De gemeente Leiden en museum De Lakenhal hebben een schilderij van Rembrandt verworven. Het gaat om het vroegst bekende schilderij van de Hollandse meester, ‘Brillenverkoper′ uit 1623-1624.

“De Brillenkoper getuigt al onmiskenbaar van de artistieke uitdagingen waarmee Rembrandt (Leiden, 15 juli 1606 – Amsterdam, 4 oktober 1669) gaandeweg beroemd zou worden: de contrasten tussen licht en donker, de losse verftoets en de levensechte koppen van de hoofdfiguren. Het schilderijtje maakte oorspronkelijk deel uit van een serie van vijf kleine paneeltjes, met als onderwerp de vijf zintuigen. Twee van de drie overgebleven schilderijen (het ‘gevoel’ en het ‘gehoor’) bevinden zich in een particuliere collectie in New York. Het derde paneel (het ‘zicht’) wordt straks, met de verwerving door de stad Leiden en Museum De Lakenhal, voor het Nederlandse cultuurbezit behouden. Vanaf 17 februari zal de nieuwe aanwinst in een speciale presentatie in het museum te bewonderen zijn.”
Het thema van de vijf zintuigen speelde in de Nederlandse prentkunst en schilderkunst een belangrijke rol. De vijf zintuigen werden op een karakteristieke maar voor ons vaak niet meer begrijpelijke manier vertegenwoordigd.
In Tot lering en vermaak, Betekenissen van Hollandse genrevoorstellingen uit de zeventiende eeuw schrijft E. de Jongh:
“Sedert de oudheid tot in de 17de eeuw werd over de zintuigen overwegend in ongunstige termen geschreven. Niet alleen in de leer van Plato werden de zintuigen als onbetrouwbaar veroordeeld, ook andere wijsgerige systemen hebben het waarnemen, in feite elke vorm van waarneming, als bedrieglijk opgevat. In de middeleeuwen en renaissance beschouwde men de zintuigen vanuit christelijk standpunt als de verbindingswegen waarlangs alle mogelijke slechtheid en zonden de menselijke geest binnendrongen. In de loop van de 17de eeuw evenwel zou er in deze argwanende houding enige verandering optreden onder invloed van het zich ontwikkelende empirisme, dat alle kennis wilde funderen in de ervaring. Voor deze wijsgerige richting golden de zintuigen niet zozeer als zondig, maar eerder als leveranciers van informatie en bewijsmateriaal”
En Noël Schiller schrijft over Rembrandts Vijf Zintuigen: [mijn vertaling en bewerking]
Tal van versies van de Vijf Zintuigen werden door kunstenaars in de Noordelijke Nederlanden gemaakt tijdens de eerste decennia van de zeventiende eeuw.
In deze tijd begonnen kunstenaars in Haarlem en Amsterdam figuren uit de midden- of lagere klasse in een kleine scene te schilderen voor een aanschouwelijke verbeelding van de zintuiglijke waarneming. Daarvoor had men dit onderwerp allegorisch en symbolisch benaderd.
De jonge Rembrandt was een van deze artistieke vernieuwers die een serie van kleine panelen schilderden met de verbeelding van de Vijf Zintuigen. In het geval van Rembrandt zijn groepen van drie hoofdfiguren uit de lagere klasse afgebeeld bij de uitoefening van een aan een zintuig gerelateerde activiteit: de figuren zingen in “Gehoor”, worden onderworpen aan een procedure om de “steen der dwaasheid” te verwijderen in “Gevoel” , en kopen brillen in “Zien”.


Rembrandts figuren zijn bezig met hun acties en hebben weinig aandacht voor de kijker.
Deze tekst staat in vertaling op mijn Duitse en mijn Engelse blog
Maria Trepp
Straks opent in het Van Gogh museum in Amsterdam de tentoonstelling Dreams of nature. Symbolisme van Van Gogh tot Kandinsky
Het symbolisme is de laatste jaren weer meer in de belangstelling gekomen. Het is een kunststroming die aan het eind van de 19e eeuw ontstond als reactie op het impressionisme. Kunstenaars wilden dromen en visioenen oproepen in plaats van de zichtbare werkelijkheid, als reactie op de groeiende industrialisering en het materialisme in Europa. Hun werken weerspiegelden veelal een verlangen naar schoonheid, esthetisch raffinement, verhevenheid, spiritualiteit, mythologie en abstractie.
Het symbolisme verenigde een klein clubje van kunstenaars die droomden en theoretiseerden over de eenheid van de kunsten.
Ook een aantal werken van Van Gogh kan men symbolistisch noemen, met name de werken die in contact met de symbolist en dromer Gauguin tot stand kwamen (zie bijvoorbeeld de zelfportretten van Van Gogh en Gauguin en de paasschilderijen van beiden). Maar ook het feit dat Van Gogh sterk vanuit ideeën werkte, en lang bezig was met een bepaald thema voordat hij er een schilderij van maakte, brengt hem in de buurt van andere symbolisten. Zijn schilderijen hebben diepere betekenissen, verborgen symboliek en verwijzen naar literatuur en muziek.
Hier een paar voorbeelden van symbolistische thema’s van schilderijen van Vincent van Gogh:
Natuur en suggestie: meer dan een getrouwe weergave van de werkelijkheid zijn de landschappen van de symbolisten een reflectie van de gevoelens die de natuur opriep bij de kunstenaar. Hier “Knotwilgen bij zonsondergang”: let op de zonnestralen.

Dromen en visioenen: Sommige symbolisten schilderden dromen en visioenen, de wereld achter de waarneembare werkelijkheid. Hier Van Goghs “Herinnering aan de tuin in Etten” Arles,1888.

