Antisemitisme, censuur en intimidatie aan de Universiteit Leiden: samenvatting

 

 

 

  1. De opleiding Duits aan de Universiteit Leiden wilde in juni 2000 een toneelstuk uitvoeren, Passage van Christoph Hein. Het stuk zou voor scholieren gespeeld werden en zou de Universiteit Leiden naar buiten toe representeren. De uitvoeringsplannen stootten op een grote weerstand in de groep studenten, die het stuk zou spelen. Het protest van de studenten richtte zich tegen de literaire kwaliteit van het stuk en tegen de antisemitische tendensen van het stuk. In Passage wordt de joodse literatuurtheoreticus Walter Benjamin als een impotente parasiet, als een nutteloze wetenschapper een als een loser voorgesteld, wiens zelfmoord op de vlucht voor de nazi’s  aan de ene kant een laffe daad was, die toch aan de andere kant te prijzen is omdat de samenleving deze loser beter kwijt kan zijn.[1] De Duitse historicus en antisemitisme-deskundige Helmut Berding schrijft aan mij (Maria Trepp)  over mijn onderzoek over het antisemitisme in Passage : “Inzwischen habe ich die Texte gelesen, auch das Kapitel über Antisemitismus bei Hein und Nordau. [ www.passagenproject.com/weitesfeld.html  ] Mir hat die Argumentation eingeleuchtet, vor allem mangelt es nicht an überzeugenden Belegen.” (19.11.2004)

 

 

  1. Prof. Anthonya Visser, hoogleraar Duits, heeft twee maanden lang (dec1999-januari 2000) met alle middelen geprobeerd, ondanks de protesten van studenten, een uitvoering van Passage af te dwingen.[2] Toen dit niet meer mogelijk was, heeft zij een open discussie over het stuk geweigerd met de reden, dat de studenten niet genoeg levenservaring hadden om het stuk te kunnen beoordelen.

 

  1. De weigering van een discussie, en de autoritaire redenering, die in feite een bankroet van het kritisch denken in de wetenschap afkondigt, was voor mij onverteerbaar. Ik was op het moment van de discussie (januari 2000) al bezig met mijn afstudeerscriptie over Bertolt Brecht, maar zei, dat ik in Leiden niet af zou studeren, als er geen open discussie over de zaak Passage kwam. Nadat dr. Onderdelinden, met wie ik afgesproken had dat hij me bij mijn toekomstige promotie zou begeleiden, mij met nadruk vroeg mijn analyse van Passage op papier te zetten, schreef ik op eigen initiatief een scriptie over Passage (zie www.passagenproject.com/scriptie.html  )

 

Deze scriptie werd van de scriptiebegeleider dr. Onderdelinden als weliswaar erg polemisch, maar als wetenschappelijk van een zeer hoog niveau ingeschat ( hij heeft dit tegenover derden herhaald; een getuige zet dit nu op schrift voor mij), maar hij besloot naar overleg met prof. Visser, en ook naar overleg met mij, de scriptie niet te  accepteren . Onderdelinden is dus medeverantwoordelijk voor het afwijzen van mijn scriptie -maar prof. V. is hoofdverantwoordelijk . Kritiek op Passage was voor haar taboe. Ik begon mijn scriptie aan wetenschappers buiten de vakgroep te versturen, om over de zaak te informeren. Onderdelinden gaf mij na het afwijzen van mijn scriptie een correctie-exemplaar van mijn scriptie, waar hij spelfouten corrigeerde, kritische opmerkingen plaatste, en op vele plekken, vooral waar het om het thema antisemitisme gaat, tekst onderstreepte en uitroeptekens plaatste (Onderdelindens onderstrepingen zijn in de internetversie van mijn scriptie www.passagenproject.com/scriptie.html gekenmerkt met ***). Onderdelindens uitroeptekens hadden een sturende functie voor mijn onderzoek.

