatische ontwikkeling kan bovendien niet alleen voor individuen, maar ook voor families en systemen beschreven worden.

Post-traumatische groei treedt als mensen zich kunnen aanpassen aan zeer negatieve omstandigheden die hoge psychologische stress veroorzaken, zoals bijvoorbeeld grote levenscrises, die meestal onaangename geestelijke reacties veroorzaken.  Persoonlijke groei treedt niet als een direct gevolg van trauma, maar als mensen zich intens bezig houden met de nieuwe werkelijkheid in de nasleep van het trauma. Deze intense inspanning is van cruciaal belang voor de omvang en de aard van de post-traumatische groei. Ervaringen van persoonlijke groei na traumatische gebeurtenissen zijn gelukkig veel talrijker dan psychiatrische aandoeningen zoals posttraumatische stressstoornis. Maar persoonlijk lijden, en ook een stress-stoornis kan ook vaak naast en gelijktijdig plaatsvinden met de groei.

Als voorspellende factoren voor posttraumatische groei werden een aantal factoren genoemd die met adaptieve groei na een trauma in verbinding gebracht worden.

Spiritualiteit correleert sterk met posttraumatische rijping, en omgekeerd ontstaan veel van de diepste geestelijke overtuigingen door blootstelling aan trauma. Sociale steun is ook goed gedocumenteerd als een buffer voor het voorkomen van psychische stoornissen en stressreacties. Richard G. Tedeschi en anderen hebben gevonden dat de acceptatie van situaties die niet kunnen worden gewijzigd cruciaal is voor de aanpassing aan traumatische gebeurtenissen. Ze noemen dit “acceptatieverwerking”. Zij merkten op dat de confrontatie met de realiteit een belangrijke voorspeller van posttraumatische groei is.

Mensen die posttraumatische groei hebben doorgemaakt, hebben bijvoorbeeld het volgende ervaren:

  1. Intensivering van de waardering voor het leven: Het rijpingsproces dat door de traumatische ervaring veroorzaakt wordt leidt tot een verandering van prioriteiten. Kleine, alledaagse dingen worden belangrijker. Materiële dingen verliezen aan waarde, persoonlijke relaties worden belangrijker.
  2. Intensivering van de persoonlijke relaties: De traumatische gebeurtenis heeft een deel van de oude relaties vernietigd. De overblijvende relaties (“In nood herkent men de ware vrienden”) worden geïntensiveerd. Tegelijkertijd neemt het empathisch vermogen toe. Van trauma getroffen mensen voelen een verhoogde compassie voor anderen, vooral met mensen in nood.
  3. Bewustwording van eigen kracht: Als mensen zich van de eigen kwetsbaarheid bewust worden groeit ook het gevoel van innerlijke kracht. Men heeft ervaren dat de veiligheid in het leven altijd kwetsbaar is, maar ook dat men de consequenties van verschrikkelijke gebeurtenissen kan overkomen.
  4. Ontdekking van nieuwe kansen in het leven: Nadat oude doelen waardeloos of zinloos geworden zijn, zoekt men nu naar nieuwe doelen en taken. Dit kan gepaard gaan met een verandering van beroep of met intense maatschappelijke betrokkenheid.
  5. Intensivering van het spiritueel bewustzijn: De door de traumatische gebeurtenis veroorzaakte grenservaring roept existentiële vragen op. De resulterende bespiegelingen over de betekenis van het leven en/of God kunnen leiden tot een groter spiritueel bewustzijn en een grotere innerlijke tevredenheid. (Wikipedia)

Helpende factoren

Twee persoonlijkheidskenmerken dragen in het bijzonder ertoe bij om bij traumatische ervaringen een persoonlijke groei door te maken: extraversie en openheid. Ook zijn optimisten beter in staat om aandacht en middelen op de belangrijkste kwesties te concentreren en oncontroleerbare of onoplosbare problemen los te laten. Een warme, ondersteunende omgeving kan posttraumatische groei helpen, als men samen een manier vindt om de stressvolle gebeurtenissen in een zinvol levensverhaal met perspectief en conceptuele verwerking te integreren. Verhalen over trauma en overleven zijn altijd belangrijk voor de posttraumatische groei, omdat de ontwikkeling van deze verhalen dwingt om vragen van betekenis en belang te stellen te beantwoorden. Hierbij kunnen benaderingen van de narratieve psychologie van grote hulp zijn. Constructieve Coping-strategieën, zowel cognitieve als ook sociale en emotionele kunnen een adaptieve spiraal in gang zetten.

Andreas Maercker heeft aangetoond dat persoonlijke groei na een trauma kan worden verklaard door het vermogen tot cognitieve coping en zelf-kalmerende emotionele coping. Een lijst van verschillende coping-strategieën kunnen worden gevonden in het artikel The Dialectical Behavior Therapy Ways of Coping Checklist:Development and Psychometric Properties von Andrada D. Neacsiu et al. Constructief coping-gedrag kan bijvoorbeeld zijn: Advies vragen, advies opvolgen, zich concentreren op de verschillende inhoud van positieve gedachten, plannen maken, goed zorgen voor zichzelf: (eten, slapen, sport), activiteiten te doen ….