De stad als een mysterieus droomachtig landschap: Caféterras bij nacht

De kosmos: in zijn landschappen verbeeldde Van Gogh ideeën over natuurkrachten, kosmische energie en de nietigheid van de mens tegenover de natuur.

Vincent van Gogh, Sterrennacht, 1889
klik hier voor een fantastische interactieve video Starry Night

Vincent van Gogh, Sterrennacht over de Rhone
En weer verrast ons Bernard Wientjes. “Het initiatief van de PVV om een website te openen voor klachten over Polen en andere Oost-Europeanen is ‘onverantwoord’. “

Bernard Wientjes, voorzitter werkgeversorganisatie VNO-NCW zei al eerder in de Volkskrant : ‘Wilders beschadigt ons land’.
“‘Geert Wilders beschadigt ons land op een geweldige manier. Zoals hij zichzelf laatst in Londen presenteerde als toekomstig premier van Nederland en vervolgens de Turkse premier Erdogan uitschold. Dat is ongehoord. De Engelse pers was diep geschokt over die vertoning, die de hele wereld over ging.’
Wilders was in Londen voor de vertoning van zijn film Fitna in het Engelse Hogerhuis. Tijdens een persconferentie noemde hij de profeet Mohammed een ‘barbaar, massamoordenaar en een pedofiel’. De islam noemde hij ‘gewelddadig, gevaarlijk en achterlijk’ en ‘een fascistische ideologie’. Turkije wordt geleid door ‘gestoorden’ en de Turkse premier Erdogan is een ‘freak’.
Wientjes organiseert een telefonische conferentie met de voorzitter van de Turkse werkgeversvereniging om de imagoschade te beperken. En om uitleg te geven.
Hoe legt u het fenomeen Wilders in het buitenland uit?
‘Het is bijna niet uit te leggen. Ik vertel dat we een traditie van eeuwen hebben met een open economie, met immigratie. Kijk naar de zeventiende eeuw. Toen was eenderde van de Amsterdammers immigrant. Maar er is nu een kink in de kabel. Er is de afgelopen jaren iets vreselijk fout gegaan met de integratie. Het gebrek aan integratie, ja. Uit die fout is de beweging van Wilders ontstaan. Dat is het enige dat ik kan zeggen.’”
—————————————————————————————-
Nou dat ik nog fan zou gaan worden van een “werkgeversbons” (Wilders in zijn tweet over Wientjes)!
Maar als het tussen kapitalisme en racisme/discriminatie gaat, vindt men mij aan de zijde van de bonzen.
Sowieso is er weinig mis met bonzen.
Een bons of bonze was oorspronkelijk een woord voor een Japanse monnik. Vincent van Gogh heeft een zelfportret gemaakt waar hij zichzelf als `bonze`heeft geschilderd

Vincent van Gogh Zelfportret 1888 als zen monnik (bonze), voor Gauguin (zinspeelt op het gemeenschappelijk interesse voor Japonisme/Japanse kunst)
Bonze is geen aangenaam scheldwoord, maar wel een bij Wilders passend scheldwoord, het zinspeelt immers op andermans belachelijke cultuur en religie.
In Duitsland werden vanaf de 19e eeuw de leiders van de arbeidersbeweging “Bonze” genoemd.
En let wel: vooral de nazi’s gebruikten het woord “Bonze” graag, om de democratische leiders van de Weimarer Republiek zwart te maken…
In bijna alle nazi-schriften vindt zich het woord “Bonze”. De Weimarer Republik was voor de nazi’s een “Bonzokratie”-
P.S. Ik woon pal naast een Polenhotel. Inderdaad staan of zitten er soms Polen voor het huis een biertje te drinken.
We groeten elkaar vriendelijk.
Hier Schitterende Lucky-TV over het standpunt Rutte over Polenmeldpunt
Vanaf 28 januari is in het Cobra-Museum in Amstelveen de tentoonstelling “Klee+ Cobra: het begint als kind” te zien.
Als grote fan van vooral Paul Klee en van Lucebert laat ik hier een eigen kleine tentoonstelling zien met een samenstelling van de schilderijen die ik hier op mijn blog eerder in een ander verband heb laten zien.
Abstract, vormrijk, naïef, kleurrijk, muzikaal, expressief, experimenteel, poëtisch, speels: ja, zo kunnen kunst en leven heerlijk zijn! Ach kon het maar altijd zo zijn!
(Ik weet natuurlijk niet wat in Amstelveen te zien zal zijn!)

Paul Klee, Maske, 1922

Paul Klee, Marionette 7a, 1923

Paul Klee, Clown, 1929

Paul Klee, Clown, 1929

Paul Klee, Dierentuin Tiergarten

Paul Klee, Slang
De schilders van Der blaue Reiter zoals Wassily Kandinsky en Paul Klee losten de strakke zwart-witte schaakborden op tot organische, flexibele, kleurrijke en niet-meer-vierkante vlakken.
Een mooie aanval op het verkort rationalisme.