Ik kreeg positieve reacties van een aantal andere wetenschappers. Ik werd me, in dialoog met deze wetenschappers, ervan bewust dat dit conflict rond Passage niet alleen maar een kleine kwestie betrof, maar in feite ging over het zelfstandig en kritisch denken in de wetenschap. Ik werd sterk aangemoedigd door te gaan prof. V. te confronteren en een discussie over deze zaak en de onwetenschappelijke censuur te forceren. Ik koos ervoor, geen formele klacht  tegen de afwijzing van de scriptie in te dienen. Het ging mij niet om mijn scriptie, maar om een openbare discussie van de hele zaak. Ik begon, met pamfletten over de hele zaak te informeren. Daarop vroeg de faculteitsleiding (de toenmalige decaan Blockmans en de toenmalige opleidingsdirecteur en huidige Leidse vice-rector van Haaften) mij om een gesprek. Men was uiterst vriendelijk tegen mij. Blockmans opende met tegen mij te zeggen dat ik “een excellente studente” was  (ik had alleen negens en tienen) . Ik mocht de hele zaak vertellen, en ik kreeg het zeer duidelijke gevoel, dat men me, wat het zeer problematisch karakter van het stuk Passage betreft, geloofde. Men wilde dat ik zou ophouden pamfletten te verspreiden, en dat ik een nieuwe scriptie zou schrijven (of liever gezegd de oorspronkelijke scriptie over Brecht zou voltooien). Prof. van Haaften, de huidige vice-rector, zei tegen me, dat ik in mijn scriptie de zaak Passage niet hoefde te bespreken, maar de zaak in mijn proefschrift (iedereen wist dat ik door zou gaan in de wetenschap) zou moeten opnemen: “Natuurlijk moet u doorgaan met Christoph Hein!”

  1. Ik stopte met het verspreiden van pamfletten en schreef een nieuwe scriptie. Van veel verschillende mensen hoorde ik ( tussen oktober 2000 en maart 2001) dat prof. V. een actieve hetzecampagne tegen me voerde, dat zij overal vertelde dat ik schizofreen was, dat ik een heks was die alles kapot wilde maken enz. De opleiding Duits stuurde een oudere medestudente onaangemeld naar mijn huis, die eerst tegen mij, en dan tegen anderen zei, dat ik schizofreen was, dat ik mijn gezin en mijn kinderen kapot maakte enz.
  2. Ik voltooide mijn nieuwe scriptie over Brecht. In het slothoofdstuk ging ik polemisch in op de zaak Passage.[3] Vanwege deze opmerkingen over Passage werd ook de nieuwe scriptie niet geaccepteerd. Hierop zei ik, dat ik vanwege V.s lastercampagne en de nieuwe, wederom wetenschappelijk volkomen ongegronde censuur, mijn studie in Leiden niet zou afsluiten.
  1. Ik werd door de nieuwe decaan Letteren van Haaften uitgenodigd voor een gesprek. Hij vroeg me, zonder het te hebben gelezen, het omstreden nieuwe slothoofdstuk weg te halen. In een e-mail aan mij van 21 februari 2001 schrijft hij: ““U kunt in principe afstuderen op de scriptie over Brecht-Dürrenmatt die u heeft ingeleverd bij de heer Onderdelinden , mits u de epiloog over Hein hieruit verwijdert”. Hij geeft geen wetenschappelijke reden op, en schrijft zelfs dat ik in een nieuw slothoofdstuk niet naar de kwestie Hein mag verwijzen!! De “epiloog” -of liever gezegd het slothoofdstuk-  ging niet alleen over Hein. Dit hoofdstuk had ook direct betrekking op het thema van mijn scriptie, zoals iedereen zelf  kan lezen:  www.passagenproject.com/scriptie2.html .

Ik zei tegen Van Haaften, dat ik in Leiden niet af wilde studeren vanwege V.s lastercampagne. Ik zei ook dat ik verwachtte, dat men op het moment, dat ik afgestudeerd was, mij zou laten vallen. Van Haaften reageerde met een volledige afwijzing van deze gedachte. Hij vroeg mij wat ik wilde. Ik zei: “Ik wil promoveren.” Omdat hij me eerder had aangemoedigd door te gaan met onderzoek over Hein, en omdat hij zo betrokken leek te zijn bij mij, haalde ik het slothoofdstuk weg. Ik weigerde een nieuw slothoofdstuk te schrijven, waarop mijn cijfer van een 10 naar een 8,5 verlaagd werd.

