Beter leesbare versie: www.passagenproject.com/betrokkenbestuurders.rtf
Passage(n)-project
censuuraffaire: Betrokken bestuurders
Maria Trepp m.trepp@wanadoo.nl
Prof.dr. Vincent Icke (die mij en mijn teksten heel goed kent, en met wie ik sinds het begin van de affaire-Passage in contact ben):
“Het idee dat je aan een universiteit in
vrijheid onderzoek kunt doen is voor een groot deel verdwenen, en waar het niet
verdwenen is, is het bedreigd.”[1]
Bij de antisemitisme/censuur/ intimidatie-affaire in Leiden bij de opleiding Duits ( zie www.passagenproject.com/antisemitisme.html ) zijn de volgende bestuurders betrokken:
4. Uit de stukken van het Passage(n)-proces
en uit een getuigenverhoor ( www.passagenproject.com/groffen.html
) blijkt, dat het Faculteitsbestuur Letteren een communicatieverbod heeft
uitgevaardigd, dat niet alleen ten aanzien van mijn
persoon gold en geldt, maar ook ten aanzien van alle anderen die helderheid in
de affaire-'Passage' willen brengen .
5. Het is opmerkelijk dat ik het
stuk Passage niet mocht bekritiseren. De studente Duits Dorien de Graaff
heeft eerder in een werkstuk bij de opleiding Duits dit toneelstuk ook als een
“onprettig” stuk beschreven, waar de joodse wetenschapper Frankfurther (= Walter
Benjamin) onaardig werd voorgesteld, zie www.passagenproject.com/degraaf.html .
“In de wet op het
hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek gaat artikel 1.6 over de
academische vrijheid. Het artikel bestaat uit één gebod. 'Aan de instellingen
wordt de academische vrijheid in acht genomen.' Uitleg ontbreekt.
Toevallig is [in
juni 2006] een voorstel voor een nieuwe wet op het hoger onderwijs en onderzoek
naar de Tweede Kamer gezonden. Die ene zinsnede over de academische vrijheid is
onveranderd. De toelichting op de wet biedt aanknopingspunten: daarin komt het
begrip zeventien keer voor.
Bijvoorbeeld: 'De academische vrijheid blijft een toetssteen voor zowel
universiteiten als hogescholen.' En: 'De academische vrijheid hangt ten nauwste
samen met de vrijheid van meningsvorming en meningsuiting (...). Het begrip
richt zich op docenten, studenten en onderzoekers. Zij hebben de
vrijheid bij het geven en ontvangen van onderwijs en het verrichten van
onderzoek hun eigen wetenschappelijke inzichten te volgen en daarbij niet
afhankelijk te zijn van bepaalde politieke, filosofische of wetenschapstheoretische
opvattingen.'
Er zijn grenzen aan de academische vrijheid ('het onderzoeksthema moet
passen binnen het door de instelling vastgestelde onderzoeksbeleid'), maar de
rol van de rector en de andere leden van het universiteitsbestuur blijft
beperkt: 'Het bestuur moet staan voor de basiskwaliteit (...) van het onderwijs
en onderzoek, maar gaat niet over de feitelijke inhoud van het onderwijs en
onderzoek.' […] In het advies van de Raad van State bij het nieuwe
wetsvoorstel staat dat het academische systeem niet moet zijn gestoeld op
'georganiseerd wantrouwen', maar op het 'organiseren van kritische
tegenkrachten'. “[2]
Rector Breimer is verantwoordelijk voor de kwaliteit van onderwijs en onderzoek aan de Universiteit Leiden. Door zijn gedrag in de affaire Hein ( zie uitvoeriger hierover www.passagenproject.com/einleitung.html ) en in de zaak-Cliteur heeft hij bewezen dat hij voor onwetenschappelijke censuur staat en niet voor de kwaliteit in de wetenschap.
Onder de verantwoordelijkheid van rector Breimer biedt de Universiteit een “smaakvolle ambiance” voor onderhoudende evenementen zoals de wedstrijd Nederland-Duitsland (NRC 16.6.2004, p 2, Een diplomatieke Duitse roeptoeter). Onder zijn verantwoordelijkheid werd ik, een in de woorden van oud-decaan Letteren Blockmans “excellente studente” (inmiddels niet meer studente, maar cum laude afgestudeerde onderzoeker) uit de Universiteit verbannen. Noch de door mij gevraagde discussie over het stuk Passage, noch mijn debat met Paul Cliteur vinden onderdak aan de Universiteit.
Prof.
dr. Gerard van Tillo schrijft in zijn lezersbrief in de NRC van 1
augustus 2006 over de “universiteitsmaffia”, de
corrupte bestuurders:
“Prof.
Hans Wijnberg pleit terecht voor de terugkeer van de senaat om de besturen van
universiteiten te controleren (Opiniepagina, 26 juli). In mijn boek Dit volk
siert zich met de toga. Achtergronden van het academisch onbehagen
heb ik dit rottingsproces beschreven. Vanaf het moment dat de bestuurders de
vrije hand hadden is de universiteit omgebouwd tot een door managers
aangestuurde geldfabriek. Zij opereren onder dekmantels die een
wetenschappelijke functie veronderstellen zoals rector magnificus, decaan,
afdelingsvoorzitter en directeur, maar die in feite de opdracht hebben om geld
vrij te maken voor de instelling.
Wie hierbij risico's durft te nemen komt het verst. Maar als het College van
Bestuur daardoor in opspraak komt, wordt de schuldige ontslagen. Deze is
daarvoor echter al bij voorbaat schadeloos gesteld door een hoog salaris, het
vooruitzicht van een gouden handdruk of de toezegging van een andere functie
binnen de organisatie. Zijn (haar) opvolger hoeft niet eerlijker of
rechtvaardiger te zijn, maar wel slimmer, zodat het CvB geen last meer krijgt.
Zo krijgt de universiteit de kenmerken van een maffiaorganisatie, waarin de
bazen geen verantwoordelijkheid nemen voor wat in hun organisatie gebeurt, en
zelf buiten schot blijven.
Gerard van Tillo, Amsterdam”
Het Passage(n)-project zal op den duur hopelijk
uitgroeien tot een onafhankelijk onderzoeksinstituut, dat zich o.a. tot taak
maakt de bestuurders aan de Leidse Universiteit kritisch onder de loep te
nemen.
[1]In: Leidraad oktober 2005, p.
15.
[2] Michael Persson, de Volkskrant, 1 juli 2006.
Leuk is het feit, dat de jurist en socioloog Kees Schuyt nu bij de Raad van State werkt, die dit advies uitbracht. Kees Schuyt kent mijn onderzoek en de hele censuuraffaire goed; ik heb mijn onderzoek in persoonlijke gesprekken met hem besproken, en zou zonder zijn steun nooit kunnen hebben volhouden. Ook mijn nieuw onderzoek over de Burke Stichting ging van start naar aanleiding van een rede die Schuyt in de Pieterskerk in Leiden hield op 1 juli 2005, zie www.passagenproject.com/conservatisme.html . Schuyt is een grote tegenstander van de nazie-jurist en antisemiet Carl Schmitt, die nu door een medewerker van de opleiding Duits, Jerker Spits, wordt verheerlijkt. Schuyt is bovendien Cleveringa-hoogleraar 2006/2007 in Leiden.