Paul Klee, Colourful life outside (Draussen buntes Leben)1931

Paul Kee, Bluehendes, 1934

Paul Klee, Kat en vogel [Katze und Vogel]


Paul Klee Frau mit Hut

Paul Klee, Taenzer

Paul Klee, Angelus Novus (bezit Walter Benjamin die een beroemde essay hierover schreef: der Engel der Geschichte)

Paul Klee, Distel, 1919

Paul_klee_duinlandschap_dunes

Paul_klee_opkomst_van_de_maan_st_germain_tunis_1915

Paul Klee_volle_maan
Hier volgen de schilderijen van Lucebert, maar eerst zijn gedicht “klee”
in het verheugde venster geuren de gekleurde vruchten van de dingen
in rust geuren de huid het hart geuren de ogen en mond
het hart kust zijn venster
de huid ontsluit zich
de ogen kijken naar buiten
waar de mond wuift naar boven
overal bloeien de mensen wuivende bloemen geurige huizen
zij evenaren de aarde
zij vliegen in ronde en gebogen vruchten door het hoge hoofd van de lucht
zuchten als de huiverende watervallen zij zingen
in spiegelgladde cirkels
zo ontwiklen zij de wereld:
de brandende draad van de geurende aarde loopt langs het gekleurde raam van de mensen

Lucebert, De droom van Apollinaire (Apollinare’s dream), 1972

Lucebert,_Die_Kuehe_1959

Lucebert naakt met bloemen (nude with flowers)

Lucebert, Orfeus_en_de_dieren

Lucebert, Nachtengel_1990

Lucebert, Oude_engel

Lucebert, De_dichter_voedt_de_poezie

lucebert_dierentemmer_1959.jpg
Maria Trepp www.passagenproject.com
De Volkskrant meldt vandaag 24-1-2012:
“Antisemitische opvattingen zijn volgens een nieuwe studie in ‘aanzienlijke mate’ in de Duitse samenleving aanwezig. Eenvijfde van de Duitsers zou ‘latent’ antisemitisch zijn. Dit blijkt uit een studie van onafhankelijke deskundigen die in opdracht van de regering is uitgevoerd en maandag is gepresenteerd.”
“Het gaat niet om radicaal antisemitisme dat zich in geweld of misdaden uit, maar om alledaagse vooroordelen, zoals de historicus Peter Longerich, een van de onderzoekers, bij de presentatie van het rapport zei. “
Het hele document “Antisemitismus in Deutschland – Erscheinungsformen, Bedingungen,
Präventionsansätze” kan hier worden gedownload.
Onder meer zijn in het rapport ook interessante tabellen te vinden waaruit het verschil in antisemitische opvatting tussen Duitsers en Nederlanders blijkt( p 61). Voorbeeld:
“Joden hebben hier te veel invloed” – beaamd door 20 % van de Duitsers en 6 % van de Nederlanders.
“Joden trachten te profiteren van het feit dat ze tijdens het nazi-tijdperk slachtoffers werden”
Toestemming van 50% Duitsers en knap 20 % Nederlanders.
Dat zijn toch schokkende feiten!
Als Duitse en Germaniste ben ik het met de conclusies van het rapport (een substantieel latent antisemitisme) uit ervaring helemaal eens.
Ik heb in een uitvoerige studie (samenvatting in het Nederlands klik hier) het latent antisemitisme van een Duits toneelstuk, “Passage” van Christoph Hein angetoond.
Op het eerste gezicht is dit toneelstuk een saai stuk met slechte taal, maar er is geen bovenop liggend antisemitisme te zien. Nauwkeurige studie aan de hand van drama- analyse geeft een ander beeld, vooral ook als men meer weet van de vormen van antisemitisme en de geschiedenis van het antisemitisme.
Het stuk Passage kan “latent antisemitisch” worden genoemd. In Passage wordt de joodse literatuurtheoreticus Walter Benjamin als een impotente parasiet, als een nutteloze wetenschapper een als een loser voorgesteld, wiens zelfmoord op de vlucht voor de nazi’s aan de ene kant een laffe daad was, die toch aan de andere kant te prijzen is omdat de samenleving deze loser beter kwijt kan zijn.

In mijn uitvoerig Duits hoofdstuk ga ik uitgebreid in op het begrip “antisemitisme” , en op het feit dat dit begrip, net als het begrip “racisme”, verschillende definities kent, brede en smalle. Ik heb altijd aangegeven dat ik mij op de belangrijkste Duitse antisemitisme-deskundige baseer, de historicus Helmut Berding, die heeft aangegeven, dat er tussen cultureel en biologisch racisme geen eenduidige grens te trekken is.
Passage is gekleurd door cultureel antisemitisme, en niet door biologisch antisemitisme. Cultureel antisemitisme was in de visie van prof. Berding (die mijn teksten met goedkeuring en erkenning heeft gelezen) de voorwaarde en het voorstadium van het latere biologisch antisemitisme, zonder dat het één met het ander altijd samenvalt.
Samengevat zijn mijn argumenten om Passage een antisemitisch stuk te noemen:
ten eerste: de basis van het stuk Passage is een tegenstelling ‘goede jood’ versus ‘slechte jood’;
ten tweede: het stuk maakt onkritisch en niet-ironisch gebruik van antisemitische metaforen ;
ten derde: het stuk trivialiseert en banaliseert de vervolging van joden;
ten vierde: het stuk beeldt de slachtoffers van de vervolging af als daders.
Mijn engagement tegen antisemitisme en racisme is sterk gebaseerd op mijn familiegeschiedenis en op mijn liefde en bewondering voor mijn oom, de socialistische pacifist Heinz Brandt, die twaalf jaar concentratiekampen waaronder Auschwitz heeft overleefd. Later zat hij als dissident nog drie jaar in een isolatiegevangenis in de DDR.
Lees het Duits artikel over het nieuwe onderzoek hier . Het antisemitisme vindt men in Duitsland vooral in rechts-extreme-kringen, maar ook onder islamieten en bij voetbal-fans (in Duitsland dus ook- dat wist ik niet!).
“Bundestagsvizepräsident Wolfgang Thierse (SPD) warnte bei der Vorstellung des Berichts davor, sich mit dem Antisemitismus nur im Zuge spektakulärer Vorfälle zu beschäftigen: “Der Antisemitismus ist ein dauerhaftes Phänomen.“
Routinematig denken in antisemitische clichés is naar mijn ervaring ook gebruikelijk in burgerlijke kringen- niet alleen in Duitsland.
Maria Trepp www.passagenproject.com