  1. Ik heb over de hele zaak de rector magnificus Breimer geïnformeerd en ook een formele klacht bij de ombudsvrouw van de Universiteit ingediend. Breimer wilde de hem toegestuurde inleiding van mijn beoogd proefschrift niet lezen. Hoewel de ombudsvrouw mijn klachten kon bevestigen (zij kon vaststellen dat er inderdaad een intimiderende medestudente in opdracht van de opleiding  naar mijn huis werd gestuurd; zij kon bevestigen, dat mevrouw V. achter mijn rug met studenten mijn gezondheidstoestand in negatieve zin heeft besproken) werden hier geen consequenties aan verbonden. De ombudsvrouw wilde ondanks de door haar vastgestelde zeer verdacht opwekkende feiten noch negatief aan Breimer rapporteren noch op eigen initiatief doorgaan met onderzoek.[4]

 

Nadat ik mijn bul had opgehaald (cum laude afgestudeerd in april 2001) vroeg ik van Haaften me te helpen een promotor te vinden. Ik verwachtte na de met hem gemaakte afspraken niet meer en niet minder, dat hij mij tenminste één naam van iemand zou noemen, met wie ik het proefschrift zou kunnen bespreken, of die me anders verder zou kunnen helpen. Ik had in augustus 2001 een eerste versie van een proefschrift klaar liggen. Maar van Haaften was aan mij en aan mijn onderzoek nu niet meer geïnteresseerd.

 

 

Het is zeer de vraag of de kwestie-Passage als een geïsoleerd fenomeen beschouwd kan worden. Vast staat in ieder geval dat een langjarige medewerker van prof. Visser, de germanist Jerker Spits, zeer veel in Duitse nieuw-rechtse kranten publiceert, o.a. in Junge Freiheit, een krant die zich volgens het Duitse Oberverwaltungsgericht keert tegen het principe van democratie en het verbod op discriminatie ( zie Eric Krebbers in  De Fabel van de illegaal nr. 73 http://www.gebladerte.nl/11148f73.htm ). Naast neutralere artikelen publiceert Junge Freiheit volgens het gerechtshof veel racistische en antisemitische stukken, waarin ook denigrerend over holocaust-slachtoffers gesproken wordt.[5] Dr. Hartwig Möller, hoofd van de Verfassungsschutz in Nordrhein-Westfalen zegt in juni 2005 over de auteurs van Junge Freiheit,  dat er gevaren voor de democratie dreigen door het ( in Junge Freiheit) uitgedragen intellectueel rechtsextremisme.[6]

In zijn schriften verheerlijkt Jerker Spits o.a. de nationaalsocialist en antisemitiet Carl Schmitt. Meer hierover:  www.passagenproject.com/conservatisme.html

 



[1] Zie mijn onderzoek www.passagenproject.com/inhalt.html

[2] Regisseur van de uitvoering was dr. Sjaak Onderdelinden, maar de keuze voor het stuk  Passage werd door  prof. V. gemaakt.  

[3] Te lezen op www.passagenproject.com/scriptie2.html

[4] Ik wist toen niet dat de ombudsvrouw zo goed als nooit negatief rapporteert. In 2005 zijn er bijvoorbeeld 61 klachten ingediend bij de ombudsfunctionaris . “De enige klacht die de ombudsfunctionaris bij het College van Bestuur aanhangig heeft gemaakt – de achterstand bij de commissie voor Beroep en Bezwaarschriften – betreft een domein waar zij nu net niet over ging.”  http://www.nieuws.leidenuniv.nl/index.php3?m=&c=938

[5] Andreas Speit, Freie Rechtsschreibung, jungle-world.com http://www.jungle-world.com/seiten/2005/27/5826.php

[6] http://www.im.nrw.de/pe/pm2005/news_1427.htm