Zie ook

Handbook of Posttraumatic Growth: Research and Practice (Google books)

Posttraumatic Growth: Progress and Problems Camille B. Wortman Department of Psychology State University of New York at Stony Brook

Maria Trepp, docent klinische psychologie

Traumabehandeling: EMDR versus (Progressive) Counting

no comment

Nieuwe manier van traumabehandeling EMDR versus (Progressive) Counting-Methode

EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing ) is een therapie die vaak en succesvol bij psychotrauma‘s van verschillende aard wordt ingezet. Veel mensen houden na afschuwelijke traumatische gebeurtenissen psychische problemen. Soms is dit ook het geval na minder ingrijpende belevenissen. De negatieve gevolgen van grote en kleine trauma´s kunnen bijvoorbeeld zijn: dwangmatig opnieuw beleven van de traumatische ervaring, dissociatieverdringingangstreacties of een negatief zelfbeeld. In zware gevallen kunnen trauma‘s tot een posttraumatische stressstoornis leiden.

Gedragstherapie biedt verschillende behandelingsmogelijkheden bij psychotrauma‘s, onder andere Imaginaire Exposure of Prolonged Exposure (PE)- therapie, waarbij de cliënt de traumatische belevenissen herleeft onder begeleiding, totdat gewenning optreedt, en de stimulus van de herinnering geen stressreactie meer uitlokt.

https://www.youtube.com/watch?v=eEOHisK6IPM

Een variatie hiervan is de EMDR-therapie, een therapie die op het eerste gezicht op beunhazerij en flauwekul lijkt, maar waarvan de effectiviteit herhaaldelijk werd aangetoond. Vereenvoudigd samengevat: de cliënt wordt gevraagd zich op het ergste gedeelte van zijn/haar herinneringen te concentreren, terwijl de therapeut voor de ogen van de cliënt de vingers heen en weer beweegt, ongeveer een halve minuut lang.

EMDR Trauma

 

De cliënt volgt de beweging van de vingers met de ogen. Vervolgens bericht de cliënt over de in de korte periode ontstane gedachten, beelden en gevoelens, concentreert zich wederom hierop, waarbij de therapeut de vingers beweegt enz. Dit wordt voortgezet totdat de cliënt geen traumatische herinneringen meer beleeft.

Verschillende onderzoekers (zie b. v. Marcel A. van den Hout, Iris M. Engelhard, How does EMDR work, Journal of Experimental Psychopathology 2012, Volume 3 (2012), Issue 5, 724–738) komen in de laatste tijd tot de conclusie, dat EMDR goed werkt, maar dat de bewegende vingers niet essentieel zijn. Het lijkt erop, dat het helpend mechanisme, naast extinctie (een uitdovings- dus ont-leerproces die bij klassieke conditionering hoort) ook de hoge belasting van het werkgeheugen is, die ervoor zorgt dat de belastende herinneringen afnemen, als gelijktijdig met de voorstelling van nare herinneringen een andere taak wordt uitgevoerd, zoals met de ogen de bewegingen van de vingers van de therapeut volgen, of op de ademhaling letten (zie hiervoor de vergelijking van Mindfulness en EMDR).

 

In de laatste tijd verschijnen ook artikelen die EMDR vergelijken met verschillende aftelmethodes (Counting of Progressive Counting-methode), waarbij deze simpeler dan EMDR uit te voeren aftelmethodes tot zeer goede en bemoedigende resultaten leiden.

In Traumatology 2015, Vol. 21, No. 1, 1–6 beschrijven Ricky Greenwald en zijn collega’s van het Trauma Institute & Child Trauma Institute, Northampton, Massachusetts in een artikel de methodes “Counting” en Greenwalds eigen “Progressive Counting”.

 

De Counting Methode (CM)

is een traumabehandeling, waar de therapeut hardop van 1 tot 100 telt, terwijl de client een imagaginaire „film“ ziet  van zijn traumatische herinnering, van begin tot einde van de traumatische gebeurtenis.Daarna bespreekt de client zijn herinneringen en belevenissen uitvoerig met de therapeut. Deze methode heeft in verkennend onderzoek tot goede resultaten geleid.

 

Progressive Counting (PC)

of Progressieve telmethode is gebaseerd op CM met wijzigingen voor verbeterde efficiëntie en aanvaardbaarheid voor cliënten. Bij CM bekijkt de cliënt de imaginaire film van de trauma’s maar eenmaal per sessie, en praat dan voor de rest van de tijd erover. Bij PC bekijkt de cliënt herhaaldelijk imaginaire films van herinneringen in een enkele sessie. Ook kan de cliënt bij PC ervoor kiezen om de herinnering NIET te bespreken, zodoende is de privacy gewaarborgd.

Bovendien is de duur van de eerste film in PC alleen een telling tot 10; de volgende keer tot 20; de volgende keer to 30; en zo verder, tot een maximum van 100. Dus wordt de blootstelling geleidelijk verhoogd. Later, als de traumatische herinneringen afgezwakt zijn, wordt de tijd van het tellen bij de imaginaire films geleidelijk verlaagd.

Progressive Counting is een effectieve methode, die makkelijker is uit te voeren en te leren dan EMDR. Eerste resultaten zijn zeer bemoedigend, en verder onderzoek zal uitwijzen of deze of andere variaties op EMDR tot verbeteringen in de traumatherapie kunnen leiden.

 

Maria Trepp, docent Klinische Psychologie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Recente berichten

Categories

Tags

Archives