De Nederlandse oorlogsnieuwswebsite nieuws-wo2.tk heeft gisteren grote stukken uit Mein Kampf gepubliceerd. Als ‘flankerende steunoperatie’ aan de Britse uitgever Peter McGee, die in de clinch ligt met de Duitse overheid. Het Beiers ministerie van Financiën gaat vervolging instellen.
Volgens HP/De Tijd is Mein Kampf “het zwarte gat van de uitgeefwereld. Niet alleen is het duivels antisemitisch, maar ook niet leesbaar en is in sommgie landen ook nog verboden”.
Ik wil hier iets bijdragen over inhoud, vorm en achtergrond van Hitlers “Mein Kampf”.
Het verbod op “Mein Kampf” is in hoge mate symbolisch, aangezien het boek overal te verkrijgen is, en ook op internet in .pdf -vorm wordt aangeboden. Dat het verbod symbolisch is, maakt het verbod in mijn ogen niet automatisch verkeerd.
Wat historisch belangrijk is, dat is het feit dat Hitler zijn politieke en maatschappelijke ideeën nauwkeurig heeft beschreven in “Mein Kampf”, maar in de dagelijkse politiek jarenlang veel minder radicaal is geweest, zodat bij veel mensen in het binnen- en buitenland de indruk ontstond, dat het allemaal wel mee zou vallen.
Uiteindelijk hebben de nazi’s alles in de praktijk gebracht wat in “Mein Kampf” stond.
“Mein Kampf”wordt ideologisch gedomineerd door rasbiologie, antisemitisme, sociaal-darwinisme en cultuurpessimisme.
* Hitler voert alle complexe maatschappelijke en politieke gebeurtenissen terug op universele, eendimensionale racistische natuurwetten.
,,[Die Menschen gehen] mit wenigen Ausnahmen wie blind an einem der hervorstechendsten Grundsätze [der Natur] vorbei: der inneren Abgeschlossenheit der Arten sämtlicher Lebewesen dieser Erde. Schon die oberflächliche Betrachtung zeigt als nahezu ehernes Grundgesetz all der unzähligen Ausdruckformen des Lebenswillens der Natur ihre in sich begrenzte Form der Fortpflanzung und Vermehrung. Jedes Tier paart sich nur mit einem Genossen der gleichen Art. Meise geht zu Meise, Fink zu Fink, … der Wolf zur Wölfin usw.” (1936, 311).
“Jede Kreuzung zweier nicht ganz gleich hoher Wesen gibt als Produkt ein Mittelding zwischen der Höhe der beiden Eltern. Das heißt also: das Junge wird wohl höher stehen als die rassisch niedrigere Hälfte des Elternpaares, allein nicht so hoch wie die höhere. Folglich wird es im Kampf gegen diese höhere später unterliegen. Solche Paarung widerspricht aber dem Willen der Natur zur Höherzüchtung des Lebens überhaupt. Die Voraussetzung hierzu liegt nicht im Verbinden von Höher- und Minderwertigem, sondern im restlosen Sieg des ersteren” (1936, 312).
* Volgens Hitler wordt een sterkere ras verzwakt door het mengen met een zwakkere.
“Daher entsteht auch der Kampf untereinander weniger infolge innerer Abneigung … als vielmehr aus Hunger und Liebe. In beiden Fällen sieht die Natur ruhig, ja befriedigt zu. Der Kampf um das tägliche Brot läßt das Schwache und Kränkliche … unterliegen .. , Immer aber ist der Kampf ein Mittel zur Förderung der Art und mithin eine Ursache zur Höherentwicklung derselben” (1936, 312f.).
* Hitler probeert de onmogelijkheid van de democratie af te leiden uit het principe van de overwinning van de sterke.
,,[Die Natur unterwirft] den schwächeren Teil so schweren Lebensbedingungen, daß schon [dadurch] die Zahl beschränkt wird, den Überrest aber [läßt sie] … nicht wahllos zur Vermehrung zu, sondern [trifft] hier eine neue, rücksichtslose Auswahl nach Kraft und Gesundheit … ” (1936, 313).
* „Natuur” is voor Hitler religie, niet zakelijke natuurwetenschap.
,,[Die Natur unterwirft] den schwächeren Teil so schweren Lebensbedingungen, daß schon [dadurch] die Zahl beschränkt wird, den Überrest aber [läßt sie] … nicht wahllos zur Vermehrung zu, sondern [trifft] hier eine neue, rücksichtslose Auswahl nach Kraft und Gesundheit … ” (1936, 313).
“Das Ergebnis jeder Rassenkreuzung ist also … immer folgendes: a) Niedersenkung des Niveaus der höheren Rasse, b) körperlicher und geistiger Rückgang und damit der Beginn eines, wenn auch langsam, so doch sicher fortschreitenden Siechtums. Eine solche Entwicklung herbeiführen heißt … nichts anderes. als Sünde treiben wider den Willen des ewigen Schöpfers. Als Sünde aber wird diese Tat auch gelohnt. Indem der Mensch versucht, sich gegen die eiserne Logik der Natur aufzubäumen, gerät er in Kampf mit den Grundsätzen, denen auch er selber sein Dasein als Mensch allein verdankt. So muß sein Handeln gegen die Natur zu seinem eigenen Untergang führen” (1936, 314).
* De rassenwetten zijn in feite bij Hitler de natuurlijke god, wie tegen deze god ingaat, wordt bestraft.
Het biologistische racisme maakt de taken van de staat simpel en overzichtelijk. De staat moet alleen toezien dat het gedrag van de burgers past bij de vermeende natuurwetten.
“Syphilitikern, Tuberkulosen, erblich Belasteten, Krüppeln und Kretins” ist die “Zeugungsfähigkeit zu entziehen” (1936,445).
Wel heeft de staat een belangrijke taak bij de opvoeding van de jeugd tot krijgers, dus een opvoeding niet alleen maar, maar vooral in lichamelijke ontwikkeling.
Hitler werkt met de Platoonse tegenoverstelling Geest versus Lichaam, maar keert deze om: het lichaam domineert de geest. Vandaar ook Hitlers boosaardig anti-intellectualisme.
Het nationaal-socialisme heeft, zoals al vaak is aangetoond, ook socialistische trekken. Deze zijn het gevolg van dat Hitler een rassenkamp onder gelijken wilde, hij wilde dat de voorwaarden voor iedereen gelijk zouden zijn, en dat zodoende dan de “rassen- besten” herkend konden worden.
* Zeer uitvoerig in Mein Kampf is de apocalyptische kritiek aan maatschappelijk verval, waaronder voor hem zo goed als alle verschijnselen van de Moderne vallen.
” … [Mit] Schrecken sehen wir die krankhaften Auswüchse irrsinniger und verkommener Menschen, die wir unter dem Sammelbegriff des Kubismus und Dadaismus seit der Jahrhundertwende kennenlernten … ” (1936, 283).
* Het ziektemetafoor is bij Hitler van doorslaggevende betekenis: de samenleving is doodziek, vanwege algemene maatschappelijke ontwikkelingen zoals Moderne, vrouwenemancipatie, maar ook vanwege vele individueel zwakke, intellectuele en zieke mensen.
* En in de jood manifesteert zich voor Hitler alles ziekmakende: ras, intellectualiteit, geld, moderniteit .
* De hele geschiedenis is voor Hitler een gevecht van Goed tegen Kwaad, en hij zet het goede gelijk met de Ariër, en het Kwaad gelijk met de Jood.
Hitler is dualistisch religieus- manicheïstisch is in zijn denken en woordkeus:
„Er [der Arier] ist der Prometheus der Menschheit, aus dessen lichter Stirn der göttliche Funke des Genies zu allen Zeiten hervorsprang, immer von neuem jenes Feuer entzündend, das als Erkenntnis die Nacht der schweigenden Geheimnisse aufhellte und den Menschen so zum Beherrscher der anderen Wesen dieser Erde emporsteigen ließ” (1936, 317).
Literatuur: Friedrich Pohlmann, Politische Herrschaftssysteme der Neuzeit
Claudia Koonz, The nazi conscience (2003)
Vandaag besloot het Duitse kabinet dat er een register komt over neonazi’s.
Zie ook hier Over neonazi’s in Duitsland en de recentelijke kritiek op de Verfassungsschutz
en over het misplaatste woord Döner-Morde voor de moorden op negen allochtone middenstanders door drie Duitse neonazi’s
In het Duits (Spiegel) : Bundesweite Datensammlung für Rechtsextreme
Maria Trepp www.passagenproject.com
Rudolf van den Berg vertelde in P&W over zijn nieuwste film Süskind, het waargebeurde verhaal van verzetsman Walter Süskind, de Nederlandse Oskar Schindler, die honderden joodse volwassenen, kinderen en baby’s redde uit de Hollandse Schouwburg.
De in Duitsland geboren jood Walter Süskind (1906-1945) werkte in Amsterdam voor de Joodse Raad. Door die raad was hij aangesteld als beheerder van de Hollandsche Schouwburg. In deze functie was hij in staat met de persoonsgegevens van vooral kinderen te manipuleren.

Tot 1940 was de Hollandsche Schouwbrug een populair theater in de Plantagebuurt in Amsterdam. In 1941 veranderde de Duitse bezetter de naam van het theater in ‘Joodsche Schouwburg’. Vanaf dat moment mochten alleen joodse musici en artiesten optreden voor uitsluitend joods publiek. In de loop van de jaren kreeg de Schouwburg een andere functie toegewezen door de Duitse bezetter. Vanaf augustus 1942 moesten joden uit Amsterdam en omstreken zich melden voor deportatie, of werden hier onder dwang naar toe gebracht. Vele duizenden mannen, vrouwen en kinderen wachtten vervolgens in de Hollandsche Schouwburg op hun deportatie naar doorgangskamp Westerbork. Van daaruit werden zij op transport gezet naar concentratie- en vernietigingskampen.
Zijn goede relatie met de Duitse autoriteiten (Süskind kende Ferdinand aus der Fünten goed, de SS Hauptsturmführer die in Amsterdam de leiding had over de deportatie van joden) kwam hem in zijn verzetswerk van pas. Süskind, een handige en charmante man, was bijzonder vindingrijk en listig, vervalste lijsten, bedachte honderden trucs.
Samen met de directrice van de crèche op de Plantage Middenlaan, Henriette Rodriques Pimentel, en de Amsterdamse econoom Felix Halverstad zette Süskind een systeem op om joodse kinderen uit de Schouwburg via de crèche te laten ontsnappen. Onder zijn leiding werden honderden volwassenen, kinderen en baby’s gered uit de schouwburg.
Opmerkelijk is dat het verzetswerk dat Süskind en de zijnen verrichtten gebeurde zonder dat de leiding van de Joodse Raad daar iets vanaf wist. De leiding van de Joodse Raad zou dit namelijk hebben verboden.
Regisseur Rudolf van den Berg heeft naar eigen zeggen met zijn film geen heldenmonument voor Süskind willen opzetten, maar eerder uitdrukking willen geven aan zijn verbijstering.
“Voor massamoord heb je geen bloeddorstige beulen nodig” zei hij.
De meeste joden werden weggehaald door Nederlanders.
Verbijsterend is nog steeds de manier waarop de Joodsche Raad heeft gecoöpereerd met de bezetter.
De Joodsche Raad was een op initiatief van de Duitse bezetter in februari 1941 in het leven geroepen Joodse organisatie die de Joodse gemeenschap in Nederland moest besturen. Via deze raad gaf de bezetter bevelen aan de Joodse gemeenschap en haar leiders. De Raad werd zo het doorgeefluik van de anti-Joodse maatregelen.
Zonder de ondersteuning van de Joodsche Raad hadden de nazi’s niet zo veel Nederlandse joden kunnen deporteren, omdat men niet wist wie wel en wie niet een jood was.
Na de Tweede Wereldoorlog heeft de Joodsche Eereraad uitgesproken: ‘dat de voorzitters van de Joodsche Raad gefaald hebben in een wereld, die zelf in gebreke is gebleven‘, en heeft met name de medewerking bij selectie en deportatie met klem veroordeeld.
De rol van Süskind daarentegen werd door de Joodse Ereraad geprezen:
“De Ereraad wil met erkentelijkheid vermelden het illegale werk door sommige geëmployeerden van de Joodsche Raad verricht, met name op het gebied van het laten ontsnappen van volwassenen en kinderen uit schouwburg en crèche. Zonder anderen te kort te doen brengt de Ereraad hierbij een eresaluut aan Walter Süskind. Tot dit illeagale werk hebben, zover na te gaan, de voorzitters zelf het initiatief niet genomen. Evenmin is gebleken, dat zij dit werk krachtig bevorderd hebben, zoals eigenlijk hun plicht was. Integendeel, dit zou in strijd zijn geweest met hun overige houding. “(Hans Knoop, De Joodsche Raad, p 208)
Een nieuwe studie (besproken in de NRC van 14 januari 2012) probeert antwoord te geven op de vraag waarom niet alleen het aantal maar ook het percentage Joodse slachtoffers in Nederland het hoogst was van West-Europa:
“In hun comparatieve studie beschrijven de auteurs minutieus de overeenkomsten en verschillen tussen de drie bestudeerde landen. Nauwgezet analyseren Griffioen en Zeller onder meer de positie van het autochtone bestuur, de handelingsvrijheid van de Duitse organisaties die zich met de Jodenvervolging bezighielden, de methoden die zij toepasten en de mate van integratie, assimilatie en organisatiegraad van de Joodse bevolkingsgroepen.
De voornaamste oorzaak van het bijzonder hoge aantal en percentages Joodse slachtoffers in ons land, constateren Griffioen en Zeller, was de vrijwel ongelimiteerde macht waarover het Duitse politieapparaat hier beschikte voor het organiseren van deportaties. Zowel het bezettingsbestuur (Reichskommissariat) als de hoogste Nederlandse bestuurders waren buitenspel gezet. Het laatste geschiedde overigens zonder al te veel tegenstribbelen.
De Nederlandse situatie verschilde daardoor radicaal van die in Frankrijk en België. De hoogste Franse autoriteiten, die hun gezag over de politie behielden, waren vanaf het najaar van 1942 nauwelijks bereid mee te werken aan deportaties. […]
Ten slotte werd het aantal en het percentage Joodse slachtoffers in Nederland gedeeltelijk bepaald door de inschakeling van de Joodse Raad bij de deportaties (oproepen voor ‘tewerkstelling in het Oosten’) en de aanvankelijke reacties van de Joodse bevolking op de Duitse methoden van misleiding en intimidatie. Terwijl in Frankrijk en België een aanzienlijk deel van de aanwezige Joden door hun Duitse of Oost-Europese achtergrond zich weinig illusies maakte over het nazi-antisemitisme, was dat bij de sterk geïntegreerde Joodse bevolking hier veel minder het geval. Velen waren daardoor langere tijd geneigd vast te houden aan legale ontsnappingsmogelijkheden: vrijstellingen (waarvoor aanvankelijk bijna een derde deel van de Nederlandse joden in aanmerking kwam) en Arbeitseinsatz in het ‘permanente’ werkkamp Vught. Deze legale ‘ontsnappingsmogelijkheden’ weerhielden veel Joden van onderduiken maar bleken uiteindelijk een verraderlijk onderdeel te vormen van het deportatiesysteem. De vrijgestelden en bewoners van kamp Vught werden alsnog op transport gezet.”
P. Griffioen en R. Zeller: Jodenvervolging in Nederland, Frankrijk en België – Overeenkomsten, verschillen, oorzaken. Boom; 1045 pagina ‘s; € 49,50.
————————————————————————————-
Het verhaal van Süskind werd al eerder eens verfilmd als “Secret Courage — The Walter Suskind Story”
Biografie: Mark Schellekens. Walter Süskind. Athenaeum-Polak & Van Gennep. 240. € 17,95
Film: Süskind. Regie Rudolf van den Berg. Vanaf 19 januari in de bioscoop.
Roman op basis van film: Alex van Galen, Süskind, Arbeiderspers. 256 pag. € 17,50
Documentaire: De duivelse dilemma’s van Walter Süskind. Zondagavond 15 januari, KRO, 23.30 uur, Nederland 2.
Tentoonstelling: Jodenvervolging 1940-1945. Op de eerste verdieping in de Hollandsche Schouwburg is de permanente tentoonstelling Jodenvervolging 1940-1945 ingericht. In de Hollandsche Schouwburg wordt nu ook uniek materiaal tentoon gesteld rondom Walter Süskind, zoals familiefoto’s en onlangs verworven objecten.
Maria Trepp www.passagenproject.com
Deze tekst staat in vertaling ook op mijn Duitse weblog en op mijn Engelse weblog
In december 2011 kwam Wulff in de kritiek toen bekend werd dat hij in 2008 een privélening van een bevriende ondernemer over 500.000 euro had gekregen maar dit had ontkend toen hij ernaar werd gevraagd (“Kreditaffäre”) . Ook het aannemen van kado’s door vrienden werd hem verweten.

Ernstiger nog is dat Wulff met intimidatie probeerde om artikelen van de BILD-Zeitung over deze affaire te verhinderen.
Der Spiegel deelt vandaag mede dat Wulff ook heeft geprobeerd journalisten van “Welt am Sonntag” te intimideren om een publicatie over zijn halfzus te verhinderen. Dit bevestigt Jan-Eric Peters, Chefredakteur van Die Welt-Gruppe.
Het gaat hierbij om dit artikel: Die Schwester des Bundespräsidenten, een tendentieus en sentimenteel artikel over familieaangelegenheden.
Maar als het waar blijkt dat de bondspresident de pers intimideert zal hij niet kunnen aanblijven.
Misschien nog wel meer beladen is de 5-mei-lezing die dit jaar wordt verzorgd door bondspresident Wulff
In 2012 zal Christiaan Wulff (of zijn opvolger?) de 5-mei-lezing verzorgen. Dit zal ongetwijfeld tot veel debat leiden.
—————————————————————————–
—————————————————————————–
Update 25 januari: de kritiek op Wulff houdt aan.
Vandaag 25 januari meldt de Süddeutsche Zeitung, dat Wulff zijn kennissen door een ondernemer liet uitnodigen: de als de “party koning” bekende zakenman Manfred Schmidt heeft een feest georganiseerd op 30 juni 2010 in Wulffs penthouse aan de PariserPlatz.
Wulff wordt door deze details opnieuw onder druk gezet, omdat hij of zijn medewerkers in deze kwestie mogelijk particuliere en zakelijke aangelegenheden vermengden. De viering op 30 juni 2010 in Schmidt’s residentie in Berlijn roept de vraag op waarom een top politicus zijn vrienden en metgezellen laat uitnodigen door een ondernemer. Wulff moet zich dus laten verwijten, dat een ondernemer die met de deelstaat Neder-Saksen een soort van zakelijke relatie onderhoudt, een feestje voor Wulffs vrienden heeft betaald….
———————————————————————-
Update 3 februari 2012:
Het Duitse Openbare Ministie onderzoekt inmiddels ook of Wulff en zijn vrouw zich schuldig hebben gemaakt aan “Vorteilnahme” ( en soort van in Duitsland strafbare corruptie) door een gratis Audi te rijden. Duits artikel klik hier
———————————————————————-
Update 16 februari:
Update 17 februari:
Zie hier info op het Duitslandweb over het ambt van de bondspresident
En hier berichtgeving van het Duitslandweb over de affaire-Wulff
Als aanvulling op mijn apocalyptisch slangenblog van gisteren: niet alleen de Azteken maar ook Christenen kennen een fantastische apocalyptische slang.
De theoloog Joost S. reageerde gisteren op mijn blog:
“[…] durf ik in dit verband ook te wijzen naar Johannes’ ‘Vrouw met haar pasgeboren kind’ door de draak, eertijds ‘Slang’, achtervolgd. Toen spuwde de Slang een stroom water als een rivier achter de vrouw aan om haar daarin mee te sleuren. Maar de aarde schoot haar te hulp: de aarde sperde haar mond open en dronk de rivier op die de Slang had uitgespuwd.”
De vrouw, de draak en de twee beesten
1 Er verscheen in de hemel een indrukwekkend teken: een vrouw, bekleed met de zon, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd. 2 Ze was zwanger en schreeuwde het uit in haar weeën en haar barensnood. 3 Er verscheen een tweede teken in de hemel: een grote, vuurrode draak, met zeven koppen en tien horens, en op elke kop een kroon. 4 Met zijn staart sleepte hij een derde van de sterren aan de hemel mee en smeet ze op de aarde. De draak ging voor de vrouw staan die op het punt stond haar kind te baren, om het te verslinden zodra ze bevallen was. 5 Maar toen ze het kind gebaard had – een zoon, die alle volken met een ijzeren herdersstaf zal hoeden –, werd het dadelijk weggevoerd naar God en zijn troon. 6 De vrouw zelf vluchtte naar de woestijn. God had daar een plaats voor haar gereedgemaakt, waar twaalfhonderdzestig dagen lang voor haar gezorgd zou worden.
7 Toen brak er oorlog uit in de hemel. Michaël en zijn engelen bonden de strijd aan met de draak. De draak en zijn engelen boden tegenstand 8 maar werden verslagen; sindsdien is er voor hen in de hemel geen plaats meer. 9 De grote draak werd op de aarde gegooid. Hij is de slang van weleer, die duivel of Satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt. Samen met zijn engelen werd hij op de aarde gegooid. 10 Toen hoorde ik een luide stem in de hemel zeggen: ‘Nu zijn de redding, de macht en het koningschap van onze God werkelijkheid geworden, en de heerschappij van zijn messias. Want de aanklager van onze broeders en zusters, die hen dag en nacht bij onze God aanklaagde, is ten val gebracht. 11 Zij hebben hem dankzij het bloed van het lam en dankzij hun getuigenis overwonnen. Zij waren niet aan het leven gehecht en hebben hun dood aanvaard. 12 Daarom: juich, hemel, en allen die daar wonen! Maar wee de aarde en de zee: de duivel is naar jullie afgedaald! Hij is woedend, want hij weet dat hij geen tijd te verliezen heeft.’
13 Toen de draak zag dat hij op de aarde gegooid was, achtervolgde hij de vrouw die een zoon gebaard had. 14 Maar de vrouw kreeg de twee vleugels van de grote adelaar om naar haar plaats in de woestijn te vliegen, waar gedurende een tijd en twee tijden en een halve tijd voor haar gezorgd zou worden, buiten het bereik van de slang. 15 Toen spuwde de slang een stroom water als een rivier achter de vrouw aan om haar daarin mee te sleuren. 16 Maar de aarde schoot haar te hulp: de aarde sperde haar mond open en dronk de rivier op die de draak had uitgespuwd. 17 De draak was woedend op de vrouw en ging weg om strijd te leveren met de rest van haar nageslacht, met allen die zich aan Gods geboden houden en bij het getuigenis van Jezus blijven.
18 Hij ging op het strand bij de zee staan.
|
|
Ik heb lang op internet gezocht of ik deze scene uit de Openbaring van Johannes in de kunst vind. En ja, ik ben blij: Dürer, Rubens, en Franse en Engelse oude boekillustraties.

Dürer, Apocalyps: vrouw en slang
Rubens, Apocalyps: vrouw en slang

Apocalyps: vrouw en slang, vloed, boekillustratie
Apocalyps: vrouw en slang, vloed, boekillustratie
Joost schrijft bovendien ook, en ik vind dit erg goed gezegd en heb er zelf nooit op deze manier aan gedacht:
“Clou van een Apocalyps is altijd en overal troost en al het goede gewenst voor het heden!”
Ach dáarom zijn de mensen zo gek op de Apocalyps! Dit was nooit in mij opgekomen.
Hoe het ook zij, de Apocalyps is ontegenzeglijk een enorme prikkeling voor de fantasie en dus de kunst.
In de Volkskrant van 3 januari schrijft Maarten Keulemans over het “Zwelgen in eindtijd”: Maya’s, 2012 enz.
Hij haalt cultuursocioloog Stef Aupers aan, die het apocalyptisch denken wijt aan een lineair Westers tijdsbeeld, dus een begin en een einde van de tijd.
Beste wensen voor 2012 !
(al worden ons moeilijke tijden voorspeld, zo niet de ondergang van het een en ander en de hele wereld)
Ik snap niets van de vele hysterische ondergangstheorieën voor 2012, maar er is eentje die ik mooi vind klinken: “The Return of Quetzalcoatl”, de titel van een gek NewAge boek over 2012.
De Quetzalcoatl is erg geliefd in populaire films, boeken en games en komt dus inderdaad op heel veel plekken terug!
Fascinerend vind ik de tweekoppige luchtslang, een van de symbolen van de gevederde slangengod Quetzalcóatl.

Azteekse tweekoppige luchtslang
Dit is een prachtig Azteeks houten borststuk met turkooizen mozaïek en een inleg van schelpen. Witte en rode schelpen sieren de mond. Het borststuk, uit 1400-1521, meet 20,5 cm bij 43,3 cm en werd gedragen door priesters van de gevederde slangengod Quetzalcóatl of door de heerser zelf. Quetzalcóatl was een van de beschermgoden van Meso-Amerikaanse koningen. De oogkassen, nu leeg, waren vermoedelijk ingelegd met schelpen en ijzerpyriet.
Hier het masker van dezelfde god Quetzalcoatl, de ‘gevederde slang’, met inlegwerk van turkooizen steentjes en gekleurde schelpen. Het gezicht werd gevormd door een groene en een blauwe slang, die rond de oogkassen en de mond lijken te kronkelen. Hun staarten met veren eraan komen op het voorhoofd bij elkaar.

Azteeks masker Quetzalcoatl
En hier het masker van Tezcatlipoca, de ‘rokende spiegel’ en de tegenspeler van
Quetzalcoatl.

Azteeks masker van Tezcatlipoca
Tezcatlipoca was volgens de Azteekse mythologie de god van de nacht en de nachthemel, het noorden, de kou en de oorlog.
Het gelaat is gemaakt van turkooizen steentjes en de ogen zijn van pyriet. Het geheel is aangebracht op een menselijke schedel. De twee belangrijkste goden op deze pagina’s vormen in wezen de twee zijden van de menselijke geest:
Quetzalcoatl het bewuste denken, en Tezcatlipoca het onderbewuste ‘schaduwgebied’. Volgens de Azteken hing hun lot geheel af van de confrontatie tussen deze twee goden.
Toen Hernán Cortés in 1519 in Mexico arriveerde, dacht Moctezuma II, “Montezuma” de heerser van de stad Tenochtitlan, (misschien, de wetenschap is het hierover niet helemaal eens..) dat Cortés juist de god Quetzalcoatl was. Volgens voorspellingen zou Quetzalcoatl de Aztekenwereld komen vernietigen en om dit noodlot af te wenden, en dacht Moctezuma hem met goud en zilver af te kunnen schepen.
De luchtslang hierboven heeft Moctezuma cadeau gedaan aan Cortes…
Maar mogelijk is dit alles een door de Spanjaarden verzonnen verhaal.
Literatuur:
Phillips, Charles, De wereld van de Maya’s en Azteken.
Burland, Cottie: De Azteken.